Stamboom voor dummies

“… in de glo-ri-a! Hieperdepiep… hoera!”
Mijn zonen zingen voor mijn vaders verjaardag. Hij wordt 65! Een speciale verjaardag dus. Hij gaat op pensioen, reist vanaf nu goedkoop met trein en bus, en hij voelt zich oud.
“Is jouw feestje nu bezig?”, vraagt mijn vijfjarige jongen.
“Euh … ja”, zegt mijn vader aan de andere kant van de lijn. Ik hoor het niet, maar weet het zeker.”En wie is er allemaal op jouw feestje?”
Stilte. Er is namelijk helemaal niemand. Mijn vader zit alleen thuis. Er komt geen bezoek. Dat hoeft voor hem ook niet. Maar mijn jongens vinden het vreemd.
“Waarom is oma eigenlijk niet bij opa?”
Even vreemd kijken ze de volgende dag op als zij de enige aanwezige kindjes zijn op het wafelfeest van oma, mijn moeder.
“Waarom zijn onze neef en nicht er niet bij?”
Mijn moeder doet alsof er niets gezegd werd. Er is ook niets gezegd, want voor haar bestaan neefje en nichtje niet. Hun moeder, haar dochter, bestaat namelijk ook al meer dan twintig jaar niet meer. Ik heb dat altijd jammer gevonden voor mijzelf, en sinds hun geboorte ook voor neef en nicht. Maar ik heb me nooit afgevraagd wat mijn eigen jongens ervan vinden.
“Wil je weten waarom jullie tante niet op het feest was?”, vraag ik hen op de trein terug naar huis.
Ze knikken. Ik knik terug.”Ok…” Maar ik weet niet wat ik hen moet vertellen. Alles? Of bijna niets?
“Ze hadden ruzie en hebben het nooit bijgelegd.”
Mijn jongens kijken me nog steeds verwachtingsvol aan. Ik gris papier en pen uit mijn rugzak, en begin te tekenen.”Wie is dat?”
“Dat is opa!”
“Ok. Opa was getrouwd met oma.”
Ik teken alles voor hen uit. Opa en oma kregen twee kinderen. Maar toen gingen ze uit elkaar. Scheiding. Oma vond een nieuwe man.
“Dat is bompa!”

“Jaja … maar mijn zus, jullie tante. Die kon het niet zo goed vinden met bompa.”
“Oei…”
Ik teken de veranderende relaties in de wortels van mijn kinderen uit. Ik omcirkel de mensen die samen een gezin vormen of vormden. Zij zien de breuklijnen. Een streep door de verbinding. Maar ze zien ook dat de verbinding blijft. Mijn zus is verbonden met mijn moeder doorheen mij. Zelf blijf ik ook verbonden met hun moeder, doorheen hen, mijn kinderen. Er is voor iedereen een plaats op het blad. Ik ben heel tevreden over de tekening, over de duidelijkheid die het geeft. Ik stel opgelucht vast hoe gemakkelijk ik de verschillende conflicten in hun familie kan uitleggen, dankzij dit papier. Tot ze vragen waar mijn vriendin staat, en haar kinderen.
“Ergens heel dicht bij mij”, zeg ik.
“Maar daar is geen plaats meer”, zegt mijn jongste schat.
“Nee… jullie mama moet eigenlijk een beetje verder van mij, maar even dicht bij jullie”, zeg ik.
Maar mijn vriendin mag ook dicht bij hen, vinden mijn jongens.
“En wat als jullie uit elkaar gaan? Staat ze dan ook nog op het blad?”, vraagt mijn oudste. “Of gom je haar gewoon weg?”
Stilte.
“Beste reizigers. Wij komen aan op onze eindbestemming.”
Geraken jouw kinderen wijs uit hun familie? Zorg je voor duidelijkheid? Koester je geheimen of gebruik je de gom? Zet er een stamboompje over op en laat hier een reactie achter.

 

Broederbanden onder druk

De hobby van mijn oudste zoon is weer voorbij voor deze week. De jongens en meisjes druipen moe maar voldaan af naar de kleedkamer. Mijn jongste zoon schiet uit de startblokken. Hij vliegt als een kanonskogel op zijn broer af. Hij is oprecht gelukkig én apetrots op zijn broer, maar die reageert heel lauw.

“Ik vind het niet leuk dat je zo op me afloopt als jullie me komen halen. Ik wil liever eerst dag zeggen aan papa”, zegt hij een half uurtje later, in de badkamer. Het is het zoveelste moment van … verandering in de relatie tussen de twee broers. Kleine broer neemt het niet goed op. Hij begint hartstochtelijk te huilen. Dit was een druppel…

Grote broer ziet zijn kleine broer heel graag, maar na de les wil hij niet in het midden van de zaal blijven staan, waar iedereen naar hem kijkt. Grote broer wil niet dat kleine broer de hele tijd praat in de fietskar. Dat kleine broer naast hem zit te wriemelen als ze naar een filmpje kijken. Het stoort hem dat kleine broer veel minder goed kan delen, rustig praten of stil zitten.

Eigenlijk is het al maanden aan de gang. De spanning en het zoeken. De conflicten en de tranen. Er is heel veel liefde en nog meer plezier samen. Maar grote broer zit in het tweede leerjaar. Kleine broer in de tweede kleuterklas. Ze zijn nu meer verschillend dan een tijd geleden.

De broers zijn een prachtig koppel. Lief voor elkaar, eerlijk, goede speelkameraden. Na de scheiding van hun ouders waren zij altijd samen. Mama en papa waren er maar soms. Broer was er altijd. Dat versterkt een band. Maar misschien is kleine broer daardoor ook wat te veel gaan leunen op grote broer?

In de zomer was er ook nog eens ‘de zaak Zwitserland’. Grote broer ging op vakantie met mama. Tien dagen naar de Zwitserse bergen. Nooit eerder waren de broers meer dan een dag gescheiden van elkaar. En nu plots tien. Papa was er tegen. Mama zei: “Kleine broer kan ook bij mijn ouders gaan logeren. Dan komen ze na de reis allebei bij jou. Maar zo zonder grote broer en mama, wil kleine broer misschien liever bij papa zijn.”

Ik geef hierop verder geen commentaar, maar feit is dat op de reis veel uitgesproken en niet uitgesproken jaloezie volgde. Er wordt geklopt, gepest, geklaagd en geklikt. De broers slapen nog altijd samen in een bed, maar grote broer weet het niet zo goed meer.

“Hij maakt me soms wakker ’s morgens. Met zijn gewroet. Stommerik.”

Hij zegt het teder, met eerder verdriet dan verwijt in zijn stem. Grote broer slaapt graag samen met kleine broer. Elke avond schuift hij dicht tegen hem aan. Lepeltjesgewijs. Maar voor de andere pijnpunten moet er wel een oplossing komen. Een nieuw evenwicht tussen de rustige, gewetensvolle, soms schuwe grote broer … en kanonskogel kleine broer.

“Wil je na de les liever eerst papa kussen? Of wil je dat kleine broer bij papa blijft staan, zodat je rustig naar de kant kan komen. En dan geef je broertje als eerste een knuffel, maar wel zélf?”

“Ja …” zegt grote broer. “Dat is het.”

 

Broederlijke en minder broederlijke verhalen of zusterlijke episodes zijn welkom.

 

 

 

 

Bange mama

Een grote speeltuin. Een groot spinnenweb. Mijn twee jongens zitten er ergens in. Hoog boven de grond. Ver van mijn, na een halve dag met mijn jongens, al lichtjes geteisterde oren. Ik leun even naar achter. Heerlijk in de touwen. Ik kijk omhoog en zie mijn jongens klimmen richting de blauwe lucht. Er vallen korrels zand van hun voeten op mijn neus. Nog hoger krijst een witte meeuw. Zolang die maar niets laat vallen, denk ik. Ik lach met mijn eigen grap. Iets verderop krijst een vrouw. “Pas op! Niet zo hoog! Je gaat vallen!” Ik zet me rechtop. Mijn interesse is gewekt. Papa is wakker. “Als je nu nog hoger gaat, dan …” krijst de vrouw weer. Een kleuter klimt in het spinnenweb. Ik schat hem ouder dan mijn jongste zoon. Hij is nog helemaal niet hoog, vind ik zelf. Maar zijn moeder denkt daar heel anders over. Ze haalt alles uit de kast om haar zoon naar beneden te krijgen. Ze smeekt, kermt, krijst, dreigt, verzoekt. Maar niets helpt. Haar zoon klimt naarstig verder. Af en toe kijkt hij naar beneden. “Mama! Kijk hoe hoog ik al ben!” “Rustig jongen”, sust een derde stem. De papa, wellicht. Hij sust zijn vrouw én zijn zoon, vanop afstand. Hij zit rustig op een bankje toe te kijken. “Mama kan er niet tegen, jongen. Kom zo dadelijk maar terug naar beneden.”

Het klinkt heel gemakkelijk. De laconieke papa die onder alle omstandigheden rustig blijft. Zich zorgen maken, verantwoordelijkheid nemen, kijven? Dat doet zijn vrouw wel voor hem! Ik word al een beetje humeurig. Maar anderzijds: de mama overdrijft wel een beetje. Zo hoog is haar zoon nog steeds niet geklommen. Mijn jongere zoon zit veel hoger, terwijl ik rustig naar de hemel lag te staren. Dus waarom zou papa dan moeten tussen komen? Nee, hoe meer ik erover nadenk, hoe meer sympathie ik krijg voor deze papa. Hij probeert het juiste te doen voor iedereen. Hij maakt wat vrijheid voor zijn zoon om te klimmen. Maar hij houdt het binnen grenzen die haalbaar zijn voor zijn angstige vrouw.

De vrouw zit werkelijk op haar knieën in het zand. Ze kan het niet aanzien, maar wegkijken lukt ook niet. Ze slaat in het zand en krijst. Ze zet een bibberige voet op het spinnenweb, klaar om haar zoon achterna te gaan. “Ze heeft zelf hoogtevrees”, besef ik plots. “Arme vrouw.” Terwijl mijn twee jongens helemaal in de top van het web staan te dansen en springen, komt haar zoon voorzichtig en beheerst naar beneden gekropen. Ik maak me klaar om weg te kijken. Ik verwacht een stevige bolwassing, misschien wel een pak slaag voor deze jongen. Want de vrouw is nog altijd in alle staten. “Nooit meer in zo’n spinnenweb! Nooit meer!” tiert ze. Dan strekt ze haar armen uit en plukt haar kind uit het web. Ze roept niet, slaat niet, dreigt niet. Ze klemt hem gewoon dicht tegen zich aan. Haar lichaam begint te schokken. Ze weent. “Oh mijn kleine lieve schat. Mama is zo bang dat je zou vallen. Zo bang.” Papa sluit aan bij het tweetal. Hij legt een hand op de schouder van mama, een hand op de schouder van zoon. Zo stappen ze weg, ver weg van het spinnenweb.

Hoe reageer jij als leden van je gezin verschillende behoeften hebben? Kies je partij? Blijf je afzijdig? Of zoek je naar een evenwicht?

Alles voor de show, of toch niet?

Nog dertig minuten tot de start van het optreden van mijn oudste zoon. Dertig lange minuten in de tribune, met mijn jongste zoon aan mijn zijde. Grote broer moest er een half uur vooraf zijn, dus zit kleine broer zenuwachtig heen en weer te wippen op mijn schoot. Terwijl het publiek tergend langzaam binnen sijpelt, verzin ik opdrachten voor hem. Ik hou hem in beweging, want zo dadelijk moet hij een hele tijd stil zitten in een volle tent. En dat is niet zijn sterkste kant.

“Ga jij eens vragen of grote broer zijn jas toch niet nodig heeft?”

“Zou mama er nog niet zijn? Kijk eens bij de ingang.”

Mijn ex-vrouw komt ook. Met haar ouders. Wij houden hun plaatsen vrij. Vervelend werkje. Het is ook niet helemaal eerlijk natuurlijk. Want lang niet alle plaatsen geven een even goed zicht op het podium. En de mensen die een beetje nijdig kijken naar mijn over drie plaatsen gedrapeerde jas, zijn er natuurlijk wél eerder dan mijn ex-schoonfamilie. Ik vermijd elk oogcontact, gedurende ruim een half uur. Vijf minuten na de voorziene start van de show druppelt mijn ex-vrouw binnen. Ze wordt door onze jongste zoon onthaald als een heldin.

“Mamaaaaa!”

De zaal kijkt vertederd toe. Ik voel de bui al hangen. En inderdaad: de hele show lang zit mijn kleine, lieve jongetje één schoot naast mij. Of nog verder, bij de grootouders. Dat is heel logisch. De jongens verblijven tijdens deze dagen bij mij, dus missen ze niet papa, maar mama. Toch steekt het een beetje. Ik kom een half uur eerder, houd plaatsen vrij en zorg ervoor dat kleine broer klaar is om stil te zitten. Als hij tijdens de show onrustig wordt, steek ik hem een rijstkoek toe, zodat hij stil op hun schoot blijft zitten. Maar zij zijn, ruimschoots te laat, de grote helden …

“Zit nu eens vijf seconden stil, jongen”, klaagt mijn ex-vrouw.

Mijn humeur slaat om. Waar zeur ik eigenlijk over? Ik strek mijn benen en kijk relaxed naar mijn oudste zoon op het podium. Geen gewriemel op mijn schoot. Geen gefluister in mijn oren. Kleine broer maakt het mama lastig, niet papa. Af en toe beseft mijn vijfjarige jongetje dat papa een beetje jaloers is. Hij steekt zijn kleine handje uit, trekt mijn hoofd dichterbij en geeft me een natte zoen. Meer dan genoeg om mijn hart te vullen.

“Laat dat heldendom ook maar”, denk ik. “Ik heb eigenlijk niets tegen de luwte.”

Een uur later neem ik mijn twee jongens mee naar huis. Ik luister naar hun beleving van de show. Daarna leg ik hen te slapen. Die kleine schaduwtaken van het ouderschap koester ik elke dag. Ik vind het zoveel waardevoller dan dat ze voor mijn schoot kiezen wanneer iedereen het ziet. En dat ik de show rustig en volledig heb kunnen volgen, terwijl ik in een ooghoek en met enig leedvermaak mama zag worstelen met ons kleine woelwater, is alleen maar bonus!

Papa Pieter ???

De moeder van mijn kinderen liet me zitten voor een ouwe vent. Ik heb mezelf vaak genoeg verteld dat die leeftijd geen verschil maakte, maar voor mijn zelfwaardegevoel scheelde het wel degelijk een serieuze slok. “Hij? Maar die is niet eens rijk. Waarom…” reageerden sommige vrienden onhandig. Dat zijn de pijnlijke momenten. Even slikken. En met elke druppel zonk het zelfvertrouwen me dieper in de schoenen. Anderzijds: mijn vadergevoel bleef in die periode steil overeind. Op dat vlak speelde de vlam van de moeder van mijn kinderen in een andere competitie. Bij de senioren gelden andere regels. Je scoort er op een andere manier. Ik heb hem nog meegemaakt met mijn kinderen. Vijf euro hier, een Donald Duck-imitatie daar. Een chocolaatje uit de mouw. Een verhaaltje. Een geintje. Onuitstaanbaar, in de toenmalige situatie. Maar qua leeftijd én gedrag toch eerder concurrentie voor de grootouders van mijn kinderen dan voor mijzelf. Er is maar één papa, geen andere would be of could be met de juiste leeftijd. Daaraan ben ik ontsnapt. Een half uurtje geleden besefte ik dat plots. Ik voelde een pijnlijk diep medelijden met mannen of vrouwen die net hun geliefde hebben verloren aan een ander, die vervolgens in één beweging hun kinderen vlotjes inpakt. Niet moeilijk natuurlijk, andermans kinderen inpakken. Integendeel: de gedumpte partner voelt zich verschrikkelijk, en dat voelen de kinderen ook. Hij of zij moet misschien plots harder werken, heeft kopzorgen en massa’s verdriet. En de tegenpartij? Die heeft vleugels door verliefdheid, een nieuwe partner mét een stel prachtige kindjes erbij. Ik wil iemand danken dat dit mij bespaard is gebleven. Mijn ex-vrouw misschien? Goeie keuze, meisje! Ik voelde me nooit een mindere papa voor mijn kinderen dan gelijk wie anders in het spel. En dat scheelt ook een serieuze slok, in de juiste richting.

En dan: een half uur geleden. Mijn kinderen waren, na een verhaaltje en een voetjesmassage, heerlijk in slaap gevallen aan mijn zijde. Ik voelde me een geweldige papa J. Dus bedacht ik dit alles. Eigenlijk goed dat het een ouwe vent was. En toen, ik zweer het jullie, werkelijk op dat eigenste moment, deed mijn oudste zoon zijn ogen open, en zie: “Moeten we morgen zo vroeg opstaan als vorige week woensdag?” “Ja jongen.” “Maak de boterhammen dan maar vanavond al. Mama doet dat ook. Dat heeft ze van haar vriend geleerd.” “Oh”, zei ik. “Ja. Pieter heeft ook nog kleine kindjes. Die is echt héél grappig. Hij kan suikerwafels bakken. En hij gaat elk weekend vissen in een bootje. En wij mogen ook eens mee.” “Oh”, zei ik nog eens. “Ga nu maar weer lekker slapen, jongen.” Maar ik dacht: Pieter ???

De Wakkere Papa


Vadert of moedert een ander over jouw kinderen? Hoe loopt dat?

Wat een luizenweekend!

Mijn oudste zoon krabt in zijn haren. Derde keer vandaag. Alarmlichtjes knipperen. Ik houd hem extra in het oog. De vierde keer volgt meteen. Ik kom vanachter mijn werktafel en wandel behoedzaam naar hem toe. Terwijl hij rustig verder speelt, strijk ik liefkozend door zijn haren. Is daar iets te zien?
“Is er iets, papa?”
“Nee hoor. Speel maar rustig verder.”
En ik speur rustig verder naar luizen. Geheim agent Wakkere Papa. Waarom eigenlijk?

Een uurtje later kam ik zijn hele haardos uit met de natte kam. Luis na luis spoelt door de afvoer. Bij dertig zijn we de tel kwijt geraakt. We zijn al een half uur bezig. De lakens en pyjama’s zitten al in de wastrommel, en kleine broer staat ook nog te wachten op zijn beurt. Gelukkig is het vrijdagavond. Dan hebben we zaterdag en zondag, ochtend én avond, nog tijd voor dezelfde behandeling.
“Wat een bestaan, wat een luizenweekend,” zing ik zondagavond.
“Maar ze zijn wel weg, hé, papa!” zegt mijn oudste zoon.
“Gelukkig,” zeg ik. “Toch moeten we het wel zeggen op school, hoor. Want misschien had je ze van iemand anders… of gaf je ze al door.”
“Ik ga het zélf aan de juf vertellen!” zegt de jongste fier. Hij is blij met gelijk wat hij in de kring kan vertellen aan zijn kleuterjuf.
“En jij, jongen?”
Mijn oudste zoon verstijft. Alsof plots zijn leven op het spel staat. “Jij moet dat zeggen aan de meester.”
“Zal ik het in je agenda schrijven, dan?”
“Jij moet het zéggen!”

Een dag later houd ik de meester even tegen op de gang. Ik vertel hem over de razzia in mijn zoons haardos, en hoeveel luizen ik daarbij kliste. De meester dempt onmiddellijk zijn stem. Weer die geheimzinnigheid, denk ik. Waarom toch?
“Dus: ik geef vanavond een brief mee aan iedereen”, fluistert de meester. “Jullie krijgen er dan ook eentje. Zo weet niemand waar het vandaan komt.”
Een andere ouder mengt zich in het gesprek. “Ik heb vorige week nog gecheckt hoor. Het komt zeker niet van bij ons. Wij wassen voor de zekerheid elke maand eens met zo’n shampoo. Maar ja, als niet iedereen dat doet…”
Aha!, denkt geheim agent wakkere papa. Dus hier zitten de echte opruiers.
Ik begrijp meteen alles. Niemand vindt het grappig om op één weekend tijd drie keer alle lakens, pyjama’s, kleren, jassen, mutsen, sjaals, knuffels en pantoffels te moeten wassen, ophangen, opplooien en wegleggen. Dus zoeken we een schuldige. Die arme luizen moeten het als eerste ontgelden. Maar daarmee nemen we geen genoegen, er moet bloed vloeien! Dus zoeken we de dader: wie bracht die luizen binnen in de klas?!
Zijn wij het, arme kromgewassen ouders, die het pesten starten? Houden wij het in stand, die geheimzinnigheid? Er niet luidop over spreken. Er iets ergs van maken, iets om je over te schamen en bang van te zijn. En anderen dus ook om te pesten… Ik wil de klas inlopen om te roepen: “Nee! Je moet je nooit, nooit, nooit schamen om iets waar je zelf niets aan kan doen!”
Maar ik doe het niet. Omerta. Ik heb mijn zoon beloofd discreet te zijn. Maar waarom? Waarom kan het niet blijven zoals in de kleuterklas, iets wat je openlijk kan vertellen, fier over wat jij voor bijzonders hebt meegemaakt? Anderzijds: mijn jongste zoon hééft het verteld. Ik heb hem daarin niet tegengehouden. En zo verandert deze luizenwereld toch weer een beetje!

De Wakkere Papa


Hoe reageer jij als ouder op luizen in de klas of haren van je kind? Stimuleer je het pesten?
Of relativeer je de luizen?

Hand voor zijn ogen?

“Kind in fietsstoel aangereden en op slag dood. Dat ga ik eens lezen, zie,” mijn peter is op bezoek. Hij vouwt zijn krant open en zakt nonchalant onderuit.
“Amai … daar was een pak bloed bij,” vervolg hij. “Ja … als je dat ziet.”
Mijn oudste zoon kijkt met opengesperde ogen naar de grote meneer aan onze eettafel.
“Nog thee?” vraag ik.
Maar ook na deze afleiding boomt mijn peter op het zelfde pad door.
“Kijk hier! Bakfiets in het kanaal gereden. Kinderen op het nippertje gered. Die waren bijna verdronken!”
Ik houd mijn zoon in het oog. Wat denkt hij nu? Is hij bang? Probeert hij het te begrijpen, voor zich te zien? Durft hij morgen nog zijn eigen fiets op? Ik twijfel. Moet ik iets zeggen, uitleggen? Moet ik mijn peter een halt toeroepen met zijn doemverhalen? Maar terwijl papa denkt, schiet kleine broer in actie.
“Ja! Die bakfiets ging zooooo en vrooooeeeem plooooons!” stormt hij naar de eettafel. Hij botst aan een rotvaart tegen de benen van de bezoeker en vliegt met zijn guitige snoet dwars door de krant heen. De meneer is plots … een stukje kleiner. En grote broer, die net nog verstart zat te luisteren, barst uit in een lange, hikkende schaterlach.
Ik sta wel vaker in tweestrijd hierover. Hoe reageer ik als mijn kind dingen hoort of ziet, die wat mij betreft nog even verborgen mochten blijven? Of, erger nog: wat doe ik als iemand mijn kind vertelt dat alle blanken egoïsten zijn of dat de wereld volgend jaar vergaat? En wat als er nét een hond onder een auto springt, voor onze ogen. Het bloederige tafereel laten zien of toch maar snel omdraaien en langs een andere weg verder? Maar welk signaal geef ik als ik wegdraai? Maak ik hen dan niet nog banger van datgene dat ze niet mochten zien?
“Het is niet waar, hé, wat die meneer zei?” begint mijn oudste zoon er zelf over. “Jouw peter zei dat maar om mij bang te maken.”
“Het stond wel in de krant,” zeg ik.
“Maar het gaat niet gebeuren met ons.”
“Ik denk van niet. Wij rijden heel voorzichtig. Maar dan nog zou het kunnen.”
“Ja … maar het gaat niet gebeuren.”
Die relatieve zekerheid gun ik hem wel. En ik ben blij dat we erover gesproken hebben. Maar toch: bespreekt hij alles wat hem in verwarring brengt? Want ik sta natuurlijk niet elke keer naast hem, als hij zoiets hoort of ziet. Het gaat me een beetje duizelen als ik nadenk over alle invloeden en prikkels waar mijn zoon met zijn arme kleine, altijd nadenkende kopje … het hoofd aan moet bieden. En dan heeft hij het internet nog nauwelijks ontdekt …

De Wakkere Papa