Alles is haalbaar

wapa 12 sept [Converted]”Wij gaan een snoephuis bouwen!”
Mijn zonen paraderen voorbij. De kleinste van drie draagt de snoeppot. De grootste draagt een speelgoedhuis. In de tuin van het huis staat een pot suikerstroop, beton voor zoetbekken. Ik schraap mijn keel. De stoet stopt niet.
”Jongens…”
”Ja!”
Twee guitige gezichten.
”Wat zijn jullie van plan?”
Twee verbaasde gezichten.
”Wij gaan een snoephuis bouwen.”

Ik ben niet akkoord, maar ik wil hen niet helemaal teleurstellen in hun aandoenlijke enthousiasme en potige ondernemingszin.
”Waar hebben jullie eigenlijk zin in? Eten of bouwen?”
”Bouwen!”, zeggen ze allebei. ”En dan opeten!”
”Ok… dan gaan we bouwen én eten. Maar géén snoep vandaag. En die stroop mag ook terug in de kast.”
Nu we weten dat het bouwen en eten belangrijk is, en niet zozeer wát we precies eten, kan de zoektocht naar alternatieve bouwmaterialen beginnen! We snijden stukjes appel en peer tot baksteen. Pompoenpitten blijken perfect als dakpannen. Een buisvormig koekje wordt de schoorsteen. Het vergt wat experiment om een plakkerig mengsel samen te stellen, maar bramenconfituur, honing en een wolkje bloemsuiker blijken een wonderlijke combinatie om alles aan elkaar te bevestigen. Zelfs het speelgoedhuis mag terug op haar plaats. Geen prefab hier! Wij bouwen alles zélf!
Het wordt een heerlijke ochtend. We bouwen en proeven,
renoveren en degusteren. Ons snoephuis wordt uiteindelijk een typisch Vlaamse mix van stijlen en materialen, bijgebouwen inbegrepen! Maar bijna alles is gezond, dus zegt er niemand ”stop”. Integendeel: het huis is zo groot, dat buurjongens erbij moeten komen om alles op te krijgen.
Mijn jongste zoon onthoudt vooral ons groene betonmengsel. De oudste onthoudt het samen bouwen én eten met zijn snel bij elkaar geroepen vriendjes. Ik onthoud een vraag: ”Waar hebben jullie eigenlijk zin in?” En ja hoor. ’s Avonds komt ze alweer van pas.
”Papa, heb je mij nu al ingeschreven bij de voetbalploeg?” vraagt de oudste.
Ik zucht. Twee trainingen én een match per week. Ik vind het wat veel voor een zesjarige. Wel… vooral voor die papa dan, die overal mee naartoe moet rijden. Maar hij zeurt er nu al weken over. En ik weet niet hoe ik hem kan… ok dan… ompraten.
”Wat wil je eigenlijk echt? Wat vind jij zo leuk aan voetbal?” vertaal ik mijn vraag van vanochtend.
”Lopen, op de grond vallen, samen spelen, tegen een bal sjotten, wedstrijdjes doen, winnen!”
”En zijn er nog meer dingen die je graag doet?”
”Klimmen, andere dingen met een bal, andere spelletjes,… ik doe heel véél graag hoor, papa!”
”Dus als ik een plek vind waar je dat allemaal kan doen, dan ga je liever dat doen en geen voetbal?”
”Mja… ja!”
Ja? Ja! Ik hoor het goed! Halleluja, het hoeft geen voetbal te zijn! Het mag ook iets zijn dat minder druk legt op papa en mama. Jeugdbeweging, omnisport,… of een voetbalclub die één keer per week traint. Waarom heb ik dit niet eerder gevraagd? Wat wil je eigenlijk écht? En plots blijkt elk antwoord… haalbaar.

De Wakkere Papa

Kusje geven

wapa 15 aug [Converted]Ik zit op het terras bij de buren, met een glas. We kijken uit over de tuin en onze spelende kinderen. Achteraan, ver van ons, wordt er gevoetbald. Vooraan vist mijn driejarige zoon samen met zijn enkele maanden jongere vriendinnetje, takjes uit het gras. Na een avondlijke zwempartij in het plonsbadje, zitten ze in hun blootje op hun hurkje, de hoofdjes half naar elkaar, half naar de grond gericht. Je merkt het al aan de verkleinwoordjes: extreem hoge schattigheidsgraad. Dus valt het gesprek van de volwassenen stil. En kijken wij vertederd.
Dan draaien plots de hoofdjes, en met op de achtergrond de ondergaande zon, geven onze twee prille kleuters elkaar een vurige kus op de mond.
”Marie!” roept de buurman. Zijn vrouw begint te giechelen. Onze kinderen schrikken op. Ze draaien zich in verbaasde onschuld naar ons toe. Er ligt iets gekwetst in hun blik. Dat raakt me. Ik ga aan het denken. Een paar jaar verder, wanneer jongens en meisjes elkaar na een pauze van tien jaar weer leuk mogen vinden: zouden ze bij hun eerste puberale kus, met de kamerdeur op slot, toch plots opschrikken en een blik op zich gericht voelen die er niet is? Zouden ze voor de rest van hun leven ietwat onzeker blijven over tederheid en seksualiteit: ’Is het iets verkeerds wat ik wil of, godbetert… doe?’
Want of je het nu afkeurt (”Marie!”) of er doodgewoon de aandacht op vestigt (”giechelgiechel”). Van iets wat vanzelf kwam, een spontane en complexloze uiting van liefde, maakten we iets dat opviel en beoordeeld wordt. En aangezien die twee kleintjes niet precies begrepen wat ze mis of bijzonder deden, blijft het voor hen nog meer hangen. In het slechtste geval tot ze op hun sterfbed beseffen: ik heb in mijn leven precies ergens een belangrijke trein gemist.
Nu… zoals gewoonlijk is het heel gemakkelijk om te zeggen wat er niet goed is aan de ouderlijke acties van de ander. En alles tot extreme proporties in lengte van jaren uit te vergroten. Maar ikzelf… zat met mijn mond vol tanden. Want aan de ene kant denk ik: wat is het probleem? Kleuterzwangerschap? Dat zie ik ook niet direct zitten. Maar verder? Het is moeilijk om af te bakenen welke vormen van tederheid voor welke leeftijd zijn weggelegd. Kus op de mond? Tongkus? Aai over de wang? Aai over de buik? Aai tussen de benen? En als ze dan toch aan de verboden vrucht zitten, wat is dan een gepaste reactie voor een ouder?
Het lijkt er nog het meest op dat we hopen dat ze het maar ergens achter een muurtje gaan doen. Want we weten niet goed wat zeggen of doen. We gniffelen eens, roepen hun naam of hebben simpelweg geen reactie in huis. Maar dat vind ik, als wakkere papa, eigenlijk te mager. Leerkrachten seksuele opvoeding: voed ons op!

De Wakkere papa

Opgebrande papa

Op een dag sta ik op, te moe om te kijken hoe laat het is. Te moe om me af te vragen welke dag het is. Het maakt ook geen verschil. Er is geen verschil tussen de dagen. Niet voor mij. Niet vandaag. Er staan kinderen naast mijn bed. Maar ik kan geen papa voor hen zijn.

“Jij bent ziek, papa,” zegt onze oudste.

Ik hoor zijn woorden, maar ze dringen niet door. Laat staan dat ik antwoord. Ik ga wél naar de dokter. Op de bus staar ik uit het raam. Bij de dokter ook. Zij onderzoekt. Dan kijkt ze onderzoekend.

“Jou mankeert niets fysieks,” zegt ze. “Ik maak me zorgen om jou.”

Ik zwijg.

“Wanneer ik andere mensen zoals jij nu zie, dan wil ik dat ze twee weken thuis blijven van hun werk, om te beginnen. Maar ik weet niet of daar jouw probleem ligt. Moet ik jou dan twee weken óverwerk voorschrijven? Twee weken minstens een volledige dag weg van het huishouden, van de kinderen?”

Voor wie bezorgd is over de wakkere papa. Dit was een fantasie. Niet echt dus. Nog niet. Ik zie het wel op me afkomen, na alweer een dag waarin ik enkel papa en huisman was. Enkel dat. Van ontwaken tot kinder-bedtijd … papa. Daarna de dag opruimen. Als het kan nog wat rekeningen betalen. Nog een was doen. De toiletten kuisen. En dan plof ik in de zetel. Eindelijk even voor mezelf. Maar zo is het niet. Want papa moet rusten en de huisman moet rusten. Maar een ander stuk van mezelf wil nog lezen, muziek spelen, een stukje over de wakkere papa schrijven. Maar die huisman en die papa hebben geen sprankeltje kracht, geen schijntje aandacht, geen druppeltje geduld meer overgelaten.

Plots zie ik het heel helder: het is niet goed zo. Dit blijft niet goed gaan. Enkele edities geleden schreef ik in deze rubriek de titel ‘geven geven geven … gieten’. Ik had die dag te veel gegeven, en goot water over mijn oudste zoon zijn hoofd. Oeps … Maar de volgende stap is erger: geven, geven, geven … burn out.

Ik wil er áltijd staan voor mijn kinderen. Dat doe ik graag. Maar er zitten ook andere stukjes in mij, die heel andere dingen willen. Heeft er iemand een idee hoe ik dat waar kan maken? Kleine details? Slimme trucs? Ik probeer ze de volgende weken uit! Wie weet staan ze al in de volgende editie van de bond te lezen!

De Wakkere Papa

Gevaar op de weg

wapa 27 juni [Converted]Ik rijd met mijn oudste zoon van de kruidenier naar huis. Ik op een grote fiets. Hij op een kleine. We rijden naast elkaar, gezellig. Voor heel even… Een auto nadert ons vanuit de andere richting. Hij vertraagt niet. Hij wil niet vertragen. Er is te weinig plaats om ons veilig te kruisen, dus stuurt hij zijn auto over het voetpad langs ons heen.
”Idioot”, grom ik.
Mijn zoon kijkt opzij.
”Wat, papa?”
”Pas op!”
Maar het is al te laat. Eén auto staat bijna een halve meter uit de rij geparkeerd.  In het midden van de straat, dus. Dat ziet een kind niet,
zeker niet als hij net opzij kijkt.
”Papa… ik ben tegen die auto gereden.”
”Ja, jongen”, zucht ik.
”Dat heb ik gezien…”
Ik meet de schade op. Er lijkt er geen te zijn. Ik aarzel om een briefje achter te laten. Maar het was uiteindelijk de auto die fout stond geparkeerd. Dus fietsen we verder. Nog één bocht en we zijn weer thuis. Min of meer zonder brokken, maar toch weer met de nodige stress.
”Pas op!”
Een tegenligger schiet plots uit de bocht, en komt aan onze kant van de weg op ons af. Ik grijp met mijn rechterhand mijn zoon bij zijn kraag. Met mijn linkerhand rem ik uit alle macht, en stuur ons tegelijkertijd de stoep op. De tegenligger steekt verontschuldigend zijn hand op.
”Hey!” roep ik.
”Rustig maar… U hoeft zich niet zo op te winden.”
De tegenligger rijdt door, dus zwijg ik. Maar als ik me niet mag opwinden over de luiheid en nonchalance van andere weggebruikers die bij élke rit mijn kind in gevaar brengen, wanneer mag dat dan wel?

De Wakkere Papa

Kippenvrienden

“Papa, mogen we de kippen buitenzetten?”

“Waarom wil je dat?”

“Mogen we of niet?”

Onze vier kippen hebben al een grote ren. Maar soms laat ik ze toch nog even rond het hele huis scharrelen. Dat vind ik wel gezellig. Zij ook, en voor de kinderen is het dé hit van het moment.

“Zet het poortje maar open”, zeg ik.

Maar terwijl ik verder het eten klaarmaak, hoor ik verdacht veel gekakel uit de tuin. Net op het moment dat ik mijn hoofd uit het raam steek, zie ik drie kippen tegelijk van de grote glijbaan glijden. De vierde staat al beneden en krijgt haar vriendinnen bovenop zich in een frontale botsing. Paniek alom. Het gekrioel van snavels, vleugels en kippenpoten doet een grote stofwolk opstijgen.

Ik sluit het raam met een klap en stamp naar buiten. Ik ben boos op mijn kinderen. Maar onderweg hoor ik hun onschuldige schaterlach. Ik besef dat ze het niet begrijpen. Ze denken dat ze niets mis doen, dat kippen net zijn zoals knikkers in een knikkerbaan.

Mijn hoofd ziet de onschuld van mijn kinderen, maar in mijn lichaam zit nog boosheid. Knikkers kunnen niet bloeden, een hartstilstand krijgen of uit angst in je ogen pikken. Kippen wel, dus wil ik geen herhaling of uitbreiding van dit spel.

Ik besluit mijn boosheid te gebruiken om net dát duidelijk te maken. En het is mijn geluksdag, want één van de kippen heeft een teennagel tot bloedens toe gescheurd. Waarschijnlijk was dit al eerder op de dag gebeurd, zonder mijn kinderen in de buurt. Maar het toont mooi de kwetsbaarheid van dieren aan. Het lijkt wel een powerpoint-presentatie bij mijn preek :)

“Nu gaat de kip sterven hé papa,” zegt de jongste.

“Dat denk ik niet,” zeg ik. “Maar we moeten toch zachtjes zijn met de kippen.”

“Niet meer gooien hé.”

“Nee … niet gooien.”

En ik wil niet wéten wat hij daarmee bedoelde.

De Wakkere Papa

Bij de buren

ImageDe wijk waar ik woon, werd gebouwd in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Mooie witte huizen met een tuintje errond. Het lijkt wel een vakantiepark. Er kwamen vooral jonge gezinnen wonen… met kinderen.
”In elk huis wel vijf!” roept mijn 93-jarige buurvrouw uit. ”Toen was er hier nog leven.”
”Nu ook hoor”, zeg ik, terwijl ik haar vuilzak op straat zet.
”Bij u wel ja, gij hebt er veel! Maar de meeste jonge mensen… misschien één of twee kinders. Hoeveel hebt gij er. Vijf?”
Ik slik. Vijf kinderen?!
”Kijk maar eens in uw tuin! Eén, twee, drie, vier… zes tel ik er!”
Ik draai me verbaasd om. Maar mijn buurvrouw heeft gelijk. In mijn tuin krioelt het van de kinderen. Ik zie Jef van twee huizen verder. Julie en Merel van op de hoek. Bavo. En mijn eigen twee kinderen. Toen ik vertrok naar de buurvrouw waren ze nog alleen.
En zo gaat het elke dag in onze wijk. We hebben na school de boekentassen nog niet opzij gezet of het begint.
”Papa, mag ik bij Lies gaan spelen?”
In het begin was er nog wat onwennigheid bij de ouders.
”Heeft hij een appel gekregen? Wacht, dan geef ik er u één terug.”
”Is hij bij jullie komen spelen? Dan moeten ze de volgende keer maar hier spelen, hé.”
Nu wordt er amper nog ergens naar gekeken. In de winter zitten ze het vaakst bij Julie en Merel thuis. Daar is een voetbaltafel. In de zomer hangt het er wat van af. Elysan heeft een groot opblaasbaar zwembad. Bavo heeft een hond. Wij hebben het ruimste assortiment fietsen, steppen en trapauto’s. En de mama van Jef… die geeft het meeste snoep.
Natuurlijk zijn ze er nooit allemaal. Sommige kinderen blijven lang in de opvang. Anderen gaan na school naar de dansgroep of voetbaltraining. Maar de oorspronkelijke bewoners van onze wijk hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe, jonge generatie. En dus zijn er altijd wel ergens kinderen om mee te gaan spelen.
Ik heb net mijn kinderen naar huis gehaald om samen pizza te maken. Dat willen ze toch nog met papa doen. Maar we zijn amper begonnen… of de bel gaat.
”Mag Lies komen spelen?” vraagt haar mama.
”Wij maken pizza,” zegt mijn jongste zoon.
”Oooh,” roept Lies. ”Mijn lievelingseten!”
”Lies! Wij hebben zelf al spaghetti klaar staan, hoor,” zegt de mama.
”Oh… dat is mijn lievelingseten,” zegt mijn oudste zoon.
De oplossing is voorspelbaar. Wij bakken pizza. De mama van Lies maakt spaghetti… en komt ermee naar ons huis. Een rijk gevulde tafel, een gezellig samenzijn. Superlekker en superleuk! Een aanrader voor alle kokende mama’s en papa’s! Eén ding zijn we vergeten. Volgende keer halen we onze 93-jarige buurvrouw erbij!

De Wakkere Papa

Hemelse engelen

De peter van mijn jongste zoon geeft een aperitiefconcert in onze stad. Om elf uur. Ideale timing voor zijn petekind. Ik verwacht een volle zaal, dus zorg ik dat ik goed op tijd ben met mijn twee zonen. Dan kunnen we vooraan zitten, en is het veel gemakkelijker om aandachtig én stil te blijven … het hele concert lang.
Even denk ik dat we er als eersten zijn, tot ik besef dat we wellicht in de verkeerde zaal zitten. Een race naar de juiste locatie waar we nog nét op tijd aankomen … om op de laatste rij te zitten, met voor de kinderen enkel uitzicht op de achterkant van de voorlaatste rij. Pffff …
Voor het begint gaan we nog even naar het podium kijken. Dat is amper hoger dan de zaal. De instrumenten staan al klaar.
“Jouw peter gaat op die cello spelen,” zeg ik tegen mijn jongste zoon.
“Ik wil hier zitten,” zegt hij. En hij zit al. Aangezien nét op dat moment de muzikanten onder luid applaus van achterin de zaal naar het podium stappen, is er geen weg terug. Dus zitten we het hele concert op rij nul, op schoot bij de muzikanten.
“Zijn peter treedt op,” zeg ik nog snel verontschuldigend tegen de man naast me. Maar eigenlijk zitten we niemand in de weg. Vrije zit, toch?!
Wat volgt is hemels. Prachtige muziek en twee engeltjes van kinderen. Ze luisteren met open mond, stil als muisjes. Ik hoor enkel hun diepe ademhaling. We zitten dicht bij elkaar. Ze drukken mijn schoot plat en willen allebei hun hoofd zo dicht mogelijk bij het mijne, maar het is heerlijk om hier te zijn. Ze zijn werkelijk helemaal betoverd door de klank en emotie van het concert. Pas na meer dan een uur begint de jongste te bewegen. Ik geef hem de appel die ik speciaal hiervoor de zaal binnen smokkelde. Hij eet er geruisloos van, op uitzondering van één luide ‘skrontch’, helaas op een delicaat moment in de muziek.
“Hoe lang is het nog?”, vraagt mijn oudste zoon iets later.
“Ik denk nog ongeveer vier liedjes. Is het genoeg geweest voor jou?”
“Ja.”
En dan is het plots gedaan. Luid applaus van de hele zaal. Ook voor mijn kinderen. Want natuurlijk is de hele eerste rij opgelucht en dankbaar dat mijn kinderen hun concertervaring niet hebben verpest met gepraat en gezeur. Nu … voor wie jaloers op me is: het had even goed wél zo kunnen zijn (dat zeuren en praten bedoel ik) en zo is het vaak genoeg geweest. Maar deze ene keer zal ik nooit, nooit vergeten.

De Wakkere Papa