Het wonen verbouwd

“Kan je voor de Wakkere Papa iets schrijven over wonen of verbouwen? Dat is ons thema voor deze editie”, klonk de vraag vanuit de redactie. “Wonen? Ja. Dat is wel een thema voor mij.” Mijn twee lieve kinderen groeien op in een birdnesting systeem. Zo schijnt het te heten. Ze bleven na de scheiding van hun ouders simpelweg wonen in het huis waar ze geboren werden. Van zondag tot woensdag woont mama bij hen. Van woensdag tot zondag papa. Papa, dat ben ik. Ik woon dus op twee plekken. Deeltijds bij mijn eigen kinderen, deeltijds bij mijn vriendin en haar kinderen. Ik verhuis twee keer per week, zoals dat voor veel kinderen van gescheiden ouders het geval is. Ik kan je vertellen hoe dat gaat. Ik sleep niets mee. Dat weiger ik. Ik investeer er fors in. In extra kleren, handdoeken, schriftjes, laptops, telefoonladers… Toch staat er altijd een tas klaar met spullen voor mijn andere thuis. Een cadeautje voor mijn zoon, of mijn vriendin, of háár zoon. Een gekregen pak koeken die mijn jongens niet lusten. Een schattig jong uit het nest van het konijn van mijn bonusdochter, bestemd voor mijn jongens. Een zak drollen van het paard van mijn vriendin voor onder de appelboom bij mijn andere thuis. Geoogste appels van die boom de tegenovergestelde richting uit. Je kan je niet voorstellen wat ik met trein en plooifiets vervoer.

Het is zwaar. Altijd die switch in je hoofd maken. Andere gewoontes. Nu eens in het midden van de stad, dan weer in het bos, ver weg van alles. Wel of niet luidop boeren. Spullen laten rondslingeren of niet. Ik noem maar wat.

Je moet altijd alert zijn. Voor je het weet, rijd je op auto­matische piloot naar je verkeerde thuis. “Hé, had ik het licht nu aangelaten?” En dan verschijnt je ex-vrouw voor het raam en sta je daar als een voyeur.

Ook met bibliotheekboeken die dringend ingeleverd moeten worden, is het oppassen geblazen. Of met spullen die je absoluut hier of daar nodig hebt. Met eten dat blijft staan en kan bederven: zonde! Dit half afgewerkte stukje voor de Wakkere Papa moet ik dadelijk nog even op een stick of in een mail plakken. Anders kan ik straks weer opnieuw beginnen als ik thuis kom op die andere plek.

Er is ook een frisse kant aan dit wonen. Zelden slaat de sleur toe. Het constante verhuizen werkt verfrissend. Ik heb weinig of geen behoefte meer aan reizen. Dat scheelt financieel! En ik heb twee levens: eentje in de stad, eentje in het bos. Eentje met luide boeren, eentje zonder.

En wat dat verbouwen betreft. Vroeger was het een constant item tussen mijn ex-vrouw en mij. “Misschien kunnen we die muur eens verven.” “Vind jij die kast in de woonkamer nog passen?” “Ik denk toch nog altijd aan die bijbouw achter de keuken. Zouden we dat toch niet overwegen?”

Tegenwoordig is verbouwen een absoluut non-thema in mijn leven. Over veranderingen in het huis van mijn vriendin beslis ik niet. Ik voer alleen maar uit, soms. En veranderingen aan het gemeenschappelijke huis met mijn ex-vrouw. Wel… daar moeten we het over ééns zijn. Dus geen van ons begint erover, laat staan eráán. En weet je: dat is helemaal oké. Alles is prima zoals het is. Het is vermoeiend, maar ook verfrissend. Neem nu dit stukje: het werd op twee plekken geschreven. Kan jij zeggen achter welk woord of punt ik mijn spullen pakte? Wel… ik ook niet meer.

Autoloze ouder

Mijn kinderen kiezen elke schoolochtend hun vervoersmiddel. Niet dat er een Lamborghini, Ferrari én luxe Mercedes in mijn stal staan waartussen kan gekozen worden. Ik heb namelijk helemaal géén auto. Dus twijfelen mijn kinderen tussen te voet, per step, met de fiets of op de loopfiets. Als het regent, kunnen ze in de bakfiets of de fietskar. Moeten we niet naar school maar iets verder weg, dan nemen we de fiets waar
achterop een zitje voor twee kinderen is gemonteerd. Niet te koop in ons land, maar oh zo handig!
Het lijkt een grap, maar ik heb die dingen echt wel allemaal nodig. Voor verplaatsingen met de trein of bus zijn de loopfietsjes ideaal. Het zijn ultralichte aluminium topmodellen waar de kinderen duizelingwekkende snelheden mee halen. Je neemt ze gemakkelijk overal mee, en je raakt vlot van aan het station op je bestemming. Mijn jongens kunnen met hun loopfiets in de handen, gemakkelijk trein, bus én roltrap op en af. Nog in mijn stal, voor als de bestemming een eind van het station verwijderd is: twee kinderplooifietsen! Ook al nérgens in de handel verkrijgbaar. Ik speurde het internet er meermaals voor af en vroeg het in elke fietsenwinkel. Tot ik mijn fiets na herstelling oppikte bij het fietspunt in de buurt en daar iets zag staan. “Wat is dat?”, vroeg ik. “Oh, dat zijn plooifietskes voor kinderen, denk ik.” “Hoeveel?” “Tien euro per stuk?” “Wat?!” “Ja zeg… Gratis geven we ze ook niet, hé!” “Neenee! Ik ben superblij! Pak ze maar in!”
En zo verzamel ik voor elk weertype en elke bestemming hét geknipte vervoersmiddel. Mijn stal puilt uit, maar meer dan tweeduizend euro over tien jaar besteedde ik er niet aan, verzekering, taxen en reparaties inclusief! En mijn kinderen houden van de afwisseling. Grote boodschappen? Bakfiets! Iets ophalen in een winkel verder weg? Fietskar of de duofiets. Het meest populair tegenwoordig bij hen? Eén van hen op de fietsstoel, de ander op een eigen fiets. En op de terugweg wisselen ze van plaats. Gewoon even het zadel omhoog of omlaag, en klaar is kees!
Toch blijft het soms zoeken om Koning Auto te vervangen. Want niet alle evenementen en organisaties voor kinderen denken eraan dat sommige ouders geen vierwieler hebben. Voor zijn hobby moet mijn oudste zoon volgende week naar een afgelegen plek in het bos. Er is een bushalte, maar die wordt op zondag armzalig bediend. Het is winter, dus het hele eind met de fiets is niet echt een optie. In het dichtstbijzijnde station komt de trein aan op totaal verkeerde uren voor deze activiteit. We moeten uiteraard heen én terug. En ik heb dan ook nog eens mijn andere zoon, die niet naar de activiteit gaat.
Ik duw het nog even voor me uit, maar ik weet dat ik zal moeten rondbellen of iemand mijn zoon kan meenemen. Terwijl ik op dat vlak nooit iets terug kan doen. Want mensen sturen hun kind niet mee met mij, met de bus, naar plekken waar ik wél gemakkelijk raak. Vervelend dus.
“Hey. Met de mama van Jasper”, gaat de telefoon. “Ik dacht: dat is toch niet zo’n gemakkelijke plek om zonder auto te raken, nu zondag. Wil jouw oudste misschien meerijden met ons?” “Oh… dat zou fijn zijn!” Ik krijg er tranen van in mijn ogen. Want het is zo lief. Ik hoor aan de stem van deze mama dat ze begrijpt dat ik het lastig vind om dit te vragen. Dus belt ze me zelf en stelt het voor. Dit maakt voor mij, autoloze ouder, écht een wereld van verschil. Méér van dat!

Zwaar gokken met straf

Ik zit op de bus. Zonder kinderen. Mijn jongens zijn bij hun mama. Papa hoeft nu nergens aan te denken, zelfs niet aan op tijd komen. Dus suf ik. Ik zak wat dieper weg. Ik kan niet goed niets doen. Maar op de bus blijft er niets anders over. Zeker als je snel misselijk wordt, zoals ik. Nou ja … zonder mijn jongens hoef ik gelukkig ook niet op de achterste bank te gaan zitten. Hop: vooruit kijken maar!
Een koppel mét kinderen stapt de bus op. Zoontje van acht, dochter van drie, zoiets. Dochter zit in de buggy. Papa tilt haar eruit. Maar dat gaat niet lang goed. Papa kan niet tegen het gewriemel. Misschien wordt hij ook snel misselijk. Dan mama maar. Het meisje blijft wriemelen. Mama begint rood aan te lopen. “Als je nu niet stil zit, vlieg je in de buggy!”De hele bus kijkt. Ik ook. Leuk schouwspel. Lekker herkenbaar: ik heb óók een heel beweeglijk kind. Het meisje zit nog niet stil. Ze graait met haar kleine vingers naar de haren van haar broer op de zetel naast haar mama’s schoot.
“Je gaat een tik krijgen, hé!”
Voetbal in beeld vind ik altijd saai. Te weinig beweging. Maar op de radio kan het subliem zijn. En wat zou ik graag de live radioverslaggeving doen van deze situatie op de bus. Pittig duel tussen moeder en dochter. Wie neemt de bovenhand?
“Je vliegt in de buggy hé!”
Maar ze vliegt niet. Ze wriemelt.
“Mama! Ik wil in de buggy!”
“Dat gaat niet! We zitten op de bus.”
Heerlijk, die wending! Dochter neemt de aanval compleet over. Als je je dreigementen niet hard maakt, heb je als ouder sowieso een probleem. Dat meisje had al lang in de buggy moeten zitten. Maar als je kind dan het dreigement ombuigt in een verzoek, ben je helemaal verloren! Ik weet het, want ik maakte het al mee met mijn jongens.
“Kijk jongens. Als jullie je zo gaan gedragen, kunnen we beter naar huis gaan.”
“Maar wij wíllen ook naar huis.”
Ai … vaak is het inderdaad papa die erop staat, terecht of niet, ergens te blijven. Dus dreigen met ‘naar huis gaan’ als straf is dan … zwaar gokken. Ook op de bus hangt mama in de touwen. Maar kijk: ze slaat hard terug.
“Nog één kik en ik gooi je van de bus!”
Alle medereizigers houden hun adem in. De chauffeur sjeest onverstoorbaar verder.
“… terwijl hij rijdt!”
Knock out! En neen, ik verzin dit niet. Eindelijk zit het meisje stil, misschien wel voor de rest van haar leven, och arme. Maar voor mij net op tijd. Want de volgende halte moet ik eraf. Ik rol misselijk de bus uit. Toch beter braaf voor me uit blijven kijken …

 

Gebruik jij als ouder vaak dreigementen? En keren die zich soms tegen jou? We lezen jouw live verslaggeving graag hieronder.

 

Is opa nu al dood?

“Zo. Dat was het dan. Dag huis, dag stad.” Mijn vaders stem beeft. Hij zit voor me in de auto. Mijn zus zit aan het stuur. Ik leg mijn handen op mijn vaders magere schouders. Hij hoest. Elke aanraking is er een te veel. Het is middag. Normaal rolt hij pas laat in de avond uit zijn bed, op zoek naar zijn eerste fles wijn.Het is al maanden bezig. Telkens wanneer ik op bezoek wilde komen, kwam het niet uit. Hij was moe of ziek of nog niet op. Ik was bereid erg laat te komen. Eén keer zat ik op de bus met de kinderen om zeven uur ‘s avonds. We konden afstappen bij zijn appartement. Ik liet mijn jongste zoon bellen.
“Opa. Wij komen op bezoek!”
Nee dus. Opa vond het te vroeg. Maar later is bedtijd voor mijn jongens.
“Gaan we niet naar opa?”
“Nee… Opa is een dikke sukkelaar. Hij weet écht niet wat hij mist met twee zulke prachtige kleinkinderen.”
Een week geleden belden mijn zus en ik elkaar op. We hadden hem allebei opgezocht, in die stad ver van ons vandaan. Hij kroop naar de deur, in zijn onderbroek, met een blauw oog en de sporen van een val in zijn badkamer. Dus dat was dat: we zochten een plek voor hem, dichtbij het huis van mijn zus. Zodat tenminste iemand regelmatig zou kunnen checken of hij niet dood lag te bloeden. En daar rijden we nu naartoe.
Ik streel nog even over mijn vaders schouders en neem mijn telefoon. Een bericht naar mijn zoontjes. Ze hoorden me bellen met mijn zus, vorige week.
“Gaat opa dood?” vroegen ze me, zodra ik de telefoon had neergelegd. Mijn zonen kennen mij goed, en ze zijn allebei zeer opmerkzaam. Ze wisten onmiddellijk dat het telefoongesprek met mijn zus er niet zómaar een was. Ik ben geen voorstander van geheimen. Ik geloof dat de waarheid voor kinderen minder schadelijk is dan hun eigen fantasie op basis van wat ze hier hadden gehoord. Dus vertelde ik hen… vrij veel. Meer dan ik opnieuw zou doen. Daarom wisten ze afgelopen week dat opa in gevaar was. Dat hij de hele tijd viel. Dat we bang waren elke keer als hij weer een dag lang niet op een sms antwoordde. En sindsdien vroegen zij het meermaals per dag.
“Is opa nú aan het sterven?”
“Ligt hij misschien op de grond te bloeden?”
In het vervolg voer ik dit soort telefoongesprekken buiten hun gehoor. Of als ze slapen. Dan hoeven ze niet ongerust te zijn over iets waar ze zelf toch niets aan kunnen doen. En de waarheid dan? Die mogen ze gerust weten, eens de crisis is bezworen. Nu, bijvoorbeeld. Ik typ een sms naar mijn ex-vrouw, want daar zijn mijn jongens: “Opa is op weg naar een huisje dichtbij jullie tante. Zij zal heel goed op hem passen. Hij is nu niet meer in gevaar.”

Vertelde jij ooit te veel aan je kinderen? Of te weinig? Hoe ga jij om met dat soort ‘gevoelige’ onderwerpen?

Groot in het kleine

Ik schreef het hier al eerder: mijn zakken zitten niet vol bankbiljetten. Dat is oké. Ik doe mijn ding en ik kom nooit écht tekort. Maar soms stéékt het. Bijvoorbeeld als ik zie hoe evident het voor anderen is om geld uit te geven. Reizen, etentjes, ijsjes, speelgoed, kleren, … Ik moet wél over elke cent nadenken. Dus als mijn ex-vrouw weer eens, met of zonder haar welgestelde ouders, de reisjes, uitstapjes en cadeautjes aan elkaar rijgt op de dagen dat de kinderen bij haar zijn, vind ik dat lastig. Ik ben niet jaloers. Echt niet. Ik hoef het niet. En mijn ex-vrouw mag dit allemaal gerust doen of geven. Maar ik voel me dan … een sukkel. Een vader van niets. Ik krijg het gevoel dat de dingen die ik onderneem met mijn jongens niets voorstellen. Ja … zo wakker ben ik dan ook weer wel.
Dus schiet ik in actie om met weinig middelen toch iets bijzonders te doen. Een vijvertje in onze tuin. We willen het al lang, mijn jongens en ik. Maar ik liet me altijd tegenhouden door leveringskosten en mensen die zeggen dat de aanleg toch niet zo simpel is. Tot vandaag. Papa wil zichzelf (en zijn zonen?) bewijzen dat hij geen sukkel is.Dus rijden we met de fietskar naar het centrum van de stad. Daar nemen we een bus tot … een heel eind van de vijverwinkel. Mijn jongens kijken hun ogen uit naar de vissen, watervallen, fonteintjes en brugjes. We kiezen een vijver en een zestal vijverplanten. Aan de kassa laten we ons met lichte tegenzin ook nog twintig kilo vijversubstraat aanrekenen. Een dikke streep door mijn transportplan. Ik dacht zelf het dragen van de vijver voor mijn rekening te nemen, wie draagt dan die zak van twintig kilo? Maar goed, ik ben geen sukkel en daar vertrekt de stoet. Ik draag de zware zak en de vijverplanten. Mijn zonen van vijf en acht nemen met hun tweetjes de voorgevormde vijver in hun handjes. Zeshonderd lange meters tot de bushalte. En dan maar hopen dat we de bus op mogen met die buitenmaat-lading. Alles lukt wonderwel, zonder gezeur van de chauffeur of mijn lieve jongens. Ik geloof dat ze het zelf heel stoer en bijzonder vinden. In het centrum laden we de vijver op de fietskar. We gaan nog een ijsje smikkelen onderweg. En dan begint het écht stoere werk. Lekker graven met drie venten! Ieder krijgt een schop en kruiwagen op maat. Even pauzeren. Dan de vijver plaatsen. Alles terug dicht, terwijl we water toevoegen. Nog even langs de buurvrouw om wat lelies uit haar vijverbodem te graven. En daar ligt hij dan: onze vijver. Klaar op een heerlijke dag samen. Nog geen twee weken later zoeft de eerste libel over onze tuin. Drie weken later dartelt de eerste waterspin op het wateroppervlak. Elke dag zien we het vijvertje, en bijna elke dag zitten we er even naast, te turen naar al het leven in en rond het water. Elke dag een uitstapje in ons kleine paradijs. Elke nieuwe ontdekking een cadeau. Ik was het bijna vergeten, maar dat is net mijn rijkdom. Groot zijn in het kleine. Daar heb ik zakken van vol. Geen sukkel dus? Geen sukkel.

 

Op welk vlak ben jij als ouder … een sukkel? En waar ben je groots in?

 

Brood of spelen

Oef … We zitten op de trein. Het was even nipt. Na een drukke dag deed mijn oudste zoon moeilijk onderweg naar het station. Maar we hebben het gehaald. Ik plooi mijn fiets. Mijn zonen (vijf en acht jaar) wringen hun step tussen twee zetels en huppelen door het gangpad op zoek naar de allerbeste plaats om te zitten. Ik vul mijn ticket in, pak speelgoed en boekjes uit de rugzak … en plof neer met een zucht.
We laten ons rijden, voor dik anderhalf uur. Mijn zoontjes komen om de beurt op mijn schoot zitten. Ik heb alle tijd.
“Vond je het leuk vandaag?”
“Ja!”
“En wat vonden jullie leuk?”
“Dat er veel eten was, en dat we mochten kiezen!”
“Kijken naar de dans en het circus!”
Mijn jongste zoon lust alles. Hij eet graag. Het stelt hem gerust iets te knabbelen. Mijn oudste is moeilijker aan tafel. Op een bepaald moment at hij alleen nog maar boterhammen met boter, pasta met kaas en rauwe wortelen, naast de gemakkelijke happen zoals fruit, pizza, frieten, koeken en taart. Hij eet verfijnd, met piepkleine hapjes, wat hij heerlijk én wat hij vies vindt. Terwijl kleine broer alles naar binnen slokt in één hap, spaart hij het lekkerste tot op het laatst. Vraag ik hoe de dag, een feest of een vakantie was, dan krijg ik van mijn oudste zoon een menu als antwoord.
“Hoe was je uitstap naar het pretpark, eigenlijk?”
“We hebben frietjes gegeten!”
“Was het feestje leuk?”
“Ik lustte de taart niet.”
We gingen vandaag naar een theaterfestival. Ik mocht eten achter de schermen, en mijn jongens dus ook. We zagen enkele voorstellingen. Circus, dans, muziek en theater. Mijn oudste zoon vond het mooi, zonder meer. Maar mijn jongste volgde alles met ingehouden adem, grote ogen en wapperende oren.
“Die show wil ik nog eens zien!”
Mijn oudste zoon wou ook nog wel eens, maar begon na een tijdje toch te zeuren.
“Hoe laat is onze trein?”
“Papa let wel op de tijd, jongen,” zei ik verstoord. “Geniet nu nog maar van de voorstelling.”
Maar mijn oudste zoon genoot niet meer. Hij wipte zenuwachtig op en neer.
“Moeten we die hele voorstelling nog eens opnieuw zien?”
“Jij vond het toch ook mooi,” zei ik. “En we hebben nog tijd genoeg.”
Maar voor wat mijn oudste zoon écht belangrijk vindt, hadden we net géén tijd genoeg. Hij wilde namelijk nog eens naar binnen, op zijn gemakje langs het hele buffet aan barbecue, groentjes, koekjes, fruit en drankjes kuieren. Want dát vindt hij namelijk waar de dag om gaat. Ik had het niet begrepen. En dus keken we de voorstelling uit, gingen snel-snel naar beneden. Nog net genoeg tijd om stiekem wat potjes vol te proppen met eten voor op de trein. En dan hop weg met de step en de fiets. En daarom, nu snap ik het eindelijk, deed mijn oudste zoon dus vervelend onderweg naar het station. Vandaag kan ik er niets meer aan doen. Maar dankzij anderhalf uur trein, tijd voor elkaar en voor reflecties over de dag, kan ik volgende keer nog beter rekening houden met wat mijn twee verschillende jongens, elk belangrijk vinden. En nog tijdens deze treinrit … smikkelen we met smaak de doosjes vol lekkernijen leeg tot op de bodem!

 

Vergeet jij soms ook de speciale gevoeligheden van je eigen kind, ergens onderweg? Vertel alles over speciale handleidingen en hoe je daaraan tegemoet komt of niet.

 

Mama in haar blootje

“Kom maar aan tafel. De soep is nu warm,” roept mijn vriendin. Haar zoon is aan het klussen met zijn nonkel.
“Nu niet, ma! Ik ben bezig.” Hij roept het bot en luid. Mijn vriendin loopt rood aan en roept hem nogmaals.
“Hij is nu juist goed bezig, mama,” roept nonkel. Het is maar een detail in een dag. Een zinnetje in een situatie. Maar het zegt alles. Want mama zegt dat zoon moet komen en nonkel zegt van niet. En dat is spijtig. Want mijn vriendin zorgt grotendeels alleenstaand voor haar kinderen. En ze kan écht wel wat bekrachtiging gebruiken, zeker nu zoon lief de poort van de puberteit binnentreedt. De nonkel is een super nonkel. Dat meen ik. Mijn bonuszoon en bonusdochter dragen hem ook op handen. Maar soms slaat hij dus de bal mis, waarbij hij, onbewust, in één beweging ook vaak mijn vriendin in haar blootje zet. En daar wil ik dan wel iets over schrijven, natuurlijk.
Een voorbeeld. Mijn vriendin is argwanend over schadelijke straling. En dus werkt ze liever niet met draadloos internet in huis. Het is een keuze die weinig mensen maken, maar waar ook niet veel tegen in te brengen valt. Zoon lief vindt het maar niets. Ook dat is begrijpelijk. Want wie heeft er nu in godsnaam geen draadloos internet in huis. Dus helpt zijn lievelingsnonkel hem uit de nood. Neefje krijgt van hem een internetmodem die hij stiekem in zijn slaapkamer binnensmokkelt en installeert. “Je mama zal dat toch weer niet willen. Dus doen we het zo.”
Natuurlijk kwam dit binnen de kortste keren aan het licht. En is het zo’n ramp van die paar dagen draadloos internet met straling? Nee. Maar wat wel erg is, is de duidelijke boodschap die er bij hoort: Je moeder moet je vooral niet serieus nemen. En wat doe je als jij iets in huis wilt halen dat zij niet wil? Marihuana, XTC, wapens, illegaal vuurwerk. Ik zeg maar wat J. Maar goed: het is een beginnende puber, hé. Wat doe je dan, nonkel? Binnenhalen achter haar rug! Niet alleen je leeftijdgenoten raden het binnenkort aan, maar zelfs je eigen nonkel deed het op die manier. Ga er dan maar eens aan staan als deeltijds alleenstaande moeder van een puberzoon. Gelukkig is er nog een wakkere bonuspapa in de buurt die … er een stukje over schrijft. Maar hey: waar de kinderen bij zijn, zet ik mijn vriendin écht nooit in haar blootje!

 

Wie zet jou in je blootje voor je eigen kinderen? En hoe voelt dat? Laat het hier weten.