Bonusvaders in tijden van crisis

Mijn bonuszoon ging op tweedaagse met zijn eerste middel­bare schoolklas. Hij nam mee: een behoorlijke zelfzekerheid. Hij liet achter: een mama met een bang hartje. Als je zoon anders is, is niets evident. Alle activiteiten, slaapuren, eetgewoontes, verwachtingen en veronderstellingen zijn namelijk gericht op de gemiddelde leerling. Wat hij niet is. Hij kwam terug met: oorsuizingen. Tinnitus. Op zijn twaalf jaar. Nét nu, met deze nieuwe start in het eerste middelbaar. Een nieuwe plek, nieuwe kinderen, een nieuw schoolsysteem, een nieuwe ochtendlijke fietsroute. Nieuwe leerkrachten die hij niet kent en omgekeerd. Niet evident voor een puber met ASS. Maar hij en wij zagen het zitten. Tot die tinnitus alles aan flarden kwam tuuten. Nu, maanden later, is de situatie totaal ontspoord. De school nam de tinnitus niet echt serieus. Er werd gewerkt met luide geluiden in de klas, zonder waarschuwing. En dus kreeg mijn bonuszoon, bovenop de tuut in zijn oren, een gillende angst voor zo’n geluiden.
Bij zijn vader heeft hij een luidruchtige kamer aan de straatkant. Gevolg: hij wil daar niet meer slapen. Alles waar mijn vriendin jaren met hem aan bouwde, stuikte op enkele weken in elkaar. En daar stond mama weer. Paraat. Om kousen aan te trekken, schoenveters te binden, hem elke avond te gaan ophalen en thuis in bed te stoppen, op dagen bij zijn vader. Het is niet zijn schuld. Maar het is ook niet wat zij verdiende. We zoeken hulp. Dringende opname. De situatie is gevaarlijk en dat wordt ook onderkend. Maar er is nergens plaats. En dus doet mijn vriendin het allemaal maar weer zelf. Een mobiel crisisteam komt voor ondersteuning aan huis. Hulp uit de hemel. Maar de grootste last draagt de engel des huizes: de mama.
Ik wil nog eens mijn diep respect en bewondering uitspreken voor alle ouders met een bijzonder kind, zoals mijn vriendin. Het plaatsgebrek op de K-dienst en de nalatigheid van de school verdienen minder bewondering. En ik, de bonusvader? Wie ben ik in dit verhaal? Wel … laat het duidelijk zijn: mijn last en lijden is eindeloos veel minder scherp dan voor mijn vriendin, haar zoon en zijn zus. Ik kan soms even weg. Ik moet eigenlijk ook niets doen. Want ik màg niets doen. Elke prikkel is te veel. Ik ben te veel, hier in huis. In deze periode. Maar net dat is moeilijk. En ook dat niemand míj vraagt: hoe is dit nu voor jou?

De Wakkere Papa

Advertenties

Jaloers op mijn zoon?

Elke maandag neem ik na school de zoon en dochter van vrienden uit de straat mee naar huis. Ik had altijd graag een groot gezin gehad, dus vind ik het prima. En mijn jongens kunnen lekker ravotten.
De laatste weken was het voor mijn oudste wat veel, merkte ik. Hij wilde gewoon rust na school. Ondanks zijn sporadisch klagen, zag ik geen reden om iets te veranderen. Het vriendinnetje gunde hem zijn ruimte. Ze hield zich meestal rustig alleen bezig. En ik was best wel blij met een meisje in huis. Op Valentijn, ook een maandag, kwam mijn zoon schuchter naar me toe. Hij wees naar het vriendinnetje. “Papa,” fluisterde hij, “je moet niet zeggen dat ze niet meer mag komen hé.” “Oh…” zei ik.
“Ik denk dat ze heel graag komt.”
Mijn zoon toonde me een kaart met een groot, kleurrijk versierd hart en een met twee engeltjes en een hert. “Jij bent voor mij heel speciaal,” stond op het hart. En op de andere kaart: “Dank je dat ik altijd naar jouw huis mag komen. Ik vind het zo fijn met jou.”
“Hoe mooi,” zei ik. “Zoiets heb ik nooit gekregen. En wat heb jij gezegd toen je de kaarten kreeg?”
“Ik heb gevraagd of ze veel zulke kaarten had gegeven aan anderen,” zegt mijn zoon aarzelend. “Maar dit waren de enige.”
Ik kijk hem vertederd aan. Ik vind het zo mooi, als kinderen lief zijn voor elkaar. Als mensen mooie dingen zeggen of schrijven. En zeker als mijn zoon ze mag ontvangen.
“Dat is echt speciaal, jongen. Hou ze maar goed bij. Ik heb zoiets echt nooit gekregen. Zeker niet als kind,” herhaal ik. Mijn zoon verdwijnt en ik voel me ineens een beetje
verdrietig. Waarom heb ik nooit zoiets gekregen?
“Kerel… je bent jaloers op je eigen zoon,” mompel ik tegen mezelf. Zou dat waar zijn? Ben ik, naast blij voor mijn zoon, ook een héél klein beetje jaloers? En zo ja, zal dat nog gebeuren? Zal ik later, naast blij, ook jaloers zijn als mijn volwassen zonen succesvol zijn in het leven, in hun werk, in hun huwelijk? Succesvoller dan ik… En is dat erg?
Ik kijk naar mijn zoon en het vriendinnetje. Ik ben alleen maar blij, merk ik, als ik hen zie spelen. Ik had ook wel zo’n kaartjes gewild als kind. Misschien nu nog. Maar ik ben vertederd en diep gelukkig voor mijn zoon. Wat ik voel, is geen jaloezie, maar een gemis. Het heeft helemaal niets met mijn zoon te maken. Oef…

De Wakkere Papa

Te vermijden verdriet

Na de scheiding bleven onze kinderen voltijds in hun geboortehuis wonen. Mijn ex-vrouw en ik verbleven om de beurt een halve week bij hen. Maar nu mama de kinderen op haar dagen gewoon meeneemt naar haar eigen plek, staat het huis halftijds leeg. Ikzelf woon op mijn kinderloze dagen bij mijn vriendin en haar kinderen.
Voordeel is dat ik me niet moet haasten met de schoonmaak. Daarom zit ik nu, in mijn pyjama achter mijn laptop, in een half gestofzuigd huis. Drrrrriiiing. De bel. Getver! Ik herken de auto van mijn ex-schoonouders. En ik zit hier in een pyjama die ik ooit van mijn schoonvader kreeg wegens te klein aangekocht. Genant… Stilletjes blijven zitten, is geen optie. Zij hebben waarschijnlijk nog een sleutel.
“Hallo.” “Ah… toch iemand thuis. Wij…”
“Papaaaaaa!” Mijn jongste zoon vliegt op mij af. Ik sluit hem in mijn armen. Zo ben ik meteen een beetje minder naakt, daar in de voordeur. Intussen neem ik de oude telefoons aan die mijn ex-schoonouders me willen geven.
“Ik zal zien of ik er iets mee kan.”
“Doe ze anders maar naar de kringwinkel.”
“Waar is je broer, jongen?” vraag ik.
“Die wilde in de auto blijven zitten”, antwoordt mijn schoonvader snel. “Dus dan gaan we maar weer verder.”
Ik ga terug naar binnen, blij met de knuffel van mijn zoon. Toch raar dat de oudste niet wilde komen. Maar ja… hij heeft het altijd moeilijk met de wissels. Weg bij papa, weg bij mama. En ook het huis, de tuin, de dieren en het speelgoed mist hij, nu hij hier nog maar halftijds woont.
Ik kijk nog even door het raam. En dan zie ik het. In de wegrijdende auto zit mijn oudste zoon schokkend te huilen. Ik hoor niets, maar door merg en been voel ik zijn verdriet. Ik zie zijn ogen voor me. Zijn bodemloze huilen. Potverdomme! Was dat nu nodig? Dit soort situaties is toch te vermijden? Die spullen die mijn schoonouders niet meer willen, konden ze toch op een ander moment brengen? Zonder de jongens. De wissels moeten rimpelloos en onopvallend gebeuren. Dus niet terugkeren naar papa, als ze onderweg zijn naar mama, zoals nu wel gebeurde. Ik sta nog altijd bij het raam. In mijn hoofd zie ik mijn huilende zoon, en ik kan niet naar hem toe. Dan komen ook bij mij de tranen. En kwaadheid om het verdriet dat ze mijn zoon aandeden, terwijl het te vermijden was.

De Wakkere Papa

Van moeders en zussen

Ooit schreef ik hier over de toevallige ontmoeting tussen mijn moeder en haar dochter. Na jaren ruzie tussen die twee. Ik was er ook bij, en mijn kinderen. En de kinderen van mijn zus. Het was de eerste en laatste keer dat mijn moeder haar kleinkinderen langs dochterskant zag.
Ze botste erop toen ze, nét zoals mijn zus en ik, onze opa kwam bezoeken in het rusthuis. Twee kleinkinderen werden haar in de schoot geworpen, én een dochter.
Maar ze wilde niet. Het contact met mijn zus bleef verbroken. Ik zat daar toen, samen met mijn grootvader. En het liefste wat wij wilden, was dat die twee volwassen vrouwen het goed zouden maken. Precies zo: goed zouden maken. Niemand anders wilde dat zo erg als mijn grootvader en ik. Toch iéts terug heel.
Nu, jaren later, is opa gestorven. Mijn laatste grootouder. Toch ben ik niet alleen in het verlangen naar een hernieuwde band tussen mijn moeder en mijn zus.
Stilletjes. Diep vanbinnen.
“Wat zijn dat voor stommeriken,” zegt mijn oudste zoon.
Ik maan hem niet tot kalmte. Hij is altijd rustig, begripvol en bedachtzaam. Dus vind ik het net goéd, eens zo’n felle uitval van hem. Zeker als het hierover gaat.
“Oma heeft al maar één dochter. En dan doet ze zo.
En tante heeft toch ook geen andere moeder?!”
Hij vroeg of zijn tante naar de begrafenis zou komen. Hij weet van de twintig jaar oude ruzie tussen moeder en dochter. Maar niet meer dan nuttig is voor hem. Zo weet hij bijvoorbeeld niet dat mijn zus aanvankelijk niet op het overlijdensbericht van opa stond. Tot ik star rechtop ging staan om mijn moeder een zachtere weg te tonen. Gemeend mild en begripvol. Want ik kan me iets voorstellen bij haar pijn. Echt wel. Zoveel doen en laten voor je kind. En dan …
Mijn zus kwam naar de begrafenis. Ze zat helemaal achteraan. Om niet voor onrust te zorgen. Om mijn moeder óók dat moment te gunnen. Achter mijn moeder zat haar stiefdochter. Toevallig ook de hoofdverpleegster van mijn grootvader in het rusthuis.
Zij ging na de dienst naar mijn zus. Ze maakten een praatje. Ik hoorde één flard. En ik vind dat echt, echt de mooiste woorden van het voorbije jaar. Het is van een ongekende zachtheid, tussen twee mensen die elkaar nauwelijks kennen, toevallig met een draadje verweven door het lot. “Sorry,” zei mijn stiefzus tegen mijn zus. “Sorry dat ik op jouw plaats zat.”

De Wakkere Papa

De wereld is niet altijd mooi

Alweer een avond met mijn jongens. Wassen, tanden poetsen, naar toilet gaan, pyjama aan. Verhaal op bed. Voetjesmassage. En dan een liedje. Dat is nog steeds ons ritueel. De jongens slapen met twee in één bed. Dat vinden ze fijn.
Ik vind dat allemaal zo mooi. En dat zeg ik ook, tegen mijn oudste, als ik hem instop en hij zich zalig tegen zijn kleine broer aanvlijt.
“Het leven is mooi, hé jongen.”
Mijn zoon verstijft. Hij richt zich half op en draait zijn hoofd naar mij.
“Nee papa!”
Ik schrik. Is er iets aan de hand? Ik denk aan het moeilijke wennen aan de scheiding, aan ruzie op school, een vechtpartij met kleine broer misschien? Maar ik heb niets gemerkt aan mijn jongen, na school. Zou het iets geheims zijn, wat hem dwarszit? Een verliefdheid of een deugnieterij?
“Wat bedoel je, jongen?”
“Gewoon. Het leven is niet mooi. Niet voor iedereen. Niet als je in Syrië woont. Zelfs als kinderen gaan slapen, is het daar niet rustig. Of stoppen ze dan? Nee hé. Dag en nacht is het leven daar niet mooi.”
Ik heb geen antwoord.
“Ik wist niet …”
“Ja … wij kijken elke dag naar Karrewiet op school hé, papa.”
“Ja,” mompel ik. En ik krab in mijn haar.
“Vind je dat heel erg, jongen, dat de wereld niet overal even mooi is?”
“Ja!” zegt hij luid.
Wat een stomme vraag ook, van mij. Hij weet al veel meer over de wereld dan ik denk. Maar als het ergens fout zit, is hij dus boos op mij. Alsof ik er iets aan kan doen…
Plots denk ik aan sommige andere vaders of moeders die in eigen land of ver weg, in de politiek of een ngo, keihard strijden voor vrede, rechtvaardigheid en een betere wereld. Zij steken hun kinderen misschien niet elke dag met een vijf sterren slaapritueel in bed. Maar ze vechten wel om de wereld waarin hun kroost, en de mijne, moet leven, een mooiere plek te maken.
En ik doe dat niet. Wel … misschien een heel klein beetje. Ik schrijf wakkere papa’s, toch? En elke editie van De Bond maakt de wereld een ietsie pietsie mooier. Toch? Jongen?
Hij slaapt al.

De Wakkere Papa

Pyjamafuif als slaapritueel

Het is elke avond hetzelfde liedje. Als het bedtijd is en ik mijn jongens naar boven breng, jutten ze zichzelf en elkaar om ter wildst op. Hun onderbroeken en kousen vliegen door de badkamer, meer dan eens recht in de wc-pot. Of ze staan minutenlang gezichten te trekken voor de spiegel. Ik ben dan zelf ook al een eind in mijn dag. Mijn emmer raakt al aardig vol. Bovendien wil ik dat zij langzaam rustig worden om te kunnen gaan slapen. Maar zij maken het integendeel zo bont mogelijk, zo lijkt het wel. Ze duwen, trekken, roepen, lachen, dansen en zingen. En dan word ik boos. Eén van de twee barst dan meestal in tranen uit. Prima! Zo is de spanning er wat af. En we gaan een stuk rustiger naar bed.
Een week geleden. Weer zo’n avond. Alleen ben ik deze keer helemaal nog niet moe. Ik heb een heel rustige, aangename, voldoening gevende dag achter de rug, deels met, deels zonder kinderen. Vanavond kan ik alles aan. Dus zorgt wat wild ‘gebras’ op de badkamer niet voor een woede-uitbarsting.
We gaan dansend naar de slaapkamer. Ik doe mee. De knuffels vliegen door de lucht terwijl we het bed in springen. Maar ik grijp niet in of dreig nergens mee. Ik heb energie te over. Het is ook nog niet heel laat. Dus wat maakt het uit. Ik gooi mijn eigen gewoontes even overboord. Ik bel, vanuit bed, nog gauw even naar mijn moeder. “Hey oma! Wij zitten in bed!” joelen mijn jongens.
Normaal gezien lees ik het verhaaltje zo rustig mogelijk voor, om hen al in de juiste stemming te brengen. Gordijnen dicht, prikkels op het laagste niveau. Maar vandaag veeg ik ook daar mijn voeten aan. Ik geef kikker en pad een plat accent en een brutale woordenschat. “Eij! Kiekker! Komde goa mie zwumme?” “Nieët Pad! Kust me gat! Ich hem gin goesting!”
Mijn jongens gieren het uit. Ze rollen kronkelend over de matras. Niet bepaald hoe papa anders spreekt. En ook niet echt de sfeer die ik doorgaans creëer bij ons slaapritueel. Wél lollig. Voor een keertje. Na dit verhaaltje komt er nog een tweede. Ik lees het rustig voor. Gewoon. Aan het einde van dit verhaal leg ik het boek weg en knip het licht uit. En in een flits zie ik het. Mijn jongste ligt jandorie al te ronken. Die is, wellicht dodelijk vermoeid door alle heisa op de badkamer en in bed, nog tijdens het tweede verhaal, in slaap gevallen. Wat een onverwachte wending… Maar… Als het zo zit, dan hoeft die – bijna dagelijkse – ruzie op de badkamer misschien niet meer. Integendeel. Morgen houden we als slaapritueel een pyjamafuif op bed!

De Wakkere Papa

Perfecte papa

Ik krijg vaak fijne reacties op mijn schrijfsels, maar toch worden de stukjes ook niet altijd op gejuich onthaald. Ik geloof nochtans dat ik bijna altijd mild en respectvol schrijf over alles en iedereen. Ik probeer wat ik zie niet te beoordelen, maar er denkend mee aan de slag te gaan. Ik vind het ook oprecht interessant. Maar toch word ik soms als veroordelend begrepen.
Ik merk hetzelfde op in gesprekken met andere ouders. Ik zie dan iets, bij mijn of hun kinderen, en spreek mijn gedachten daarover uit. Vaak ben ik écht geïnspireerd door wat er gebeurt. En enthousiast om iets in mijn eigen ouderschap anders te gaan doen, soms nét zoals deze ouder. Maar toch wordt niet altijd geapprecieerd dat ik mijn mond erover opendoe. En ja … die reactie is ook iets wat ik zie, en interessant vind, en dus ga ik er hier en nu over schrijven!
Ik denk dat het komt doordat we het zo goed willen doen als mama of papa. En dan denken we dat we àlles goed moeten doen. Maar wie kan dat nu?
Trouwens: is dat niet iets relatief nieuws? Dat gevoel het goed te moeten doen als ouder, op zoveel vlakken? Laten we eens een eeuw terug keren in de tijd. Honderd luttele jaren. Een generatie of vier, vijf. Wat was goed ouderschap toen, hier in dit land? Bestond dat? Dacht iemand daarover na? Een klop hier en een strafbank daar? Dat moest, toch? En brood op de plank! Geld voor de dokter, of anders minstens om een graf voor je kind te kunnen kopen. Middelen om naar school te kunnen gaan, en te kunnen studeren! Dat was top ouderschap! Nog verder terug? Goed ouderschap is sterk zijn, vechten, je kind beschermen tegen wolven of roversbendes in de nacht.
Misschien was er vroeger ook meer verschil tussen goed moederschap en goed vaderschap. Tussen wat dat zoal inhield. Wat je moest zijn om daaraan te voldoen. En misschien proberen we dan nu allemaal een perfecte mama én papa in één stuk te zijn, op álle mogelijke vlakken?
Trouwens: is dat eigenlijk geen onderschatting van onze kinderen? Alsof ze het niet zouden redden met een niet perfecte mama of papa. Wellicht is het tegendeel waar. In mijn imperfectie als ouder gaten blijven er gaten, en dat kan mijn kinderen in beweging zetten. Om het beter te doen, om dan maar zélf datgene te creëren wat papa of mama blijkbaar laat liggen. Om het bij vrienden te zoeken. Bij hun lief. Om dan zélf maar rijk en geslaagd te worden. Hmmm… dat laatste zou weleens heel toepasselijk kunnen worden op mijn jongens, want van mij gaan ze geen fortuinen erven.
Maar goed… laat ze maar gaan! Kan ik later, oud en wijs, lekker intrekken in hun dikke villa. Of mag ik dat soort dingen niet verwachten van mijn weldra rijke kinderen? Ja! Laat ik daar eens over denken! Wat is goed kinderschap, in deze moderne tijden?!

De Wakkere Papa