Inne minne mutte

wapa 4 april [Converted]”Papa … waarom ben jij eigenlijk de baas?”
”Omdat jíj over sommige dingen nog niet genoeg weet om zelf te beslissen.”
”En jij weet wél genoeg?”  De onschuld van mijn oudste zoon zaagt weer eens aan de poten van mijn ouderschap. Interessant! Want weet ik het eigenlijk altijd beter? Ik breng hem en zijn broer vandaag op tijd naar bed, want ik weet dat ze morgen een drukke dag hebben. Maar is dat niet veeleer een reden om morgen vroeg te gaan slapen? Dan is hij moe, en zal hij er zelf om vragen. Anderzijds heeft hij al een snotneus.  Als hij dan niet goed uitgerust is voor zijn drukke dag, wordt hij ziek. Denk ik… of weet ik het?
”Wanneer word ík dan de baas?”
Misschien gaat het inderdaad daarover. Vanaf wanneer geef ik de controle in zijn handen.
”Jij bent over sommige dingen al de baas”, zeg ik.
”Oh”, zegt hij verwonderd, ”over wat dan?”
”Jij mag zelf kiezen of je binnen wil of buiten, tussen appel en peer, glijbaan of schommel. Jij mag kiezen welk verhaaltje je wilt, en uit welk boek.”
”Waarom ben ik de baas over alle slechte dingen?”
Ik glimlach. Hij doet me denken aan een kleine politieke partij die enkel onbelangrijke ministerposten in handen krijgt.
”Waarover wil jij de baas zijn?”
”De koekjestrommel!”
Ik aarzel. Ooit deden we een geslaagd experiment met paaseitjes. Hij mocht zelf kiezen hoeveel en wanneer hij er van at. Ik zei alleen: op is op. De eerste dagen vrat hij zich te pletter. Hij stopte op tijd, kreeg geen buikpijn, maar bleef wél wekenlang van de rest van zijn voorraad af. Om daarna hamsterend met de rest toe te komen tot Sinterklaas. Toen wist hij wél wat goed voor hem was. Zou hij het nu ook kunnen met de koekjestrommel? En wat als de koekjestrommel leeg is? Ik besluit dat hij nog niet klaar is voor de volledige machtsoverdracht.
”Jij bent de baas over de koekjestrommel. Vanaf nu… tot hij leeg is.”

De Wakkere Papa

Geldwolf

wapa 21 maartKen je Dagobert Duck nog? Zie je de tekenfilmheld met dollartekens in zijn ogen voor je, letterlijk zwemmend in het goud in zijn gigantische kluis? Wel… precies zo zit mijn oudste zoon op de over de vloer uitgespreide inhoud van zijn spaarpot.
”Waarom doe je dat?” vraag ik.
”Wat?” zegt hij nonchalant.
”Je spaarpot op de grond uitgieten en
erbovenop gaan zitten,” zeg ik.
”Oh… ik tel mijn centen.”
Hij telt zijn centen… en ik weeg mijn kansen. Hoe zorg ik ervoor dat mijn zoon géén geldwolf wordt? Wat moet ik zeggen? Of zwijg ik beter?
”Opa zegt dat ik goed moet sparen voor later.”
”Voor later? Waarom?”
”Dan heb je later veel geld. Dat is toch goed, papa!”
In de namiddag gaan we naar een grote speeltuin. Mijn zonen blijven in het midden van een hangbrug plots als verlamd staan. Ze staren naar een klein parcours met elektrische autootjes… en naar de kindjes die ermee rijden.
”Papaaaa…”
”Ja jongen.”
”Mogen wij dat ook?”
”Nee jongen.”
”Maar waarom niet?”
”Euh …”
Omdat ik een hekel heb aan speelgoed op batterijen? Slechte reden. Omdat ik een hekel heb aan autosport? Helemaal fout. Daarom hoef ik hen dit toch niet te ontzeggen.
”Ik denk dat ik jullie er wél op zou laten als het gratis was,” zeg ik.
”En is het gratis?”
”Nee… maar als jij het betaalt, is het wél gratis voor mij.”
Mijn zoon kijkt me weifelend aan.
”Heb ik dan nog centen in mijn spaarpot?” vraagt hij.
”Ja hoor”, zeg ik. ”Alleen een beetje minder. Maar dat is ook waar geld voor dient.”
”Waarvoor dan?”
”Om iets te kopen voor jezelf of iemand anders. Iets wat je nodig hebt of wat je héél graag wilt.”
”Ik wil dit!” roept mijn zoon uit.
En dus racen hij én zijn kleine broer gedurende drie minuten op het circuit. Kleine broer heeft geen spaarpot, dus grote broer trakteert. Papa schiet het geld voor en de gulle schenker geniet drie keer: één keer van het rijden, een tweede keer omdat hij het zelf betaald heeft, en nóg een keer omdat hij zijn broer op iets leuks heeft getrakteerd. ’s Avonds zijn we nog maar amper terug thuis, of hij staat met zijn spaarpot voor mijn neus.
”Ik wil jou terugbetalen!” zegt hij triomfantelijk.
We halen het hele bedrag cent voor cent uit zijn spaarpot. Heel even kijkt hij sip, maar dan haalt hij zijn schouders op. Hij wil het geld niet meer hebben, om er op te zitten of in te zwemmen. Hij wil er iets mee dóen. Iets moois, iets waardevols. Rijkdom in zijn leven, niet in zijn spaarpot. Papa haalt opgelucht adem. Géén geldwolf!

De Wakkere Papa

Geven… tot je overloopt

Afbeelding”Mag ik drinken papa?”
”Even wachten, jongen.”
We zitten aan tafel. ’s Avonds. Na een woensdagnamiddag. Een leuke namiddag. Zwemmen. Koekje kiezen. Drankje kiezen. Kijken naar de bussen op de terugweg. Stoppen bij een winkel. Samen boodschappen doen. Tijd nemen om samen boodschappen te doen. Yoghurt kiezen. Tijd nemen om yoghurt te kiezen. Banaan eten in de winkel. Samen wegen. Samen eten. Stoppen om naar de trein te kijken. Al een yoghurtje opendoen. Proeven. Langs de speeltuin. Papa heeft een boek bij. Papa heeft geen tijd voor een boek. Er wordt getrokken voor de schommel. Ruzie. En nu moet er geduwd. Papa vind het niet zo erg, alleen maar een beetje. Het was toch leuk geweest, even lezen in de zon. Maar de zon gaat onder. Naar huis. Boodschappen uitpakken. Zwemgerief ophangen. Was ophangen. Afwasmachine uitladen. Kippen eten geven. Samen bloem wegen voor een brood. En boter. Fruit kiezen. Schillen. Milkshake maken? Mikshake maken! Met een rietje? Rietjes zoeken. Laatste rietjes. Op boodschappenlijst schrijven. Boekje lezen. Onder een dekentje. Kiezen wat we gaan eten. Samen beslissen. Groentes schillen. Eten maken. Tafel dekken. Samen tafel dekken. Glazen pot gevallen. Snel opkuisen. Erwten en scherven door elkaar. Vinger snijden. Vuur afzetten. Pleister halen. Lichte hoofdpijn voelen. Eten maken. Aankondigen dat het bijna klaar is. En het nog eens zeggen. Eten op tafel. ”Aan tafel” zeggen. Nog eens ”aan tafel” zeggen. Toestaan om het allerlaatste spel nog af te maken. Eten alvast opscheppen. Drinken geven.
Ik neem het water.
”Maar wij hebben nog niets speciààls gehad?!” Mijn zoon is boos. Verontwaardigd. Verwend? Hij heeft nog niets speciaals gehad… Vergeten is het zwemmen. De stops onderweg. Vergeten het tijd nemen om te winkelen. De milkshake. Het schommelen. Het boek. Het rietje.
Ik voel boosheid opwellen. De kan hangt boven het glas. Maar plots doet mijn arm iets anders. De kan hangt boven het hoofd van mijn zoon. Ik giet. En ik geniet. Ja… ik beken, ik geniet van het gieten.
Ontzetting op het gezicht van mijn zoon. Zijn broer schiet hem te hulp.
”Papa is stout!”
Ik kom terug tot mezelf. Mijn woede is op slag verdwenen. Net zoals de hoofdpijn. Ik troost mijn kletsnatte zoon. Hij druipt van de tranen en van het water. Ik leg het uit. Ik heb het hem al zo vaak gezegd. Dat ik daar boos van word.
”Nog niets speciaals gekregen”, stel je voor.
Natuurlijk mag hij nog meer speciale dingen vragen. En dat bedoelde hij ook: ”Mag ik een speciaal drankje, in plaats van water? Appelsap. Of appelsien.” Maar ik had deze namiddag al te veel gegeven. En te weinig aan mezelf. Er was een waarschuwing. Hoofdpijn. Maar ik negeerde het. Dat ”niets speciaals gekregen”, was de druppel… die de kan deed overlopen over het hoofd van mijn zoon!
”Papa is stout geweest!”
Ik zeg dat het waar is. Dat ik dat niet mocht doen. Dat het niet opnieuw mag gebeuren. Maar dat ze desondanks toch NIET als straf een even grote kan over mij mogen uitgieten. Ik leg uit waarom ik plots zo boos werd dat mijn arm goot.
”Nog niets speciaals…”
Ik vraag om dat in de toekomst niet meer zo te zeggen. Ik haal droge kleren. Ik schenk water in. Ik hou de kan boven het hoofd van mijn andere zoon. We lachen samen. We herhalen dat het niet mag. En ik zeg dat ik volgende keer wél een boekje wil lezen bij de speeltuin.

De Wakkere Papa

Schiet eens in je slappe lach

ImageIk zit met een vriend rond het bad. Mijn zonen en zijn dochter zitten erin. Het is een groot bad, in een kleine badkamer, dus het duurt niet lang voor alles nat is, inclusief de papa’s. Dat vind ik prima. Gezellig. Maar mijn vriend vindt het minder grappig. Hij heeft een kostuum aan. En hij is over het algemeen minder vatbaar voor humor.
Ik spoel de haren van de kinderen met een grote kan. Daarna mogen zij mijn haren spoelen. Er wordt gemorst. Verdacht veel zelfs. Ik vind het niet heel erg. Maar terwijl onder mijn kleren het water over mijn rug en benen tot aan mijn enkels druipt, keren de kinderen zich tegen een nieuwe vijand. Mijn vriend krijgt een volle kan water in zijn kraag. Ongevraagd en zéker zonder toestemming.
Het jammere aan de truc met de slagroomtaart? Je ziet het gezicht van het slachtoffer niet. Ik zag het gezicht van mijn vriend wél. En ik zal het niet snel vergeten. Ik krijg er nog altijd de slappe lach van. Toen dus ook al. Ik voelde onmiddellijk het gevaar. Dus draaide ik me weg en vluchtte proestend naar de gang, terwijl mijn vriend zijn dochter hardhandig uit het bad verwijderde. Mijn zonen liet hij gelukkig ongemoeid.
We hadden er later op de avond, toen de kinderen sliepen, een lange discussie over. Maar ik blijf bij mijn standpunt. Snel in de lach schieten, en daar werkelijk niets aan kunnen doen, is een basisvaardigheid voor élke ouder.
Want kon het op dat moment nog erger worden? Nat is nat. Daar helpt geen boos zijn meer aan. En natuurlijk moeten we onze kinderen leren zich te beheersen. Om eerst te kijken: ziet deze papa dat zitten? Of is alleen die andere zo gek? Maar dat kon ook nadat we er allemaal samen eens hartelijk om gelachen hadden. Toch? Als je daar zit, druipend van het badwater, heb je als papa twee mogelijkheden. Je kunt als een opgespannen veer uit je druipnatte sloffen schieten. Maar je kunt ook heel even wachten. Nog niet reageren. Jezelf in gedachten zien. De spanning van het moment voelen. Voelen dat die kinderen ook meteen beseffen dat ze over de schreef zijn gegaan. En dan ontspannen. En heerlijk in de lach schieten. Dat eigenlijk niet willen. Maar er niets aan kunnen doen. Samen lachen. En vervolgens, na dat heerlijke moment, de kinderen duidelijk maken dat ze zich toch nog een beetje beter moeten leren beheersen.

De Wakkere Papa

Oerkracht

ImageIk heb hier al veel verteld over mijn oudste zoon, maar nog amper iets over de jongste. Hij is al bijna drie jaar. Het is me nu pas opgevallen dat ik weinig over hem schrijf. En ik weet ook meteen waarom…
Mijn oudste zoon ’pakt’ perfect met woorden op papier. Met zijn fantasie, zijn sluwe plannetjes en wijze uitspraken. Mijn jongste zoon op papier? Dat lukt gewoon niet. Want alles aan hem beweegt. De hele tijd. Stil zitten is onhaalbaar en ook zijn wereld staat nooit stil. Hij merkt alles op, geluiden nog het meest. Als de wind één vleugje van het belgeluid bij de overweg kilometers verder, tot bij ons blaast, is hij de enige die het gehoord heeft. ”Trein papa.” ”Ik hoor niets.” ”Trein!” ”Ja?… Jaah!” En lang voor die auto met Indische Bangra-muziek langs ons huis rijdt, staat hij al mee te deinen op het ritme. Niets ontgaat hem. En alles zet hem in beweging.
Het is prachtig om naar zo’n kind te kijken. Lopen is nooit lopen. Het is rennen! Erop af gaan ook al is het nergens heen. Zijn gezicht is nooit zomaar alleen maar zijn gezicht. Je kan er meteen zijn hele stemming op lezen. Alles spettert en spat aan hem. Helaas ook aan tafel.
Want de dimmer op zijn energiepeil kan hij zelf nog niet bedienen. Stil zitten en eten? Twee minuten. Maximum. Zijn honger is groter. Dus danst hij op zijn stoel. Of hij staat plots naast mij, met een druipende lepel soep in zijn knuistje. ”Hey papa!”
”Daar hebt ge toch uw werk mee”, zeggen velen.
”Het is een fantastisch kind”, zeg ik dan. ”Maar wel een arbeidsintensieve.”
Veel fysieke arbeid. Achter hem aanlopen. Hem weer op zijn stoel zetten. Zijn oudere broer levert dan weer veel meer kopzorgen op. Werk voor het hoofd.
Mijn jongste zoon heeft sterke armen nodig. Iemand die hem vasthoudt. Zodat de tomeloze energie even kan stoppen. Heel geleidelijk leert hij dat ook zelf. Beheersing. Niet kloppen in papa zijn gezicht. Lepel rustig naar de mond. ”Goed Linus! Zonder morsen! Zo moet papa minder kuisen!” Maar dan trekt hij de lepel triomfantelijk uit zijn mond en spat de soep alsnog over tafel.
Ik heb een tijd lang van hem hetzelfde verwacht als van zijn meer beheerste broer. Maar dat was niet alleen oneerlijk, het is onhaalbaar. En zelfs helemaal niet wenselijk. Je zou kunnen zeggen: het is sterker dan hemzelf, maar het is genuanceerder. Want die uitbundigheid, dat nooit stilstaan, die tomeloze energie… dat is juist absoluut zijn sterkste zelf. Zijn grote oerkracht. En die wil ik niet beschadigen. Niet alleen omwille van hemzelf, maar omwille van iedereen. Want uitbundige mensen kunnen we gebruiken in de samenleving. Dus koester ik mijn fel manneke, mijn stralende zon, mijn spetterende spat. En breng bij deze ode aan zijn oerkracht!

De Wakkere Papa

Broers

Image”Waar is broers?” Het is de allereerste vraag, altijd en overal. Of ik nu mijn jongste zoon van drie jaar na zijn middagdutje uit bed haal, of ik haal mijn oudste zoon af aan school, terwijl de jongste nog ligt te slapen. Ze vragen het allebei meteen: ”Waar is broers?” Want ja, het zijn ook écht broers.
Op school zijn ze zelden samen. Ook niet op de speelplaats. Maar de knuffels en kusjes na de laatste schoolbel liegen er niet om. Ze horen bij elkaar. En natuurlijk doen ze graag eens iets zonder de ander. Dat is in elk koppel zo! Maar na een tijdje voelen ze zich toch niet meer helemaal volledig. Ze missen iets. ”Waar is broers?”
De broers slapen samen in één bed. Ze vallen ver van elkaar in slaap. Ieder op zijn eigen kussen. Maar ga ik voor mijn eigen bedtijd nog eens snel naar hen kijken, dan liggen ze soms als lepeltjes, soms met de hoofdjes bij elkaar, soms met handjes op elkaars buikje. Ik heb twee totaal verschillende zonen. Maar net daarom hebben ze zoveel aan elkaar. De jongste kijkt hoe zijn broer geduldig tientallen knikkers één voor één als een file door de kamer schuift. Fantasie, geduld… De oudste kijkt hoe zijn jongere broer op een feest waar ze niemand kennen, onmiddellijk tussen de benen door op het springkasteel af stormt. Onverschrokkenheid, uitbundigheid… Ze léren van elkaar. Ze maken datgene wakker in elkaar wat zonder broer verstopt was gebleven.
Ze zorgen voor elkaar. Ze geven kusjes en wrijven elkaars handen af, als ze vallen in de tuin. Ze delen met elkaar. Zoals die keer, alleen met de jongste in de winkel. Hij krijgt een snoepje. Ik moet het in twee stukken trekken. ”Broers wil dat ook eten. Wij gaan dat straks geven, hé?”
Natuurlijk is het soms moeilijk.
Er zijn wel eens tegengestelde belangen. Of ze willen aandacht van dezelfde persoon… op hetzelfde moment. En daar komt dan ruzie van. Maar de liefde is onvoorwaardelijk. Ze zijn voorlopig nooit lang boos op elkaar.
Een paar uur geleden. Ik sta in de keuken te koken. Uit de woonkamer klinkt gekrijs van twee broers. Het is al de hele namiddag moeilijk. Allebei moe. Allebei een slechte dag. Eerst laat ik ze maar doen, onder elkaar. Maar na een tijd wordt het kabaal me te veel. Ik storm binnen. ”Stop nu toch eens met elkaar lastig te vallen!”
De broers liggen helemaal in elkaar verstrengeld op de grond.
”Wat zijn jullie toch aan het doén?”, vraag ik.
”Wij zijn aan het vechten.”
”Ja! Vechten!”
Twee guitige gezichtjes kijken me onschuldig aan. Zoals alleen échte broers samen guitig en onschuldig kunnen kijken. Ik draai me lachend om, ga naar de keuken en laat ze verder maar… onder broers.

De Wakkere Papa

Nog een kermisje!

Wakkere papa 10 januari 2014Er staat een kermisje in onze wijk. Een oude, houten draaimolen. Een mini-eendjesvisserij. En dan wat stalletjes: blikken omverwerpen, touwtje trek, hamertje klop en andere klassiekers. Het is een wijkinitiatief van de stad. Uiteraard werken wij daar met plezier aan mee!
Dus gaan we elke dag minstens eventjes langs. Onze oudste van vijf blijft niet lang zitten op de draaimolen. Hij gaat liever langs de andere stalletjes zwerven. Maar onze jongste van twee krijgt er niet genoeg van. Hij blijft maar draaien. En hij is lang niet de enige. De kinderen kunnen het nauwelijks geloven.
”Mag ik nog eens mama, alsjeblieft …”
”Doe maar! Blijf maar zitten!”
”Echt waar?”
”Ja-ha! Echt waar!”
Glunderende ogen op paardjes, beertjes, honden en in koetsen. Maar ook langs de kant. Want ik heb maar zelden zoveel gelukkige mama’s en papa’s bij elkaar gezien. En geef toe, het maakt ook een verschil. In plaats van de centen te tellen die je al kwijt bent en je schrap te zetten voor de verongelijkte, publieke protesten na het snelle einde van een nochtans prijzig ritje, kan je gewoon lekker genieten van het plezier van je kinderen. Want ja-ha! Het is allemaal gratis! GRATIS!
Onze jongste schuift bij elke stilstand één plekje door. Vanaf dag twee neem ik mijn fototoestel mee. Twinkelende oogjes in een mooi decor. En hij zit eindelijk eens lekker stil! Onze oudste vist en vist intussen tot er geen eendje meer op het water drijft.
Bij de échte kermis gaan de gesprekken onder ouders vooral over geld. Dat is toch mijn ervaring. Hoeveel wilde je besteden? En hoeveel zit je daar al over? Je verliest sowieso. Ofwel verlies je je waardigheid omdat je kind zich, compleet overprikkeld door alle drukte en keuzes, woedend op de grond gooit omdat je weigert hen meer, meer én nog meer te laten doen. Ofwel geef je toe aan alles, en kom je thuis met lege zakken en je handen vol onbruikbaar speelgoed.
Hier komen ouders ontspannen samen. De kinderen kunnen zonder tijds- of keuzedruk hun ding doen. En de ouders maken een praatje, genieten van hun genietende kinderen en blijven nog een rondje.
”Papa … wij willen naar huis!”
”Nu al?”

De Wakkere Papa

Spoed

ImageIk word wakker. Zwetend. Voor de dertiende keer deze nacht. Telkens hetzelfde beeld op mijn netvlies. Een kindervoetje, maat 27, geklemd tussen het wiel, de remblokken en het kader van mijn fiets. Ik krijg het niet los. Ik zie een wonde. Ik wil niet nog meer letsels door te forceren. Ik heb geen sleutel om het wiel los te draaien. Er is ook geen tijd. Een toegesnelde voorbijganger houdt de fiets vast. Aan een ander heb ik mijn jongste zoon toevertrouwd. Mijn oudste zoon is het slachtoffer.
Ik zie een stuk paars vel. Dat voetje moet eruit. Ik draai voorzichtig het wiel in de ene richting, en het schoentje in de andere. Het voetje komt vrij. Het opgehoopt bloed spat in het rond. We schrikken. Ik kijk naar de wonde. Ik geloof dat ik een bot zie. Maar ik kijk niet lang. Ze zullen wel kijken in het ziekenhuis.
“Kan je je voet bewegen?”
De vraag geeft hem en mij de indruk dat ik weet wat ik moet doen in deze situatie. Ik ben blij dat hij ‘ja’ zegt, uiteraard.
In het ziekenhuis wordt hij geprezen om zijn flinkheid. Er zit een gat ter grootte van een pingpongbal in zijn enkel, maar hij geeft geen kik. Ik vraag of hij bang is. Nee. Geschrokken? Boos? Droevig? Nee. Ik vraag of het allemaal te veel is, zodat hij niets meer kan voelen? Ja. Ik zeg dat hij mag wenen. Hij weent niet. Ik hou ook mijn tranen in. Ik zou misschien beter het goede voorbeeld geven en tranen de vrije loop laten. Niet opkroppen. Maar ik doe het niet.
Ik probeer alles zo bevattelijk mogelijk te maken voor de twee jongens. Wat gaat er gebeuren? Wanneer? Met wie? Ik doe mijn best. Maar (of want) ik voel me de slechtste papa van de wereld. Die fiets … dat was een test. Een nieuw systeem. Ik had er niet genoeg over nagedacht. Had niet zoveel risico mogen nemen. Ik wist dat dit kon gebeuren. Dat die voetjes…
Dus word ik wakker. Zwetend. Een veertiende keer. Het is te laat om iemand te bellen om te vragen of ik een slechte papa ben. En om mijn verhaal te kunnen doen en die ingehouden tranen toch maar even te laten lopen. Ik weet het.. er is niet eens een breuk. Het is maar een kleine operatie. Eén nachtje ziekenhuis. Een paar spatten bloed. Maar het hele voorval, die paar uren op de toppen van mijn tenen hebben toch wel wat van me gevergd. En dat voel ik nu. De oudste is met zijn mama in het ziekenhuis. Onze jongste slaapt. Iedereen slaapt. Gelukkig kan ik mijn verhaal kwijt aan de bondslezers.

De Wakkere Papa

Wakker geschud

Ik wandel met mijn twee jongens door de straat. ’t Is te zeggen… Zij fietsen en ik ren achter hen aan. We zijn op weg naar de bakker. Het is zondagochtend, het uur waarop vroege vogels en late uitgaanders elkaar op straat tegen het lijf lopen. Op de bank bij de bushalte ligt een jonge man te slapen. ”Brood… neus!”, roept mijn tweejarige zoon.
Er komt beweging in de man. Ik maak een verontschuldigend gebaar. Hij kijkt met vermoeide ogen terug. ’Klimaat-verandering – NU!’ lees ik op zijn T-shirt. Verandering is inderdaad dringend nodig. Ik knik dus vriendelijk.
”Wat is er kerel?”, lalt hij.
”Oh… niets… sorry”, probeer ik weg te komen. Foute strategie.
”Wat denkt gij nu… kerel. Ge denkt dat ge geweldig zijt. Met uw kinderen op stap. Naar de bakker. Taart eten, chocomelk drinken… Ge denkt zeker dat ge veel voor uw kinderen doet?”
”Dat denk ik wel ja”, zeg ik. Weer de foute strategie.
”Dat denkt ge wel ja… Maar later erven zij een kapotte wereld.”
Ik kijk smekend naar mijn kinderen. Als zij verder rijden, moet ik hen volgen. Maar voor één keer laten ze me rustig de tijd om een gesprek te voeren. Ze volgen, van op afstand, vol interesse.
”Wel… in elk geval ben ik nu te voet op weg naar de bakker.”
”Te voet naar de bakker… ja. Te voet. Maar als uw moeder met de auto naar de bakker gaat… steekt ge dan haar banden plat? En als uw beste maat elk weekend het vliegtuig neemt om te gaan fuiven op een Spaans eiland… Slaat ge dan op zijn smoel?”
”Wel…”, zeg ik. Maar hij laat me niet uitspreken. Niet dat ik anders zo snel een reactie klaar had gehad.
”Zijt ge ooit gaan betogen? Zet ge de politiekers onder druk? Gij die zoveel doet voor uw kinderen? Hebt ge dat niet voor hen over?”
Ik kijk wanhopig naar mijn jongens. Maar de redding komt van achter mijn rug. Een lijnbus zwenkt de hoek om en stopt. De man stapt in. Oef… Ik staar de bus nog even na.
”Hmmm… brood!”, zegt mijn jongste.
Nu ruik ik het ook. De dag gaat verder, maar toch blijft er ook een slechte nasmaak van dit gesprek hangen. Ergens… ergens heeft deze man gelijk natuurlijk. Ik kan wel zeggen dat ik veel doe voor mijn kinderen. Dat ik hen heel veel probeer mee te geven. Maar hoeveel hebben ze daar nog aan als ze straks een wereld erven die minder en minder leefbaar wordt voor de mens. Op welke fronten ligt mijn verantwoordelijkheid als vader? Op welke fronten neem ik mijn verantwoordelijkheid op. En op welke niet? Of kies ik gewoon de fronten die me het best uitkomen? Ik overweeg een trip naar Brussel in plaats van mijn volgende vrije woensdag met de kinderen. Een trip naar een betoging. Met een baksteen in mijn tas. Ik wik mijn politieke ambities. Ik overweeg een gigantische gift aan Greenpeace. Het wordt een lange nacht…

De Wakkere Papa

Het rode gevaar

ImageHij komt… Hij komt. De Sint met heel zijn gevolg. Hoera in mineur… Want eerlijk gezegd: de last die hij meebrengt, weegt soms zwaarder dan de pakjes!
Neem nu onze oudste van vijf. Wekenlang slapeloze nachten. Niet van de spanning. Niet uit nieuwsgierigheid. Maar om het volgende: de juf heeft gezegd dat Sinterklaas tegenwoordig niet meer door de schoorsteen raakt, want wie heeft nu nog een functionerende schoorsteen? Daarom heeft de heiligman een speciale sleutel van alle huizen om zijn pakjes af te zetten. En nu vreest onze oudste dat Sinterklaas na het afleveren van zoets en goeds, misschien en passant ook wel eens ons huis zou kunnen leegroven. Hij staat erop dat we de computer, de iPod én zijn knikkerbaan elke avond verstoppen. Nu… voor wie mijn zoon paranoïde vindt: stel je voor dat de burgemeester oproept om je deur open te laten tijdens die bepaalde nacht omdat een man met een baard dan allerlei kado’s komt brengen. Ga jij er dan met een gerust hart op in?
Het probleem is niet Sinterklaas zelf. Het zijn al die verschillende verhalen en gewoontes. Iedereen doet er zijn eigen ding mee. Sommigen kaderen de Sint heel religieus. Anderen willen hem ook voor niet christelijke kinderen toegankelijk maken. Sommigen gebruiken hem als dekmantel om op een gemakkelijke manier braafheid af te dwingen. Anderen gaan helemaal op in fantasieën over daken en paarden, boten en Pieten.
Dit jaar dachten wij het geschikte Sinterklaas-praatje voor ons gezin gevonden te hebben. We spreken over het feest van Sinterklaas. En over een geheim tussen de ouders en de Sint. De mama’s en de papa’s weten hoe Sinterklaas zijn zaakjes regelt. Maar we verklappen niets. Het is een geheim. Zo is onze oudste een beetje gerustgesteld: mama en papa weten wat er ’s nachts in ons huis gaat gebeuren. Dan zal het wel in orde zijn. Dan mag die Sint best wel een sleutel hebben.
Maar nog geen dag later kwam hij toch weer thuis met een hoop vragen.
”Papa, ik ben toch niet stout?” vroeg hij.
”Wat bedoel je met stout?” polste ik. Maar daar ging hij niet op in. Bij sommige kindjes uit de klas is de Sint al drie keer geweest. En bij mij nog geen enkele. En oma zegt…”
”…dat de Sint niet komt bij stoute kindjes!”
Dat wist ik nog heel goed… uit mijn eigen kindertijd! Maar zie je de problemen met al die verschillende versies? Dringend tijd om afspraken te maken onder ouders. Of misschien kan de Sint zelf twee stenen tafels met regels uit de schoorsteen laten vallen. Desnoods in chocolade.

 De Wakkere Papa