Dochter voor één dag

“Mijn haar moet nog gedaan worden, hé.” Ik draai me om in de hal van het zwembad, zet mijn rugzak weer neer en glimlach. “Ok. Tijd genoeg. Zeg maar wat ik moet doen.” “Eerst haren uitwringen. Dan helpen met de droger. En dan weer opsteken.” Stap drie blijkt het moeilijkst. Ik krijg het haar niet meer in de gewenste vorm opgestoken. “Niet erg … maak dan maar gewoon een staart.” “Een staart?” Ik breng – voor het eerst – een volledige dag door met mijn bonusdochter. En ook al kennen we elkaar al heel goed, en zorgde ik op veel momenten voor haar: zo’n volledige dag blijft toch iets anders. Ik kreeg, bijvoorbeeld, geen programma mee. ‘Half negen aan de tekenacademie. Koekje en drankje meegeven.’ Nee. Niets. De dag is leeg, en het is aan ons tweeën om hem te vullen tot bedtijd. ‘s Morgens kies ik, zoals ik met mijn eigen kinderen doe, een huishoudelijke taak die ik kan doen in de buurt van waar er gespeeld wordt. Strijken naast het poppenhuis. Al gauw staat zij mee te stomen op haar kleine plankje. We zijn soms samen, soms alleen in huis tot de middag. Dan vertrekken we met de fiets. Zonder vast plan, maar mét een boodschappenlijstje, zwemkledij en nog uren tijd. Ik vind het heerlijk om met haar rond te gaan. Als ze moe is, laten we haar fiets achter en komt zij bij mij achterop. We nemen de luxe om niet naar de tijd te kijken. Hoe meer de dag vordert, hoe meer ik voel dat mijn positie verandert. Bonusvader, stiefvader. Sommigen zeggen pluspapa en zo voel ik me vaak ook. Iemand die aan een situatie wordt toegevoegd. Ik help wat, vul de gaten op. Maar mijn ‘plus’ verandert weinig aan het bestaande systeem. Regels, gewoonten, afspraken, … alles loopt door. En ik help op kousenvoeten, om niets te verstoren. Vandaag is dat niet zo. En daar genieten we allebei van. Mijn bonusdochter maakt kennis met hoe ik zélf vader. Ik sta, na een poosje, helemaal in mijn eigen vaderlijke kern. En ze vindt het, alvast voor één dagje, prima! We rijden rond, doen dringende en minder dringende boodschappen, babbelen op een bank, plonsen uren in het zwembad en haasten ons uiteindelijk nog om voor het donker thuis te zijn. Een onverhoopt geschenk van het leven: te ervaren hoe het is om een dochter te hebben, voor één dag. En te leren hoe een staart te binden.

 

Ben jij ook een plusouder? Of bracht je om een andere reden ooit een héle dag met andermans kind door? Vertel!

 

Klein of groot verdriet? Papa moet kiezen!

Een stille boosheid. Dat lees ik in de donkere ogen van mijn oudste zoon. “Wat is er jongen?” fluister ik. Hij duwt koppig zijn wenkbrauwen nog een beetje lager. Maar in zijn ogen zie ik tranen van een diep verdriet. Ik kruip over kleine broer naar hem toe. “Wat is er?”
“Waarom moesten we in de tent slapen?”
“Oh …,” zeg ik. “Heb je daar zo’n verdriet over?”
“Ja!”
Ik wenk hem dichterbij.
“Als je broertje slaapt,” fluister ik in zijn oor, “dan pak ik hem op en gaan we samen naar jullie bedje binnen.”
“Echt?” vraagt hij, en zijn ogen lichten op.
Ik zucht: “ja … echt.”
Mijn twee zoontjes zijn allebei graag thuis. Maar de oudste nog het liefst. Hij houdt echt van zijn eigen bedje. Dus heeft hij het gemist. Want afgelopen zomervakantie sliepen ze vaker niet, dan wel thuis. Gisteren waren we bij mijn zus. Ik wilde naar huis, voor hen. Maar zij wilden blijven. Dus bleven we. Gevolg: hartverscheurende huilbui vlak na het slapen gaan.
“Ik wil mijn eigen bed …”
En dat wil hij nu natuurlijk ook. Eén avond later. Thuis. Binnen is het veel te warm. Perfect weer om in de tent te slapen. Kleine broer is meteen enthousiast. Grote broer… laat zich overtuigen. We zetten snel de tent op, sleuren de matras naar beneden en gooien kussens naar binnen. Heerlijk simpel: thuis kamperen. Kleine broer slaapt links. Grote broer rechts. En straks steek ik mijn benen ertussen. Kindjes alleen in de tent vind ik riskant. Want onze tuin is gemakkelijk te betreden van op de straat. Dus nu grote broer naar binnen wil, heb ik een probleem. Alleen buiten vind ik niet oké. Maar alleen binnen ook niet.
Dus sluip ik met een klein pakketje naar boven, en … oh nee … het bed moet nog opgemaakt! Ik leg het pakketje op mijn eigen bed, en maak het bed van de jongens op. Grote broer kruipt er al in, overgelukkig. Wat ben ik een geweldige papa! Nu nog snel het pakketje van mijn bed liften, en … ai … het pakketje heeft oogjes gekregen. In een flits heeft mijn jongste zoon de situatie begrepen.
“Ik wil in de tent slapen,” snikt hij al onbedaarlijk.
Ik leg hem de situatie uit. Ik vertel hem dat hij alles wat hij wilde al gekregen heeft. De tent opstellen, verhaaltje in de tent, in slaap vallen in de tent. “En morgen gaan we zodra jullie wakker zijn, wéér naar de tent voor nog een verhaaltje daar.”
Het is niet hetzelfde. Het is niet genoeg om hem te bedaren. Maar het zal wel zo zijn.
“Je broer wilde zo graag in zijn eigen bed. Hij heeft zoveel verdriet. En dan moet papa kiezen. Sorry kleine vriend.”

 

Moet jij als ouders soms ook kiezen tussen wat je kinderen willen? Of nog erger: wat goed is voor hen? Deel je verscheurende keuzes en slimme oplossingen.

 

Heks of fee?

Ik fiets met mijn jongste zoon achterop langs de sporen. Hij zit geweldig te hopen op een voorbij rijdende trein. Ik weet dat er op dit uur normaal gezien geen komt. Dus begin ik alvast over iets anders. En op welk onderwerp komt een verliefde ziel dan?
“Vind je dat papa een goede vrouw gekozen heeft?”
Mijn zoon reageert niet. Hij telt de sporen. “Eén, twee, drie, …”
“Wat denk je jongen? Is het een goede vrouw voor papa?”
Ik kijk even achterom. Mijn vierjarige zoon kijkt mij aan met ogen vol onbegrip. “Dat maakt niet uit papa.”
Ik schrik een beetje. Anders kan hij niet stoppen met praten over mijn vriendin. Over haar huis, haar auto, haar kinderen. Maar nu houdt hij stuurs de lippen op elkaar.
“Wat bedoel je jongen?”
“Dat maakt niet ui-uit!” zegt hij ongeduldig. “JIJ moet dat kiezen. Het maakt niet uit wat ik daarvan vind.”
Ja … Hij heeft natuurlijk gelijk. Ik moet dat kiezen. En ik heb al gekozen. Dus daarvoor hoef ik geen bekrachtiging te zoeken bij hem. Maar mijn keuze heeft natuurlijk wel gevolgen. Plots zit hij opgescheept met … een heks of een fee?
“Maar wat vind jij van haar?” probeer ik nog eens. En dat is wel een terechte vraag. Want onze gezinssituaties passen lang niet perfect op elkaar. Zij heeft twee kinderen, en een specifieke kindregeling. En dat geldt ook voor mij. Dus konden we van bij het begin niet anders dan elkaar zien mét onze kinderen erbij. Soms de hare, soms de mijne. Heel soms alle kinderen tegelijk. Het was een noodzakelijke voorwaarde om zelfs maar over een relatie te kunnen denken. Maar onze kinderen werden dus meteen betrokken. Dus vraag ik me af of mijn jongste het contact met mijn vriendin een beetje ok vindt. Of had hij, ALS hij had mogen kiezen, liever een andere vrouw voor papa gevonden?
“Ik ben graag dicht bij haar, hé papa?” zegt hij.
“Ja. Dat is eigenlijk heel duidelijk,” zeg ik.
En we fietsen verder. Er komt een trein. En nog een. Alles is goed. Als er maar treinen komen. En soms zit er iemand heel bijzonder op.

Zouden jouw kinderen mee aan tafel mogen zitten bij de keuze van een nieuwe partner? Zou je rekening houden met hun voorkeur? Of hoe verliep dat bij jou? Laat het hieronder weten.

 

Bonuskinderen

“Daar zijn we ook weer vanaf …”
“Dat zei hij niet!”
“Toch wel.”
“Ja zeg … Waarom vertel je me dat eigenlijk?”
“Ik vond het grappig.”
En ik vind het niet grappig. Want ik hecht belang aan wat de kinderen van mijn vriendin van me vinden. In mijn hoofd horen gescheiden ouders hun nieuwe liefdespartner eerst enkele maanden stiekem te ontmoeten, alvorens zich als nieuwbakken koppel te presenteren aan de kinderen. Dat bleek in ons geval, zoals ik eerder al schreef, praktisch niet erg haalbaar. Tot ongenoegen van een deel van onze entourage.
“Pas maar op. Prille liefde kan snel bekoeld zijn. En dan worden de kinderen weer gekwetst,” zei mijn vader.
“Zouden jullie niet beter nog wat zorgeloos genieten zonder vervelende kinderen. Kan jullie relatie dit al wel aan?”, vroeg haar moeder.
Allemaal mooie praat. Maar ik heb geen zin in en nog minder behoefte aan een avondje film om de twee weken als verkennende eerste ronde. Ik heb me heel alleen gevoeld de afgelopen periode. Alleen met mijn kinderen. Alleen zonder mijn kinderen. Dat hoeft voor mij niet langer. En trouwens: het is heel duidelijk tussen mijn vriendin en mij. Ik twijfel niet.
Zij heeft twee kinderen. Meisje van acht, jongen van elf. Een vriend duwde me een boek in de handen: bonuskinderen. Ik wilde eigenlijk wel graag een dochter. En aangezien ik niet meteen de behoefte voel om een nieuw gezin te stichten, is een bonusmeisje al meer dan ik nog verwachtte te krijgen. Dus dankjewel aan het lot.
Hoewel … gemakkelijk is het niet. We moeten wennen aan elkaar. En een zachte aanloop hebben we daar dus niet voor genomen. Nee. Mijn bonuskinderen zien me plots in hun badkamer verschijnen. Hoe zou dat voelen? Ik vraag het me af. Ik lees erover. Ik maak een afspraak in de opvoedingswinkel. Ik voel me … een indringer. Zij durven ‘s ochtends niet meer zomaar bij mama in bed kruipen, zoals ze dat vroeger deden. Soms doen ze het toch als ik er ben. Vaker niet. Hoe dan ook is het niet hetzelfde.
Ik kan niet zeggen dat het slecht gaat. Eigenlijk gaat het zelfs heel goed. Tussen mijn vriendin en mijn kinderen. Tussen haar kinderen en mij. Tussen de kinderen onderling, al zien zij elkaar zelden. Toch ben ik me een hele tijd een beetje schuldig blijven voelen. Tot voor kort. Ik kwam de vriend van het boek weer tegen. We hadden het er een tijdje over.
“Ik vind het onzin,” zei hij, “onzin van dat indringen.”
“Oh …” zei ik, stiekem blij.
“Zij zijn bonuskinderen. En jij … ze mogen blij zijn met zo’n bonusvader!”
En werkelijk zonder mijzelf een geweldige papa te vinden, kan ik dat zien. Ze mogen blij zijn. Ze hebben al veel gekregen van mij. Voetmassage, liedjes voor het slapen gaan, ontbijt op tafel nog voor mama zelfs maar een oog open zou doen, momenten met mama alleen, terwijl zus blij thuis blijft spelen met haar bonusvader. Ik hoef me niet te schamen. Ik doe mijn best. Ik probeer ieders eigenheid, plaats en gevoelens te respecteren. We hebben recht op deze liefde. En het is alleen maar mooi dat onze kinderen ze mogen zien in onze ogen. Ook dat is een bonus. Liefde voorleven. Respect laten ervaren. Ja. Ik mag er zijn. Ook al zijn ze soms blij ‘alweer van me af te zijn’

Bijna familie

Nooit eerder bemerkte ik de kleine gleuf in een muurtje van onze bibliotheekhal.
“Ik mag het open doen!” zegt mijn vierjarige oogappel. Hij zet zijn handjes in de gleuf en duwt fors naar beneden. Een geheimzinnige nis in de muur verschijnt. Het is een lift. “Ik! Ik mag het briefje erin leggen!” eist mijn zoon.We leggen het briefje erin, sluiten de deur en horen de lift vertrekken. “Spannend hé!” zeg ik. Het is helemaal oprecht. Ik wist niet eens dat onze bibliotheek een kelder had. Beneden liggen de boeken waarvoor in de bibliotheek geen plaats is. Ik probeer me er iets bij voor te stellen. Lage kerkers met koepelgewelven, volgestouwd met boeken, strips, platen in alle vormen en maten. Een enkele kat verjaagt de muizen.
“En moet die meneer nu zoeken, papa?”
“Is het een meneer denk je?”
“Of een mevrouw. En weet die alle boeken …?”
“Pling!”
We openen de schuif. En daar ligt het boek dat we bovengronds niet vonden. ‘Bijna familie. Over nieuw samengestelde gezinnen’. We wisten het toen nog niet, maar die dag hebben we goud gedolven. Gouden verhalen over zilveren, lederen en papieren huwelijken. Over relaties tussen mensen met kinderen uit vorige relaties. Warme, oprechte schetsen van de ervaringen van kinderen van afwezige mama’s, aanwezige stiefpapa’s, deeltijds aanwezige stiefzussen en zoveel meer prachtige mensen. Ik ontdek de duistere gewelven van onze maatschappij, volgestouwd met gezinnen in alle vormen en maten. Ik vind er woede, pijn en verbittering, knagende muizen. Maar minstens even veel luchtigheid, positivisme, hoop en veerkracht.
Drie weken later breng ik het boek terug. Met spijt. Maar meer dan drie keer ga ik het echt niet uitlezen. Ik leg het boek op de inleverband.
“Gaat het nu terug naar de kelder?”, vraagt mijn lieve jongen.
“Nee!” roep ik geschrokken.Ik gris het boek van de band en stap gezwind naar het onthaal. Terwijl ik op mijn beurt wacht, kijk ik het nog eens na. Het boek werd uitgegeven in 2005. En amper tien jaar later ligt het te verkommeren in de duistere kerkers van onze bibliotheek.
“Iedere ouder die gaat scheiden, moet dit lezen!”, zeg ik aan de bibliothecaris. “Elk kind van gescheiden ouders. Oma’s, opa’s, stiefnonkels. Iedereen! Het moet verfilmd! Maar eerst en vooral: dit boek moet in de rekken staan! Niet in de kelder!”
De bibliothecaris kijkt me aan van onder haar bril.
“Snapt u het niet?” vraag ik en steek mijn zoon in de lucht. “Dit boek gaat over hem.” Ik wijs rondom me, lukraak naar mensen. “En over hem. En haar. En hen. En over u, misschien.”

“Ja … ook over mij,” zucht de bibliothecaris.
“Het is een prachtig boek,” zeg ik. “Het hoort in het daglicht te staan! Misschien moeten sommige betrokkenen bij scheiding zich schamen … maar de meesten helemaal niet! Integendeel! En niemand moet de kerkers in!”
“Ja,” zegt de bibliothecaris plots beslist. “U hebt volkomen gelijk! Ik zal er persoonlijk voor zorgen.”
Ik zwijg en kijk opzij in de stralende kijkers van mijn oogappel. Minstens hij vindt papa een held!
Maar hey … waarom leent de wakkere papa een boek over nieuw samengestelde gezinnen? Wel … dat is de cliffhanger!

Papa aan de grond

 

Soms herkennen bevriende ouders zich in een verhaal van de wakkere papa. Ze kaarten dat dan wel eens aan. “Zeg … schrijf jij voor De Bond?” “Euh … waarom?”…Ik geef niet meteen toe. Want ik weet intussen hoe gevoelig het ligt. Ik doe mijn best om ieders verhaal respectvol te beschrijven. Ik vertel over andere ouders en hun kinderen omdat ik hun verhaal boeiend vindt, niet om erover te oordelen. Maar toch … we willen het allemaal zo graag perfect doen hé. En dus klinkt een gastoptreden in de wakkere papa al snel als een oordeel of zelfs spot. Maar er zijn zoveel kanten aan het ouderschap dat je onmogelijk over de hele lijn kan scoren … of falen. Sommigen voelen zich pas een goede ouder als ze toch minstens elke dag, week of maand, een paar uur kunnen vrijmaken voor elk van hun kinderen. Anderen vinden zichzelf geslaagd als hun kind altijd net gekleed naar school gaat. Sommigen vinden dat ze vooral goed moeten eten. Anderen willen dat hun kind altijd en overal gelukkig is. Of nog anderen: dat hun kind later gelukkig wordt.
En zelf zie ik me als een goede papa, zij het met de nodige hoeken af, maar deed het toch behoorlijk veel pijn toen mijn zwakke plek als vader werd bloot gelegd.
Mijn vrouw en ik waren drie maanden uit elkaar. Ik was negentig dagen halftijds gescheiden van mijn kinderen. De jongste was toen anderhalf. Ik wilde voor hem zorgen tot hij naar de kleuterschool ging. Geen kinderopvang. Ik zorgde dat ik thuis was, later zou ik wel weer wat meer gaan werken. Papa deed het grootste deel van het huishouden en de kinderzorg, mama zorgde voor een groter deel van het inkomen. Dus na de breuk stond ik er financieel slap voor. We deelden de dagen met de kinderen netjes onder elkaar. Maar als een van ons niet zelf bij de kinderen kon zijn, was de ander eerste babysit. Dus wanneer mama, op haar dagen met de kinderen, ging werken of dansen met haar vriend, zorgde ik nog steeds voor mijn kinderen. Geheel vrijwillig, geheel onbezoldigd. Ik wilde simpelweg zo veel mogelijk bij mijn kinderen zijn. En het was veel. Bijna elke mamadag stond papa er.We waren nog niet officieel gescheiden. Dat zou nog twee jaar duren. Maar in die tussentijd was mijn prioriteit: de kinderen en mijn tijd met hen. Tel dat op bij een maatschappelijke economische crisis en een persoonlijke emotionele crisis, en je krijgt een vieze pap. Mijn inkomen was maandenlang vierhonderd tot vijfhonderd euro. Een heel eind onder het leefloon, maar aangezien ik officieel nog getrouwd was, kon ik nergens extra steun krijgen. Ik had het geluk over talenten te beschikken. Ik werkte wat van thuis uit. Perfect combineerbaar met mijn prioriteit voor de kinderen. Maar net op dat moment, financieel verzuipend en besparend op elke uitgave, vonden verschillende mensen uit mijn nabije omgeving het nodig om mijn rekening te maken. “Hoe ga je de studies van de kinderen betalen, later, als je zo verder doet?”, wilde iemand weten. “Ik wil er NU zijn voor mijn kinderen. Als ze iets groter zijn, komt er automatisch tijd om meer te werken en te sparen.”, vond ik. Ik sta nog altijd pal achter wat ik toen heb gezegd. En het is waarheid aan het worden. Intussen kan ik sparen. Meer dan genoeg, want goedkoop leven is ook een gewoonte. Toch deden die opmerkingen toen veel pijn. Want het materiële, die veiligheid en steun die de echte patriarch zijn kinderen kan meegeven, een stevige erfenis of een stuk bouwgrond, op dat aspect van vaderschap buis ik grandioos. Rationeel vind ik dat buispunt helemaal niet erg, maar diep in mijn hart … voel ik die opmerkingen nu nog aankomen.

Wegen financiële problemen zwaarder als je kinderen hebt? Hoe ga je ermee om? En hoe hou je het hoofd boven water? Verhalen, tips en troost kan je hier posten.

Niet veilig bij mama of papa

Vijf jaar na de breuk met haar ex, de vader van haar drie kinderen, vertelt een vriendin me voor het eerst over wat er gebeurde. “Mijn ex,” zegt ze met haar ogen naar de grond gericht, “keek … porno.” “Oh …”, zeg ik lauw. Ik denk aan een stukje dat ik ooit schreef rond scheiding. Ik citeerde mijn stokoude overbuurvrouw: “Ze scheiden tegenwoordig voor een scheet, meneer.” Ik denk: “Komaan … een beetje porno.” En de vriendin voelt het blijkbaar. “Het was … geen gewone porno.” “Oh …”, zeg ik. Ik krijg het ijskoud. “Ik heb het jarenlang geheim gehouden. Hij wist dat ik het wist. En hij ging gewoon door.”
“Waarom …?”
“Wat moest ik doen? Moest ik hem dumpen? En dan mijn eigen kinderen halftijds aan hem toevertrouwen?”
“En nu?”
“Ik kon het niet meer. Ik kon niet meer.”
“Dus?”
“Ze gaan om de twee weken een weekend naar hem. Eens kwam de jongste thuis vol blauwe plekken. Een andere keer had de oudste een vuurrode ontsteking aan de binnenkant van haar billen. Verder niets. Ik weet het niet. Misschien doet hij het alleen op het scherm. Ik weet het niet. Maar ik word er gek van.”
“Was je liever bij hem gebleven… om je kinderen te beschermen?”
“Ik kon het geen dag langer meer.”
Ik zwijg, bied mijn troostende schouder aan. Ik probeer het me voor te stellen. Het lukt niet. Te geschift. Ik denk aan een vriend van me. Hij heeft twee kinderen met zijn vrouw. Ooit beleefde zij een moeilijke periode. Ze kreeg buien. Hij durfde haar niet langer alleen laten bij de kinderen. Maar de periode duurde en duurde… en duurt. Ze is agressief tegen hem en de kinderen, heeft avontuurtjes met andere mannen. Ze dreigt met van alles. En hij blijft bij haar, om zijn kinderen te kunnen beschermen tegen hun moeder. Voltijds. Totale vaderlijke opoffering. Geen seconde laat hij zijn kroost achter bij zijn vrouw.
Ik denk aan de moeder van mijn kinderen. Het gras is plots een stuk groener in mijn eigen tuin. Rozengeur valt daar niet op te snuiven. Daarvoor zijn er toch te veel conflicten, frustraties en meningsverschillen. Maar het gaat wel altijd om details. Ik kan het allemaal loslaten. Ik weet dat mijn kinderen in veilige handen zijn bij mijn ex. Het knaagt bijvoorbeeld maar een heel klein beetje als een van de jongens ziek is, terwijl ik ver weg verblijf. Hun moeder zorgt voor hen, daar kan ik op vertrouwen. Toen mijn vriendin én mijn beide jongens tegelijk ziek waren, verbleef ik toevallig bij mijn jongens. Liever had ik het omgekeerd gezien. Mijn zieke vriendin wordt zonder mij veel minder goed verzorgd dan dit voor mijn jongens het geval zou zijn. Dus ja, liefste, daarom deed het extra veel pijn dat ik geen koud washandjes op je hoofd kon leggen, thee kon zetten of je kussens herschikken onder je pijnlijke rug. En … ex-liefste: fijn dat ik je kan vertrouwen.

Zijn jouw kinderen in veilige handen bij jouw (ex)partner? En hoe los je het op als je twijfelt?