Is opa nu al dood?

“Zo. Dat was het dan. Dag huis, dag stad.” Mijn vaders stem beeft. Hij zit voor me in de auto. Mijn zus zit aan het stuur. Ik leg mijn handen op mijn vaders magere schouders. Hij hoest. Elke aanraking is er een te veel. Het is middag. Normaal rolt hij pas laat in de avond uit zijn bed, op zoek naar zijn eerste fles wijn.Het is al maanden bezig. Telkens wanneer ik op bezoek wilde komen, kwam het niet uit. Hij was moe of ziek of nog niet op. Ik was bereid erg laat te komen. Eén keer zat ik op de bus met de kinderen om zeven uur ‘s avonds. We konden afstappen bij zijn appartement. Ik liet mijn jongste zoon bellen.
“Opa. Wij komen op bezoek!”
Nee dus. Opa vond het te vroeg. Maar later is bedtijd voor mijn jongens.
“Gaan we niet naar opa?”
“Nee… Opa is een dikke sukkelaar. Hij weet écht niet wat hij mist met twee zulke prachtige kleinkinderen.”
Een week geleden belden mijn zus en ik elkaar op. We hadden hem allebei opgezocht, in die stad ver van ons vandaan. Hij kroop naar de deur, in zijn onderbroek, met een blauw oog en de sporen van een val in zijn badkamer. Dus dat was dat: we zochten een plek voor hem, dichtbij het huis van mijn zus. Zodat tenminste iemand regelmatig zou kunnen checken of hij niet dood lag te bloeden. En daar rijden we nu naartoe.
Ik streel nog even over mijn vaders schouders en neem mijn telefoon. Een bericht naar mijn zoontjes. Ze hoorden me bellen met mijn zus, vorige week.
“Gaat opa dood?” vroegen ze me, zodra ik de telefoon had neergelegd. Mijn zonen kennen mij goed, en ze zijn allebei zeer opmerkzaam. Ze wisten onmiddellijk dat het telefoongesprek met mijn zus er niet zómaar een was. Ik ben geen voorstander van geheimen. Ik geloof dat de waarheid voor kinderen minder schadelijk is dan hun eigen fantasie op basis van wat ze hier hadden gehoord. Dus vertelde ik hen… vrij veel. Meer dan ik opnieuw zou doen. Daarom wisten ze afgelopen week dat opa in gevaar was. Dat hij de hele tijd viel. Dat we bang waren elke keer als hij weer een dag lang niet op een sms antwoordde. En sindsdien vroegen zij het meermaals per dag.
“Is opa nú aan het sterven?”
“Ligt hij misschien op de grond te bloeden?”
In het vervolg voer ik dit soort telefoongesprekken buiten hun gehoor. Of als ze slapen. Dan hoeven ze niet ongerust te zijn over iets waar ze zelf toch niets aan kunnen doen. En de waarheid dan? Die mogen ze gerust weten, eens de crisis is bezworen. Nu, bijvoorbeeld. Ik typ een sms naar mijn ex-vrouw, want daar zijn mijn jongens: “Opa is op weg naar een huisje dichtbij jullie tante. Zij zal heel goed op hem passen. Hij is nu niet meer in gevaar.”

Vertelde jij ooit te veel aan je kinderen? Of te weinig? Hoe ga jij om met dat soort ‘gevoelige’ onderwerpen?

Groot in het kleine

Ik schreef het hier al eerder: mijn zakken zitten niet vol bankbiljetten. Dat is oké. Ik doe mijn ding en ik kom nooit écht tekort. Maar soms stéékt het. Bijvoorbeeld als ik zie hoe evident het voor anderen is om geld uit te geven. Reizen, etentjes, ijsjes, speelgoed, kleren, … Ik moet wél over elke cent nadenken. Dus als mijn ex-vrouw weer eens, met of zonder haar welgestelde ouders, de reisjes, uitstapjes en cadeautjes aan elkaar rijgt op de dagen dat de kinderen bij haar zijn, vind ik dat lastig. Ik ben niet jaloers. Echt niet. Ik hoef het niet. En mijn ex-vrouw mag dit allemaal gerust doen of geven. Maar ik voel me dan … een sukkel. Een vader van niets. Ik krijg het gevoel dat de dingen die ik onderneem met mijn jongens niets voorstellen. Ja … zo wakker ben ik dan ook weer wel.
Dus schiet ik in actie om met weinig middelen toch iets bijzonders te doen. Een vijvertje in onze tuin. We willen het al lang, mijn jongens en ik. Maar ik liet me altijd tegenhouden door leveringskosten en mensen die zeggen dat de aanleg toch niet zo simpel is. Tot vandaag. Papa wil zichzelf (en zijn zonen?) bewijzen dat hij geen sukkel is.Dus rijden we met de fietskar naar het centrum van de stad. Daar nemen we een bus tot … een heel eind van de vijverwinkel. Mijn jongens kijken hun ogen uit naar de vissen, watervallen, fonteintjes en brugjes. We kiezen een vijver en een zestal vijverplanten. Aan de kassa laten we ons met lichte tegenzin ook nog twintig kilo vijversubstraat aanrekenen. Een dikke streep door mijn transportplan. Ik dacht zelf het dragen van de vijver voor mijn rekening te nemen, wie draagt dan die zak van twintig kilo? Maar goed, ik ben geen sukkel en daar vertrekt de stoet. Ik draag de zware zak en de vijverplanten. Mijn zonen van vijf en acht nemen met hun tweetjes de voorgevormde vijver in hun handjes. Zeshonderd lange meters tot de bushalte. En dan maar hopen dat we de bus op mogen met die buitenmaat-lading. Alles lukt wonderwel, zonder gezeur van de chauffeur of mijn lieve jongens. Ik geloof dat ze het zelf heel stoer en bijzonder vinden. In het centrum laden we de vijver op de fietskar. We gaan nog een ijsje smikkelen onderweg. En dan begint het écht stoere werk. Lekker graven met drie venten! Ieder krijgt een schop en kruiwagen op maat. Even pauzeren. Dan de vijver plaatsen. Alles terug dicht, terwijl we water toevoegen. Nog even langs de buurvrouw om wat lelies uit haar vijverbodem te graven. En daar ligt hij dan: onze vijver. Klaar op een heerlijke dag samen. Nog geen twee weken later zoeft de eerste libel over onze tuin. Drie weken later dartelt de eerste waterspin op het wateroppervlak. Elke dag zien we het vijvertje, en bijna elke dag zitten we er even naast, te turen naar al het leven in en rond het water. Elke dag een uitstapje in ons kleine paradijs. Elke nieuwe ontdekking een cadeau. Ik was het bijna vergeten, maar dat is net mijn rijkdom. Groot zijn in het kleine. Daar heb ik zakken van vol. Geen sukkel dus? Geen sukkel.

 

Op welk vlak ben jij als ouder … een sukkel? En waar ben je groots in?

 

Brood of spelen

Oef … We zitten op de trein. Het was even nipt. Na een drukke dag deed mijn oudste zoon moeilijk onderweg naar het station. Maar we hebben het gehaald. Ik plooi mijn fiets. Mijn zonen (vijf en acht jaar) wringen hun step tussen twee zetels en huppelen door het gangpad op zoek naar de allerbeste plaats om te zitten. Ik vul mijn ticket in, pak speelgoed en boekjes uit de rugzak … en plof neer met een zucht.
We laten ons rijden, voor dik anderhalf uur. Mijn zoontjes komen om de beurt op mijn schoot zitten. Ik heb alle tijd.
“Vond je het leuk vandaag?”
“Ja!”
“En wat vonden jullie leuk?”
“Dat er veel eten was, en dat we mochten kiezen!”
“Kijken naar de dans en het circus!”
Mijn jongste zoon lust alles. Hij eet graag. Het stelt hem gerust iets te knabbelen. Mijn oudste is moeilijker aan tafel. Op een bepaald moment at hij alleen nog maar boterhammen met boter, pasta met kaas en rauwe wortelen, naast de gemakkelijke happen zoals fruit, pizza, frieten, koeken en taart. Hij eet verfijnd, met piepkleine hapjes, wat hij heerlijk én wat hij vies vindt. Terwijl kleine broer alles naar binnen slokt in één hap, spaart hij het lekkerste tot op het laatst. Vraag ik hoe de dag, een feest of een vakantie was, dan krijg ik van mijn oudste zoon een menu als antwoord.
“Hoe was je uitstap naar het pretpark, eigenlijk?”
“We hebben frietjes gegeten!”
“Was het feestje leuk?”
“Ik lustte de taart niet.”
We gingen vandaag naar een theaterfestival. Ik mocht eten achter de schermen, en mijn jongens dus ook. We zagen enkele voorstellingen. Circus, dans, muziek en theater. Mijn oudste zoon vond het mooi, zonder meer. Maar mijn jongste volgde alles met ingehouden adem, grote ogen en wapperende oren.
“Die show wil ik nog eens zien!”
Mijn oudste zoon wou ook nog wel eens, maar begon na een tijdje toch te zeuren.
“Hoe laat is onze trein?”
“Papa let wel op de tijd, jongen,” zei ik verstoord. “Geniet nu nog maar van de voorstelling.”
Maar mijn oudste zoon genoot niet meer. Hij wipte zenuwachtig op en neer.
“Moeten we die hele voorstelling nog eens opnieuw zien?”
“Jij vond het toch ook mooi,” zei ik. “En we hebben nog tijd genoeg.”
Maar voor wat mijn oudste zoon écht belangrijk vindt, hadden we net géén tijd genoeg. Hij wilde namelijk nog eens naar binnen, op zijn gemakje langs het hele buffet aan barbecue, groentjes, koekjes, fruit en drankjes kuieren. Want dát vindt hij namelijk waar de dag om gaat. Ik had het niet begrepen. En dus keken we de voorstelling uit, gingen snel-snel naar beneden. Nog net genoeg tijd om stiekem wat potjes vol te proppen met eten voor op de trein. En dan hop weg met de step en de fiets. En daarom, nu snap ik het eindelijk, deed mijn oudste zoon dus vervelend onderweg naar het station. Vandaag kan ik er niets meer aan doen. Maar dankzij anderhalf uur trein, tijd voor elkaar en voor reflecties over de dag, kan ik volgende keer nog beter rekening houden met wat mijn twee verschillende jongens, elk belangrijk vinden. En nog tijdens deze treinrit … smikkelen we met smaak de doosjes vol lekkernijen leeg tot op de bodem!

 

Vergeet jij soms ook de speciale gevoeligheden van je eigen kind, ergens onderweg? Vertel alles over speciale handleidingen en hoe je daaraan tegemoet komt of niet.

 

Mama in haar blootje

“Kom maar aan tafel. De soep is nu warm,” roept mijn vriendin. Haar zoon is aan het klussen met zijn nonkel.
“Nu niet, ma! Ik ben bezig.” Hij roept het bot en luid. Mijn vriendin loopt rood aan en roept hem nogmaals.
“Hij is nu juist goed bezig, mama,” roept nonkel. Het is maar een detail in een dag. Een zinnetje in een situatie. Maar het zegt alles. Want mama zegt dat zoon moet komen en nonkel zegt van niet. En dat is spijtig. Want mijn vriendin zorgt grotendeels alleenstaand voor haar kinderen. En ze kan écht wel wat bekrachtiging gebruiken, zeker nu zoon lief de poort van de puberteit binnentreedt. De nonkel is een super nonkel. Dat meen ik. Mijn bonuszoon en bonusdochter dragen hem ook op handen. Maar soms slaat hij dus de bal mis, waarbij hij, onbewust, in één beweging ook vaak mijn vriendin in haar blootje zet. En daar wil ik dan wel iets over schrijven, natuurlijk.
Een voorbeeld. Mijn vriendin is argwanend over schadelijke straling. En dus werkt ze liever niet met draadloos internet in huis. Het is een keuze die weinig mensen maken, maar waar ook niet veel tegen in te brengen valt. Zoon lief vindt het maar niets. Ook dat is begrijpelijk. Want wie heeft er nu in godsnaam geen draadloos internet in huis. Dus helpt zijn lievelingsnonkel hem uit de nood. Neefje krijgt van hem een internetmodem die hij stiekem in zijn slaapkamer binnensmokkelt en installeert. “Je mama zal dat toch weer niet willen. Dus doen we het zo.”
Natuurlijk kwam dit binnen de kortste keren aan het licht. En is het zo’n ramp van die paar dagen draadloos internet met straling? Nee. Maar wat wel erg is, is de duidelijke boodschap die er bij hoort: Je moeder moet je vooral niet serieus nemen. En wat doe je als jij iets in huis wilt halen dat zij niet wil? Marihuana, XTC, wapens, illegaal vuurwerk. Ik zeg maar wat J. Maar goed: het is een beginnende puber, hé. Wat doe je dan, nonkel? Binnenhalen achter haar rug! Niet alleen je leeftijdgenoten raden het binnenkort aan, maar zelfs je eigen nonkel deed het op die manier. Ga er dan maar eens aan staan als deeltijds alleenstaande moeder van een puberzoon. Gelukkig is er nog een wakkere bonuspapa in de buurt die … er een stukje over schrijft. Maar hey: waar de kinderen bij zijn, zet ik mijn vriendin écht nooit in haar blootje!

 

Wie zet jou in je blootje voor je eigen kinderen? En hoe voelt dat? Laat het hier weten.

 

Dochter voor één dag

“Mijn haar moet nog gedaan worden, hé.” Ik draai me om in de hal van het zwembad, zet mijn rugzak weer neer en glimlach. “Ok. Tijd genoeg. Zeg maar wat ik moet doen.” “Eerst haren uitwringen. Dan helpen met de droger. En dan weer opsteken.” Stap drie blijkt het moeilijkst. Ik krijg het haar niet meer in de gewenste vorm opgestoken. “Niet erg … maak dan maar gewoon een staart.” “Een staart?” Ik breng – voor het eerst – een volledige dag door met mijn bonusdochter. En ook al kennen we elkaar al heel goed, en zorgde ik op veel momenten voor haar: zo’n volledige dag blijft toch iets anders. Ik kreeg, bijvoorbeeld, geen programma mee. ‘Half negen aan de tekenacademie. Koekje en drankje meegeven.’ Nee. Niets. De dag is leeg, en het is aan ons tweeën om hem te vullen tot bedtijd. ‘s Morgens kies ik, zoals ik met mijn eigen kinderen doe, een huishoudelijke taak die ik kan doen in de buurt van waar er gespeeld wordt. Strijken naast het poppenhuis. Al gauw staat zij mee te stomen op haar kleine plankje. We zijn soms samen, soms alleen in huis tot de middag. Dan vertrekken we met de fiets. Zonder vast plan, maar mét een boodschappenlijstje, zwemkledij en nog uren tijd. Ik vind het heerlijk om met haar rond te gaan. Als ze moe is, laten we haar fiets achter en komt zij bij mij achterop. We nemen de luxe om niet naar de tijd te kijken. Hoe meer de dag vordert, hoe meer ik voel dat mijn positie verandert. Bonusvader, stiefvader. Sommigen zeggen pluspapa en zo voel ik me vaak ook. Iemand die aan een situatie wordt toegevoegd. Ik help wat, vul de gaten op. Maar mijn ‘plus’ verandert weinig aan het bestaande systeem. Regels, gewoonten, afspraken, … alles loopt door. En ik help op kousenvoeten, om niets te verstoren. Vandaag is dat niet zo. En daar genieten we allebei van. Mijn bonusdochter maakt kennis met hoe ik zélf vader. Ik sta, na een poosje, helemaal in mijn eigen vaderlijke kern. En ze vindt het, alvast voor één dagje, prima! We rijden rond, doen dringende en minder dringende boodschappen, babbelen op een bank, plonsen uren in het zwembad en haasten ons uiteindelijk nog om voor het donker thuis te zijn. Een onverhoopt geschenk van het leven: te ervaren hoe het is om een dochter te hebben, voor één dag. En te leren hoe een staart te binden.

 

Ben jij ook een plusouder? Of bracht je om een andere reden ooit een héle dag met andermans kind door? Vertel!

 

Klein of groot verdriet? Papa moet kiezen!

Een stille boosheid. Dat lees ik in de donkere ogen van mijn oudste zoon. “Wat is er jongen?” fluister ik. Hij duwt koppig zijn wenkbrauwen nog een beetje lager. Maar in zijn ogen zie ik tranen van een diep verdriet. Ik kruip over kleine broer naar hem toe. “Wat is er?”
“Waarom moesten we in de tent slapen?”
“Oh …,” zeg ik. “Heb je daar zo’n verdriet over?”
“Ja!”
Ik wenk hem dichterbij.
“Als je broertje slaapt,” fluister ik in zijn oor, “dan pak ik hem op en gaan we samen naar jullie bedje binnen.”
“Echt?” vraagt hij, en zijn ogen lichten op.
Ik zucht: “ja … echt.”
Mijn twee zoontjes zijn allebei graag thuis. Maar de oudste nog het liefst. Hij houdt echt van zijn eigen bedje. Dus heeft hij het gemist. Want afgelopen zomervakantie sliepen ze vaker niet, dan wel thuis. Gisteren waren we bij mijn zus. Ik wilde naar huis, voor hen. Maar zij wilden blijven. Dus bleven we. Gevolg: hartverscheurende huilbui vlak na het slapen gaan.
“Ik wil mijn eigen bed …”
En dat wil hij nu natuurlijk ook. Eén avond later. Thuis. Binnen is het veel te warm. Perfect weer om in de tent te slapen. Kleine broer is meteen enthousiast. Grote broer… laat zich overtuigen. We zetten snel de tent op, sleuren de matras naar beneden en gooien kussens naar binnen. Heerlijk simpel: thuis kamperen. Kleine broer slaapt links. Grote broer rechts. En straks steek ik mijn benen ertussen. Kindjes alleen in de tent vind ik riskant. Want onze tuin is gemakkelijk te betreden van op de straat. Dus nu grote broer naar binnen wil, heb ik een probleem. Alleen buiten vind ik niet oké. Maar alleen binnen ook niet.
Dus sluip ik met een klein pakketje naar boven, en … oh nee … het bed moet nog opgemaakt! Ik leg het pakketje op mijn eigen bed, en maak het bed van de jongens op. Grote broer kruipt er al in, overgelukkig. Wat ben ik een geweldige papa! Nu nog snel het pakketje van mijn bed liften, en … ai … het pakketje heeft oogjes gekregen. In een flits heeft mijn jongste zoon de situatie begrepen.
“Ik wil in de tent slapen,” snikt hij al onbedaarlijk.
Ik leg hem de situatie uit. Ik vertel hem dat hij alles wat hij wilde al gekregen heeft. De tent opstellen, verhaaltje in de tent, in slaap vallen in de tent. “En morgen gaan we zodra jullie wakker zijn, wéér naar de tent voor nog een verhaaltje daar.”
Het is niet hetzelfde. Het is niet genoeg om hem te bedaren. Maar het zal wel zo zijn.
“Je broer wilde zo graag in zijn eigen bed. Hij heeft zoveel verdriet. En dan moet papa kiezen. Sorry kleine vriend.”

 

Moet jij als ouders soms ook kiezen tussen wat je kinderen willen? Of nog erger: wat goed is voor hen? Deel je verscheurende keuzes en slimme oplossingen.

 

Heks of fee?

Ik fiets met mijn jongste zoon achterop langs de sporen. Hij zit geweldig te hopen op een voorbij rijdende trein. Ik weet dat er op dit uur normaal gezien geen komt. Dus begin ik alvast over iets anders. En op welk onderwerp komt een verliefde ziel dan?
“Vind je dat papa een goede vrouw gekozen heeft?”
Mijn zoon reageert niet. Hij telt de sporen. “Eén, twee, drie, …”
“Wat denk je jongen? Is het een goede vrouw voor papa?”
Ik kijk even achterom. Mijn vierjarige zoon kijkt mij aan met ogen vol onbegrip. “Dat maakt niet uit papa.”
Ik schrik een beetje. Anders kan hij niet stoppen met praten over mijn vriendin. Over haar huis, haar auto, haar kinderen. Maar nu houdt hij stuurs de lippen op elkaar.
“Wat bedoel je jongen?”
“Dat maakt niet ui-uit!” zegt hij ongeduldig. “JIJ moet dat kiezen. Het maakt niet uit wat ik daarvan vind.”
Ja … Hij heeft natuurlijk gelijk. Ik moet dat kiezen. En ik heb al gekozen. Dus daarvoor hoef ik geen bekrachtiging te zoeken bij hem. Maar mijn keuze heeft natuurlijk wel gevolgen. Plots zit hij opgescheept met … een heks of een fee?
“Maar wat vind jij van haar?” probeer ik nog eens. En dat is wel een terechte vraag. Want onze gezinssituaties passen lang niet perfect op elkaar. Zij heeft twee kinderen, en een specifieke kindregeling. En dat geldt ook voor mij. Dus konden we van bij het begin niet anders dan elkaar zien mét onze kinderen erbij. Soms de hare, soms de mijne. Heel soms alle kinderen tegelijk. Het was een noodzakelijke voorwaarde om zelfs maar over een relatie te kunnen denken. Maar onze kinderen werden dus meteen betrokken. Dus vraag ik me af of mijn jongste het contact met mijn vriendin een beetje ok vindt. Of had hij, ALS hij had mogen kiezen, liever een andere vrouw voor papa gevonden?
“Ik ben graag dicht bij haar, hé papa?” zegt hij.
“Ja. Dat is eigenlijk heel duidelijk,” zeg ik.
En we fietsen verder. Er komt een trein. En nog een. Alles is goed. Als er maar treinen komen. En soms zit er iemand heel bijzonder op.

Zouden jouw kinderen mee aan tafel mogen zitten bij de keuze van een nieuwe partner? Zou je rekening houden met hun voorkeur? Of hoe verliep dat bij jou? Laat het hieronder weten.