Opgebrande papa

Op een dag sta ik op, te moe om te kijken hoe laat het is. Te moe om me af te vragen welke dag het is. Het maakt ook geen verschil. Er is geen verschil tussen de dagen. Niet voor mij. Niet vandaag. Er staan kinderen naast mijn bed. Maar ik kan geen papa voor hen zijn.

“Jij bent ziek, papa,” zegt onze oudste.

Ik hoor zijn woorden, maar ze dringen niet door. Laat staan dat ik antwoord. Ik ga wél naar de dokter. Op de bus staar ik uit het raam. Bij de dokter ook. Zij onderzoekt. Dan kijkt ze onderzoekend.

“Jou mankeert niets fysieks,” zegt ze. “Ik maak me zorgen om jou.”

Ik zwijg.

“Wanneer ik andere mensen zoals jij nu zie, dan wil ik dat ze twee weken thuis blijven van hun werk, om te beginnen. Maar ik weet niet of daar jouw probleem ligt. Moet ik jou dan twee weken óverwerk voorschrijven? Twee weken minstens een volledige dag weg van het huishouden, van de kinderen?”

Voor wie bezorgd is over de wakkere papa. Dit was een fantasie. Niet echt dus. Nog niet. Ik zie het wel op me afkomen, na alweer een dag waarin ik enkel papa en huisman was. Enkel dat. Van ontwaken tot kinder-bedtijd … papa. Daarna de dag opruimen. Als het kan nog wat rekeningen betalen. Nog een was doen. De toiletten kuisen. En dan plof ik in de zetel. Eindelijk even voor mezelf. Maar zo is het niet. Want papa moet rusten en de huisman moet rusten. Maar een ander stuk van mezelf wil nog lezen, muziek spelen, een stukje over de wakkere papa schrijven. Maar die huisman en die papa hebben geen sprankeltje kracht, geen schijntje aandacht, geen druppeltje geduld meer overgelaten.

Plots zie ik het heel helder: het is niet goed zo. Dit blijft niet goed gaan. Enkele edities geleden schreef ik in deze rubriek de titel ‘geven geven geven … gieten’. Ik had die dag te veel gegeven, en goot water over mijn oudste zoon zijn hoofd. Oeps … Maar de volgende stap is erger: geven, geven, geven … burn out.

Ik wil er áltijd staan voor mijn kinderen. Dat doe ik graag. Maar er zitten ook andere stukjes in mij, die heel andere dingen willen. Heeft er iemand een idee hoe ik dat waar kan maken? Kleine details? Slimme trucs? Ik probeer ze de volgende weken uit! Wie weet staan ze al in de volgende editie van de bond te lezen!

De Wakkere Papa

Gevaar op de weg

wapa 27 juni [Converted]Ik rijd met mijn oudste zoon van de kruidenier naar huis. Ik op een grote fiets. Hij op een kleine. We rijden naast elkaar, gezellig. Voor heel even… Een auto nadert ons vanuit de andere richting. Hij vertraagt niet. Hij wil niet vertragen. Er is te weinig plaats om ons veilig te kruisen, dus stuurt hij zijn auto over het voetpad langs ons heen.
”Idioot”, grom ik.
Mijn zoon kijkt opzij.
”Wat, papa?”
”Pas op!”
Maar het is al te laat. Eén auto staat bijna een halve meter uit de rij geparkeerd.  In het midden van de straat, dus. Dat ziet een kind niet,
zeker niet als hij net opzij kijkt.
”Papa… ik ben tegen die auto gereden.”
”Ja, jongen”, zucht ik.
”Dat heb ik gezien…”
Ik meet de schade op. Er lijkt er geen te zijn. Ik aarzel om een briefje achter te laten. Maar het was uiteindelijk de auto die fout stond geparkeerd. Dus fietsen we verder. Nog één bocht en we zijn weer thuis. Min of meer zonder brokken, maar toch weer met de nodige stress.
”Pas op!”
Een tegenligger schiet plots uit de bocht, en komt aan onze kant van de weg op ons af. Ik grijp met mijn rechterhand mijn zoon bij zijn kraag. Met mijn linkerhand rem ik uit alle macht, en stuur ons tegelijkertijd de stoep op. De tegenligger steekt verontschuldigend zijn hand op.
”Hey!” roep ik.
”Rustig maar… U hoeft zich niet zo op te winden.”
De tegenligger rijdt door, dus zwijg ik. Maar als ik me niet mag opwinden over de luiheid en nonchalance van andere weggebruikers die bij élke rit mijn kind in gevaar brengen, wanneer mag dat dan wel?

De Wakkere Papa

Kippenvrienden

“Papa, mogen we de kippen buitenzetten?”

“Waarom wil je dat?”

“Mogen we of niet?”

Onze vier kippen hebben al een grote ren. Maar soms laat ik ze toch nog even rond het hele huis scharrelen. Dat vind ik wel gezellig. Zij ook, en voor de kinderen is het dé hit van het moment.

“Zet het poortje maar open”, zeg ik.

Maar terwijl ik verder het eten klaarmaak, hoor ik verdacht veel gekakel uit de tuin. Net op het moment dat ik mijn hoofd uit het raam steek, zie ik drie kippen tegelijk van de grote glijbaan glijden. De vierde staat al beneden en krijgt haar vriendinnen bovenop zich in een frontale botsing. Paniek alom. Het gekrioel van snavels, vleugels en kippenpoten doet een grote stofwolk opstijgen.

Ik sluit het raam met een klap en stamp naar buiten. Ik ben boos op mijn kinderen. Maar onderweg hoor ik hun onschuldige schaterlach. Ik besef dat ze het niet begrijpen. Ze denken dat ze niets mis doen, dat kippen net zijn zoals knikkers in een knikkerbaan.

Mijn hoofd ziet de onschuld van mijn kinderen, maar in mijn lichaam zit nog boosheid. Knikkers kunnen niet bloeden, een hartstilstand krijgen of uit angst in je ogen pikken. Kippen wel, dus wil ik geen herhaling of uitbreiding van dit spel.

Ik besluit mijn boosheid te gebruiken om net dát duidelijk te maken. En het is mijn geluksdag, want één van de kippen heeft een teennagel tot bloedens toe gescheurd. Waarschijnlijk was dit al eerder op de dag gebeurd, zonder mijn kinderen in de buurt. Maar het toont mooi de kwetsbaarheid van dieren aan. Het lijkt wel een powerpoint-presentatie bij mijn preek :)

“Nu gaat de kip sterven hé papa,” zegt de jongste.

“Dat denk ik niet,” zeg ik. “Maar we moeten toch zachtjes zijn met de kippen.”

“Niet meer gooien hé.”

“Nee … niet gooien.”

En ik wil niet wéten wat hij daarmee bedoelde.

De Wakkere Papa

Bij de buren

ImageDe wijk waar ik woon, werd gebouwd in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Mooie witte huizen met een tuintje errond. Het lijkt wel een vakantiepark. Er kwamen vooral jonge gezinnen wonen… met kinderen.
”In elk huis wel vijf!” roept mijn 93-jarige buurvrouw uit. ”Toen was er hier nog leven.”
”Nu ook hoor”, zeg ik, terwijl ik haar vuilzak op straat zet.
”Bij u wel ja, gij hebt er veel! Maar de meeste jonge mensen… misschien één of twee kinders. Hoeveel hebt gij er. Vijf?”
Ik slik. Vijf kinderen?!
”Kijk maar eens in uw tuin! Eén, twee, drie, vier… zes tel ik er!”
Ik draai me verbaasd om. Maar mijn buurvrouw heeft gelijk. In mijn tuin krioelt het van de kinderen. Ik zie Jef van twee huizen verder. Julie en Merel van op de hoek. Bavo. En mijn eigen twee kinderen. Toen ik vertrok naar de buurvrouw waren ze nog alleen.
En zo gaat het elke dag in onze wijk. We hebben na school de boekentassen nog niet opzij gezet of het begint.
”Papa, mag ik bij Lies gaan spelen?”
In het begin was er nog wat onwennigheid bij de ouders.
”Heeft hij een appel gekregen? Wacht, dan geef ik er u één terug.”
”Is hij bij jullie komen spelen? Dan moeten ze de volgende keer maar hier spelen, hé.”
Nu wordt er amper nog ergens naar gekeken. In de winter zitten ze het vaakst bij Julie en Merel thuis. Daar is een voetbaltafel. In de zomer hangt het er wat van af. Elysan heeft een groot opblaasbaar zwembad. Bavo heeft een hond. Wij hebben het ruimste assortiment fietsen, steppen en trapauto’s. En de mama van Jef… die geeft het meeste snoep.
Natuurlijk zijn ze er nooit allemaal. Sommige kinderen blijven lang in de opvang. Anderen gaan na school naar de dansgroep of voetbaltraining. Maar de oorspronkelijke bewoners van onze wijk hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe, jonge generatie. En dus zijn er altijd wel ergens kinderen om mee te gaan spelen.
Ik heb net mijn kinderen naar huis gehaald om samen pizza te maken. Dat willen ze toch nog met papa doen. Maar we zijn amper begonnen… of de bel gaat.
”Mag Lies komen spelen?” vraagt haar mama.
”Wij maken pizza,” zegt mijn jongste zoon.
”Oooh,” roept Lies. ”Mijn lievelingseten!”
”Lies! Wij hebben zelf al spaghetti klaar staan, hoor,” zegt de mama.
”Oh… dat is mijn lievelingseten,” zegt mijn oudste zoon.
De oplossing is voorspelbaar. Wij bakken pizza. De mama van Lies maakt spaghetti… en komt ermee naar ons huis. Een rijk gevulde tafel, een gezellig samenzijn. Superlekker en superleuk! Een aanrader voor alle kokende mama’s en papa’s! Eén ding zijn we vergeten. Volgende keer halen we onze 93-jarige buurvrouw erbij!

De Wakkere Papa

Hemelse engelen

De peter van mijn jongste zoon geeft een aperitiefconcert in onze stad. Om elf uur. Ideale timing voor zijn petekind. Ik verwacht een volle zaal, dus zorg ik dat ik goed op tijd ben met mijn twee zonen. Dan kunnen we vooraan zitten, en is het veel gemakkelijker om aandachtig én stil te blijven … het hele concert lang.
Even denk ik dat we er als eersten zijn, tot ik besef dat we wellicht in de verkeerde zaal zitten. Een race naar de juiste locatie waar we nog nét op tijd aankomen … om op de laatste rij te zitten, met voor de kinderen enkel uitzicht op de achterkant van de voorlaatste rij. Pffff …
Voor het begint gaan we nog even naar het podium kijken. Dat is amper hoger dan de zaal. De instrumenten staan al klaar.
“Jouw peter gaat op die cello spelen,” zeg ik tegen mijn jongste zoon.
“Ik wil hier zitten,” zegt hij. En hij zit al. Aangezien nét op dat moment de muzikanten onder luid applaus van achterin de zaal naar het podium stappen, is er geen weg terug. Dus zitten we het hele concert op rij nul, op schoot bij de muzikanten.
“Zijn peter treedt op,” zeg ik nog snel verontschuldigend tegen de man naast me. Maar eigenlijk zitten we niemand in de weg. Vrije zit, toch?!
Wat volgt is hemels. Prachtige muziek en twee engeltjes van kinderen. Ze luisteren met open mond, stil als muisjes. Ik hoor enkel hun diepe ademhaling. We zitten dicht bij elkaar. Ze drukken mijn schoot plat en willen allebei hun hoofd zo dicht mogelijk bij het mijne, maar het is heerlijk om hier te zijn. Ze zijn werkelijk helemaal betoverd door de klank en emotie van het concert. Pas na meer dan een uur begint de jongste te bewegen. Ik geef hem de appel die ik speciaal hiervoor de zaal binnen smokkelde. Hij eet er geruisloos van, op uitzondering van één luide ‘skrontch’, helaas op een delicaat moment in de muziek.
“Hoe lang is het nog?”, vraagt mijn oudste zoon iets later.
“Ik denk nog ongeveer vier liedjes. Is het genoeg geweest voor jou?”
“Ja.”
En dan is het plots gedaan. Luid applaus van de hele zaal. Ook voor mijn kinderen. Want natuurlijk is de hele eerste rij opgelucht en dankbaar dat mijn kinderen hun concertervaring niet hebben verpest met gepraat en gezeur. Nu … voor wie jaloers op me is: het had even goed wél zo kunnen zijn (dat zeuren en praten bedoel ik) en zo is het vaak genoeg geweest. Maar deze ene keer zal ik nooit, nooit vergeten.

De Wakkere Papa

Een hete nacht

Mijn jongste zoon van drie is al de hele dag niet in zijn sas. Zeuren, weinig eten, snel wenen. Het is vrijdag en uiteraard… net te laat om naar de huisdokter te gaan. Dus gaan we slapen met een rood oortje. De arme zieke ligt razendsnel in een diepe slaap. Maar voor hoe lang?
Van alle verantwoordelijkheden die ik heb voor mijn kinderen, vind ik die over hun gezondheid de moeilijkste. Moeten beslissen over iets waar ik niets van ken. Dat is soms een harde noot om kraken.
Een luid gekrijs haalt me uit mijn overpeinzingen.
”Nu al…”, denk ik, terwijl ik de trap op vlieg. Zelfs als hij ziek is, blijft mijn jongste zoon gewoonlijk toch minstens het eerste deel van de nacht rustig. Hij grijpt met beide handen naar zijn oren en krijst van de pijn.
Ik krijg mijn kind niet getroost. Dus blijf ik bij hem zitten. Wat nu? Een pijnstiller? Maar die doen tegelijk de koorts zakken, en misschien heeft hij net koorts nodig om beter te worden. Hoe zat dat ook alweer? Ik heb beneden een goed boek over zieke kinderen. Maar ik zit boven, en ik wil mijn kind niet alleen laten terwijl ik een kwartier naar informatie zoek die misschien niet eens bruikbaar is.
Nee… ik moet zelf beslissen. Ik alleen, want mama is er niet. Ik probeer helder te denken. Dat valt niet mee zo laat op de avond in een duistere kinderkamer én met een krijsend kind op schoot. Ik ken niets van oorontstekingen. Kan je daar doof van worden? Slaat het op de hersenen over? En heeft hij eigenlijk wel een oorontsteking? Misschien zit er gewoon een beest in zijn oor? Een schorpioen…
Ik probeer mezelf te helpen met eenvoudige vragen: moet ik nu meteen naar spoedgevallen? Nee. Geef ik een pijnstiller of niet? ik weet het niet. Hoe kan ik weten wat het beste is?
Ik ga er maar even bij liggen. Mijn gloeiendhete zoon kruipt dicht tegen me aan en grijpt zich aan mijn armen vast. Hij wordt rustiger … ik ook. We vallen samen in slaap, geloof ik. De volgende ochtend worden we laat wakker in kletsnatte lakens. Mijn zoon heeft nog de hele nacht koorts gehad, maar bij het ontwaken voelt hij zich kiplekker. Hij lijkt zelfs een beetje groter geworden. Deze hete nacht heeft hem duidelijk goed gedaan!
Ik zou triomfantelijk kunnen zeggen: ik heb de juiste beslissing genomen en gelukkig hield ik zijn koorts niet tegen met een pijnstiller. Maar de waarheid is natuurlijk anders: ik heb niet beslist… en dat draaide prima uit.

De Wakkere Papa

Aan tafel

Wakkere papa 14 april 2014”Aan tafel!”
Kinderoogjes gluren over de tafelrand. En beginnen te schitteren! Er is stokbrood en rozijnenbrood. Er is ham, kaas, dadelpasta, twee soorten honing. Drie soorten zelfgemaakte confituur:  abrikoos, aardbei en framboos. Er zijn olijfjes. Versgekookte kervelsoep, mét lettertjes. Geraspte worteltjes. Kerstomaatjes. Er zijn overschotjes pizza, gebakken patatjes en tonijntaart.
Dit wordt een feestlunch! En dat mag. Want er is bezoek. Twee stuks. Een mama en haar dochtertje. Vrienden. Bijna familie. En toch komen er grote verschillen boven. Bij uitstek aan tafel.
”Gebruik je vork!” ”Veeg je mond af!” ”Zit recht!”… De bezoekende mama deelt haar orders met luide stem uit. Mijn zonen worden niet geviseerd,  maar ze zitten er wel bij. Met een mond vol soep en een stuk pizza in de ene, een olijf in de andere hand. En met grote ogen.
”Oei… Euhm”, stotter ik. ”Wij eten nogal veel met onze handen. En mond afvegen doen we pas als we helemaal klaar zijn.”
”En recht zitten,” denk ik er nog bij, ”dat wil ik wel graag. Maar misschien toch niet zó recht. Of niet zó graag.”
”Jullie mogen eten zoals jullie willen”, zegt de mama rustig. ”Iedereen doet het op zijn eigen manier. Maar mijn dochter weet hoe ik het wil en zo wil ik het hier ook.”
Toch voelt het samen zijn rond die rijkelijk gevulde tafel plots een stuk minder feestelijk. Vergeten zijn de verwondering, de schitterende kinderoogjes, glurend over de tafelrand, de gezelligheid en de smaak. Ik vind dat echt spijtig. Want als er geen bezoek is, worden onze maaltijden ook vaak meer een gevecht over de regels dan een fijn samenzijn. Zonder tafelregels heb ik te veel opruimwerk, dan kan ik niet met mijn kinderen op restaurant. En eten ze dan wel gezond? Maar mét regels verdwijnt al snel alle gezelligheid. En dat wil ik ook niet.
Dus is het, zoals zo vaak, zoeken naar een evenwicht. Tussen regels en genieten. Tussen consequent zijn en relativeren. Tussen ontspannen glimlach en opgeheven vingertje. Tussen zoet en zuur?

De Wakkere Papa

Inne minne mutte

wapa 4 april [Converted]”Papa … waarom ben jij eigenlijk de baas?”
”Omdat jíj over sommige dingen nog niet genoeg weet om zelf te beslissen.”
”En jij weet wél genoeg?”  De onschuld van mijn oudste zoon zaagt weer eens aan de poten van mijn ouderschap. Interessant! Want weet ik het eigenlijk altijd beter? Ik breng hem en zijn broer vandaag op tijd naar bed, want ik weet dat ze morgen een drukke dag hebben. Maar is dat niet veeleer een reden om morgen vroeg te gaan slapen? Dan is hij moe, en zal hij er zelf om vragen. Anderzijds heeft hij al een snotneus.  Als hij dan niet goed uitgerust is voor zijn drukke dag, wordt hij ziek. Denk ik… of weet ik het?
”Wanneer word ík dan de baas?”
Misschien gaat het inderdaad daarover. Vanaf wanneer geef ik de controle in zijn handen.
”Jij bent over sommige dingen al de baas”, zeg ik.
”Oh”, zegt hij verwonderd, ”over wat dan?”
”Jij mag zelf kiezen of je binnen wil of buiten, tussen appel en peer, glijbaan of schommel. Jij mag kiezen welk verhaaltje je wilt, en uit welk boek.”
”Waarom ben ik de baas over alle slechte dingen?”
Ik glimlach. Hij doet me denken aan een kleine politieke partij die enkel onbelangrijke ministerposten in handen krijgt.
”Waarover wil jij de baas zijn?”
”De koekjestrommel!”
Ik aarzel. Ooit deden we een geslaagd experiment met paaseitjes. Hij mocht zelf kiezen hoeveel en wanneer hij er van at. Ik zei alleen: op is op. De eerste dagen vrat hij zich te pletter. Hij stopte op tijd, kreeg geen buikpijn, maar bleef wél wekenlang van de rest van zijn voorraad af. Om daarna hamsterend met de rest toe te komen tot Sinterklaas. Toen wist hij wél wat goed voor hem was. Zou hij het nu ook kunnen met de koekjestrommel? En wat als de koekjestrommel leeg is? Ik besluit dat hij nog niet klaar is voor de volledige machtsoverdracht.
”Jij bent de baas over de koekjestrommel. Vanaf nu… tot hij leeg is.”

De Wakkere Papa

Geldwolf

wapa 21 maartKen je Dagobert Duck nog? Zie je de tekenfilmheld met dollartekens in zijn ogen voor je, letterlijk zwemmend in het goud in zijn gigantische kluis? Wel… precies zo zit mijn oudste zoon op de over de vloer uitgespreide inhoud van zijn spaarpot.
”Waarom doe je dat?” vraag ik.
”Wat?” zegt hij nonchalant.
”Je spaarpot op de grond uitgieten en
erbovenop gaan zitten,” zeg ik.
”Oh… ik tel mijn centen.”
Hij telt zijn centen… en ik weeg mijn kansen. Hoe zorg ik ervoor dat mijn zoon géén geldwolf wordt? Wat moet ik zeggen? Of zwijg ik beter?
”Opa zegt dat ik goed moet sparen voor later.”
”Voor later? Waarom?”
”Dan heb je later veel geld. Dat is toch goed, papa!”
In de namiddag gaan we naar een grote speeltuin. Mijn zonen blijven in het midden van een hangbrug plots als verlamd staan. Ze staren naar een klein parcours met elektrische autootjes… en naar de kindjes die ermee rijden.
”Papaaaa…”
”Ja jongen.”
”Mogen wij dat ook?”
”Nee jongen.”
”Maar waarom niet?”
”Euh …”
Omdat ik een hekel heb aan speelgoed op batterijen? Slechte reden. Omdat ik een hekel heb aan autosport? Helemaal fout. Daarom hoef ik hen dit toch niet te ontzeggen.
”Ik denk dat ik jullie er wél op zou laten als het gratis was,” zeg ik.
”En is het gratis?”
”Nee… maar als jij het betaalt, is het wél gratis voor mij.”
Mijn zoon kijkt me weifelend aan.
”Heb ik dan nog centen in mijn spaarpot?” vraagt hij.
”Ja hoor”, zeg ik. ”Alleen een beetje minder. Maar dat is ook waar geld voor dient.”
”Waarvoor dan?”
”Om iets te kopen voor jezelf of iemand anders. Iets wat je nodig hebt of wat je héél graag wilt.”
”Ik wil dit!” roept mijn zoon uit.
En dus racen hij én zijn kleine broer gedurende drie minuten op het circuit. Kleine broer heeft geen spaarpot, dus grote broer trakteert. Papa schiet het geld voor en de gulle schenker geniet drie keer: één keer van het rijden, een tweede keer omdat hij het zelf betaald heeft, en nóg een keer omdat hij zijn broer op iets leuks heeft getrakteerd. ’s Avonds zijn we nog maar amper terug thuis, of hij staat met zijn spaarpot voor mijn neus.
”Ik wil jou terugbetalen!” zegt hij triomfantelijk.
We halen het hele bedrag cent voor cent uit zijn spaarpot. Heel even kijkt hij sip, maar dan haalt hij zijn schouders op. Hij wil het geld niet meer hebben, om er op te zitten of in te zwemmen. Hij wil er iets mee dóen. Iets moois, iets waardevols. Rijkdom in zijn leven, niet in zijn spaarpot. Papa haalt opgelucht adem. Géén geldwolf!

De Wakkere Papa

Geven… tot je overloopt

Afbeelding”Mag ik drinken papa?”
”Even wachten, jongen.”
We zitten aan tafel. ’s Avonds. Na een woensdagnamiddag. Een leuke namiddag. Zwemmen. Koekje kiezen. Drankje kiezen. Kijken naar de bussen op de terugweg. Stoppen bij een winkel. Samen boodschappen doen. Tijd nemen om samen boodschappen te doen. Yoghurt kiezen. Tijd nemen om yoghurt te kiezen. Banaan eten in de winkel. Samen wegen. Samen eten. Stoppen om naar de trein te kijken. Al een yoghurtje opendoen. Proeven. Langs de speeltuin. Papa heeft een boek bij. Papa heeft geen tijd voor een boek. Er wordt getrokken voor de schommel. Ruzie. En nu moet er geduwd. Papa vind het niet zo erg, alleen maar een beetje. Het was toch leuk geweest, even lezen in de zon. Maar de zon gaat onder. Naar huis. Boodschappen uitpakken. Zwemgerief ophangen. Was ophangen. Afwasmachine uitladen. Kippen eten geven. Samen bloem wegen voor een brood. En boter. Fruit kiezen. Schillen. Milkshake maken? Mikshake maken! Met een rietje? Rietjes zoeken. Laatste rietjes. Op boodschappenlijst schrijven. Boekje lezen. Onder een dekentje. Kiezen wat we gaan eten. Samen beslissen. Groentes schillen. Eten maken. Tafel dekken. Samen tafel dekken. Glazen pot gevallen. Snel opkuisen. Erwten en scherven door elkaar. Vinger snijden. Vuur afzetten. Pleister halen. Lichte hoofdpijn voelen. Eten maken. Aankondigen dat het bijna klaar is. En het nog eens zeggen. Eten op tafel. ”Aan tafel” zeggen. Nog eens ”aan tafel” zeggen. Toestaan om het allerlaatste spel nog af te maken. Eten alvast opscheppen. Drinken geven.
Ik neem het water.
”Maar wij hebben nog niets speciààls gehad?!” Mijn zoon is boos. Verontwaardigd. Verwend? Hij heeft nog niets speciaals gehad… Vergeten is het zwemmen. De stops onderweg. Vergeten het tijd nemen om te winkelen. De milkshake. Het schommelen. Het boek. Het rietje.
Ik voel boosheid opwellen. De kan hangt boven het glas. Maar plots doet mijn arm iets anders. De kan hangt boven het hoofd van mijn zoon. Ik giet. En ik geniet. Ja… ik beken, ik geniet van het gieten.
Ontzetting op het gezicht van mijn zoon. Zijn broer schiet hem te hulp.
”Papa is stout!”
Ik kom terug tot mezelf. Mijn woede is op slag verdwenen. Net zoals de hoofdpijn. Ik troost mijn kletsnatte zoon. Hij druipt van de tranen en van het water. Ik leg het uit. Ik heb het hem al zo vaak gezegd. Dat ik daar boos van word.
”Nog niets speciaals gekregen”, stel je voor.
Natuurlijk mag hij nog meer speciale dingen vragen. En dat bedoelde hij ook: ”Mag ik een speciaal drankje, in plaats van water? Appelsap. Of appelsien.” Maar ik had deze namiddag al te veel gegeven. En te weinig aan mezelf. Er was een waarschuwing. Hoofdpijn. Maar ik negeerde het. Dat ”niets speciaals gekregen”, was de druppel… die de kan deed overlopen over het hoofd van mijn zoon!
”Papa is stout geweest!”
Ik zeg dat het waar is. Dat ik dat niet mocht doen. Dat het niet opnieuw mag gebeuren. Maar dat ze desondanks toch NIET als straf een even grote kan over mij mogen uitgieten. Ik leg uit waarom ik plots zo boos werd dat mijn arm goot.
”Nog niets speciaals…”
Ik vraag om dat in de toekomst niet meer zo te zeggen. Ik haal droge kleren. Ik schenk water in. Ik hou de kan boven het hoofd van mijn andere zoon. We lachen samen. We herhalen dat het niet mag. En ik zeg dat ik volgende keer wél een boekje wil lezen bij de speeltuin.

De Wakkere Papa