Bonuskinderen

“Daar zijn we ook weer vanaf …”
“Dat zei hij niet!”
“Toch wel.”
“Ja zeg … Waarom vertel je me dat eigenlijk?”
“Ik vond het grappig.”
En ik vind het niet grappig. Want ik hecht belang aan wat de kinderen van mijn vriendin van me vinden. In mijn hoofd horen gescheiden ouders hun nieuwe liefdespartner eerst enkele maanden stiekem te ontmoeten, alvorens zich als nieuwbakken koppel te presenteren aan de kinderen. Dat bleek in ons geval, zoals ik eerder al schreef, praktisch niet erg haalbaar. Tot ongenoegen van een deel van onze entourage.
“Pas maar op. Prille liefde kan snel bekoeld zijn. En dan worden de kinderen weer gekwetst,” zei mijn vader.
“Zouden jullie niet beter nog wat zorgeloos genieten zonder vervelende kinderen. Kan jullie relatie dit al wel aan?”, vroeg haar moeder.
Allemaal mooie praat. Maar ik heb geen zin in en nog minder behoefte aan een avondje film om de twee weken als verkennende eerste ronde. Ik heb me heel alleen gevoeld de afgelopen periode. Alleen met mijn kinderen. Alleen zonder mijn kinderen. Dat hoeft voor mij niet langer. En trouwens: het is heel duidelijk tussen mijn vriendin en mij. Ik twijfel niet.
Zij heeft twee kinderen. Meisje van acht, jongen van elf. Een vriend duwde me een boek in de handen: bonuskinderen. Ik wilde eigenlijk wel graag een dochter. En aangezien ik niet meteen de behoefte voel om een nieuw gezin te stichten, is een bonusmeisje al meer dan ik nog verwachtte te krijgen. Dus dankjewel aan het lot.
Hoewel … gemakkelijk is het niet. We moeten wennen aan elkaar. En een zachte aanloop hebben we daar dus niet voor genomen. Nee. Mijn bonuskinderen zien me plots in hun badkamer verschijnen. Hoe zou dat voelen? Ik vraag het me af. Ik lees erover. Ik maak een afspraak in de opvoedingswinkel. Ik voel me … een indringer. Zij durven ‘s ochtends niet meer zomaar bij mama in bed kruipen, zoals ze dat vroeger deden. Soms doen ze het toch als ik er ben. Vaker niet. Hoe dan ook is het niet hetzelfde.
Ik kan niet zeggen dat het slecht gaat. Eigenlijk gaat het zelfs heel goed. Tussen mijn vriendin en mijn kinderen. Tussen haar kinderen en mij. Tussen de kinderen onderling, al zien zij elkaar zelden. Toch ben ik me een hele tijd een beetje schuldig blijven voelen. Tot voor kort. Ik kwam de vriend van het boek weer tegen. We hadden het er een tijdje over.
“Ik vind het onzin,” zei hij, “onzin van dat indringen.”
“Oh …” zei ik, stiekem blij.
“Zij zijn bonuskinderen. En jij … ze mogen blij zijn met zo’n bonusvader!”
En werkelijk zonder mijzelf een geweldige papa te vinden, kan ik dat zien. Ze mogen blij zijn. Ze hebben al veel gekregen van mij. Voetmassage, liedjes voor het slapen gaan, ontbijt op tafel nog voor mama zelfs maar een oog open zou doen, momenten met mama alleen, terwijl zus blij thuis blijft spelen met haar bonusvader. Ik hoef me niet te schamen. Ik doe mijn best. Ik probeer ieders eigenheid, plaats en gevoelens te respecteren. We hebben recht op deze liefde. En het is alleen maar mooi dat onze kinderen ze mogen zien in onze ogen. Ook dat is een bonus. Liefde voorleven. Respect laten ervaren. Ja. Ik mag er zijn. Ook al zijn ze soms blij ‘alweer van me af te zijn’

Bijna familie

Nooit eerder bemerkte ik de kleine gleuf in een muurtje van onze bibliotheekhal.
“Ik mag het open doen!” zegt mijn vierjarige oogappel. Hij zet zijn handjes in de gleuf en duwt fors naar beneden. Een geheimzinnige nis in de muur verschijnt. Het is een lift. “Ik! Ik mag het briefje erin leggen!” eist mijn zoon.We leggen het briefje erin, sluiten de deur en horen de lift vertrekken. “Spannend hé!” zeg ik. Het is helemaal oprecht. Ik wist niet eens dat onze bibliotheek een kelder had. Beneden liggen de boeken waarvoor in de bibliotheek geen plaats is. Ik probeer me er iets bij voor te stellen. Lage kerkers met koepelgewelven, volgestouwd met boeken, strips, platen in alle vormen en maten. Een enkele kat verjaagt de muizen.
“En moet die meneer nu zoeken, papa?”
“Is het een meneer denk je?”
“Of een mevrouw. En weet die alle boeken …?”
“Pling!”
We openen de schuif. En daar ligt het boek dat we bovengronds niet vonden. ‘Bijna familie. Over nieuw samengestelde gezinnen’. We wisten het toen nog niet, maar die dag hebben we goud gedolven. Gouden verhalen over zilveren, lederen en papieren huwelijken. Over relaties tussen mensen met kinderen uit vorige relaties. Warme, oprechte schetsen van de ervaringen van kinderen van afwezige mama’s, aanwezige stiefpapa’s, deeltijds aanwezige stiefzussen en zoveel meer prachtige mensen. Ik ontdek de duistere gewelven van onze maatschappij, volgestouwd met gezinnen in alle vormen en maten. Ik vind er woede, pijn en verbittering, knagende muizen. Maar minstens even veel luchtigheid, positivisme, hoop en veerkracht.
Drie weken later breng ik het boek terug. Met spijt. Maar meer dan drie keer ga ik het echt niet uitlezen. Ik leg het boek op de inleverband.
“Gaat het nu terug naar de kelder?”, vraagt mijn lieve jongen.
“Nee!” roep ik geschrokken.Ik gris het boek van de band en stap gezwind naar het onthaal. Terwijl ik op mijn beurt wacht, kijk ik het nog eens na. Het boek werd uitgegeven in 2005. En amper tien jaar later ligt het te verkommeren in de duistere kerkers van onze bibliotheek.
“Iedere ouder die gaat scheiden, moet dit lezen!”, zeg ik aan de bibliothecaris. “Elk kind van gescheiden ouders. Oma’s, opa’s, stiefnonkels. Iedereen! Het moet verfilmd! Maar eerst en vooral: dit boek moet in de rekken staan! Niet in de kelder!”
De bibliothecaris kijkt me aan van onder haar bril.
“Snapt u het niet?” vraag ik en steek mijn zoon in de lucht. “Dit boek gaat over hem.” Ik wijs rondom me, lukraak naar mensen. “En over hem. En haar. En hen. En over u, misschien.”

“Ja … ook over mij,” zucht de bibliothecaris.
“Het is een prachtig boek,” zeg ik. “Het hoort in het daglicht te staan! Misschien moeten sommige betrokkenen bij scheiding zich schamen … maar de meesten helemaal niet! Integendeel! En niemand moet de kerkers in!”
“Ja,” zegt de bibliothecaris plots beslist. “U hebt volkomen gelijk! Ik zal er persoonlijk voor zorgen.”
Ik zwijg en kijk opzij in de stralende kijkers van mijn oogappel. Minstens hij vindt papa een held!
Maar hey … waarom leent de wakkere papa een boek over nieuw samengestelde gezinnen? Wel … dat is de cliffhanger!

Papa aan de grond

 

Soms herkennen bevriende ouders zich in een verhaal van de wakkere papa. Ze kaarten dat dan wel eens aan. “Zeg … schrijf jij voor De Bond?” “Euh … waarom?”…Ik geef niet meteen toe. Want ik weet intussen hoe gevoelig het ligt. Ik doe mijn best om ieders verhaal respectvol te beschrijven. Ik vertel over andere ouders en hun kinderen omdat ik hun verhaal boeiend vindt, niet om erover te oordelen. Maar toch … we willen het allemaal zo graag perfect doen hé. En dus klinkt een gastoptreden in de wakkere papa al snel als een oordeel of zelfs spot. Maar er zijn zoveel kanten aan het ouderschap dat je onmogelijk over de hele lijn kan scoren … of falen. Sommigen voelen zich pas een goede ouder als ze toch minstens elke dag, week of maand, een paar uur kunnen vrijmaken voor elk van hun kinderen. Anderen vinden zichzelf geslaagd als hun kind altijd net gekleed naar school gaat. Sommigen vinden dat ze vooral goed moeten eten. Anderen willen dat hun kind altijd en overal gelukkig is. Of nog anderen: dat hun kind later gelukkig wordt.
En zelf zie ik me als een goede papa, zij het met de nodige hoeken af, maar deed het toch behoorlijk veel pijn toen mijn zwakke plek als vader werd bloot gelegd.
Mijn vrouw en ik waren drie maanden uit elkaar. Ik was negentig dagen halftijds gescheiden van mijn kinderen. De jongste was toen anderhalf. Ik wilde voor hem zorgen tot hij naar de kleuterschool ging. Geen kinderopvang. Ik zorgde dat ik thuis was, later zou ik wel weer wat meer gaan werken. Papa deed het grootste deel van het huishouden en de kinderzorg, mama zorgde voor een groter deel van het inkomen. Dus na de breuk stond ik er financieel slap voor. We deelden de dagen met de kinderen netjes onder elkaar. Maar als een van ons niet zelf bij de kinderen kon zijn, was de ander eerste babysit. Dus wanneer mama, op haar dagen met de kinderen, ging werken of dansen met haar vriend, zorgde ik nog steeds voor mijn kinderen. Geheel vrijwillig, geheel onbezoldigd. Ik wilde simpelweg zo veel mogelijk bij mijn kinderen zijn. En het was veel. Bijna elke mamadag stond papa er.We waren nog niet officieel gescheiden. Dat zou nog twee jaar duren. Maar in die tussentijd was mijn prioriteit: de kinderen en mijn tijd met hen. Tel dat op bij een maatschappelijke economische crisis en een persoonlijke emotionele crisis, en je krijgt een vieze pap. Mijn inkomen was maandenlang vierhonderd tot vijfhonderd euro. Een heel eind onder het leefloon, maar aangezien ik officieel nog getrouwd was, kon ik nergens extra steun krijgen. Ik had het geluk over talenten te beschikken. Ik werkte wat van thuis uit. Perfect combineerbaar met mijn prioriteit voor de kinderen. Maar net op dat moment, financieel verzuipend en besparend op elke uitgave, vonden verschillende mensen uit mijn nabije omgeving het nodig om mijn rekening te maken. “Hoe ga je de studies van de kinderen betalen, later, als je zo verder doet?”, wilde iemand weten. “Ik wil er NU zijn voor mijn kinderen. Als ze iets groter zijn, komt er automatisch tijd om meer te werken en te sparen.”, vond ik. Ik sta nog altijd pal achter wat ik toen heb gezegd. En het is waarheid aan het worden. Intussen kan ik sparen. Meer dan genoeg, want goedkoop leven is ook een gewoonte. Toch deden die opmerkingen toen veel pijn. Want het materiële, die veiligheid en steun die de echte patriarch zijn kinderen kan meegeven, een stevige erfenis of een stuk bouwgrond, op dat aspect van vaderschap buis ik grandioos. Rationeel vind ik dat buispunt helemaal niet erg, maar diep in mijn hart … voel ik die opmerkingen nu nog aankomen.

Wegen financiële problemen zwaarder als je kinderen hebt? Hoe ga je ermee om? En hoe hou je het hoofd boven water? Verhalen, tips en troost kan je hier posten.

Niet veilig bij mama of papa

Vijf jaar na de breuk met haar ex, de vader van haar drie kinderen, vertelt een vriendin me voor het eerst over wat er gebeurde. “Mijn ex,” zegt ze met haar ogen naar de grond gericht, “keek … porno.” “Oh …”, zeg ik lauw. Ik denk aan een stukje dat ik ooit schreef rond scheiding. Ik citeerde mijn stokoude overbuurvrouw: “Ze scheiden tegenwoordig voor een scheet, meneer.” Ik denk: “Komaan … een beetje porno.” En de vriendin voelt het blijkbaar. “Het was … geen gewone porno.” “Oh …”, zeg ik. Ik krijg het ijskoud. “Ik heb het jarenlang geheim gehouden. Hij wist dat ik het wist. En hij ging gewoon door.”
“Waarom …?”
“Wat moest ik doen? Moest ik hem dumpen? En dan mijn eigen kinderen halftijds aan hem toevertrouwen?”
“En nu?”
“Ik kon het niet meer. Ik kon niet meer.”
“Dus?”
“Ze gaan om de twee weken een weekend naar hem. Eens kwam de jongste thuis vol blauwe plekken. Een andere keer had de oudste een vuurrode ontsteking aan de binnenkant van haar billen. Verder niets. Ik weet het niet. Misschien doet hij het alleen op het scherm. Ik weet het niet. Maar ik word er gek van.”
“Was je liever bij hem gebleven… om je kinderen te beschermen?”
“Ik kon het geen dag langer meer.”
Ik zwijg, bied mijn troostende schouder aan. Ik probeer het me voor te stellen. Het lukt niet. Te geschift. Ik denk aan een vriend van me. Hij heeft twee kinderen met zijn vrouw. Ooit beleefde zij een moeilijke periode. Ze kreeg buien. Hij durfde haar niet langer alleen laten bij de kinderen. Maar de periode duurde en duurde… en duurt. Ze is agressief tegen hem en de kinderen, heeft avontuurtjes met andere mannen. Ze dreigt met van alles. En hij blijft bij haar, om zijn kinderen te kunnen beschermen tegen hun moeder. Voltijds. Totale vaderlijke opoffering. Geen seconde laat hij zijn kroost achter bij zijn vrouw.
Ik denk aan de moeder van mijn kinderen. Het gras is plots een stuk groener in mijn eigen tuin. Rozengeur valt daar niet op te snuiven. Daarvoor zijn er toch te veel conflicten, frustraties en meningsverschillen. Maar het gaat wel altijd om details. Ik kan het allemaal loslaten. Ik weet dat mijn kinderen in veilige handen zijn bij mijn ex. Het knaagt bijvoorbeeld maar een heel klein beetje als een van de jongens ziek is, terwijl ik ver weg verblijf. Hun moeder zorgt voor hen, daar kan ik op vertrouwen. Toen mijn vriendin én mijn beide jongens tegelijk ziek waren, verbleef ik toevallig bij mijn jongens. Liever had ik het omgekeerd gezien. Mijn zieke vriendin wordt zonder mij veel minder goed verzorgd dan dit voor mijn jongens het geval zou zijn. Dus ja, liefste, daarom deed het extra veel pijn dat ik geen koud washandjes op je hoofd kon leggen, thee kon zetten of je kussens herschikken onder je pijnlijke rug. En … ex-liefste: fijn dat ik je kan vertrouwen.

Zijn jouw kinderen in veilige handen bij jouw (ex)partner? En hoe los je het op als je twijfelt?

Stamboom voor dummies

“… in de glo-ri-a! Hieperdepiep… hoera!”
Mijn zonen zingen voor mijn vaders verjaardag. Hij wordt 65! Een speciale verjaardag dus. Hij gaat op pensioen, reist vanaf nu goedkoop met trein en bus, en hij voelt zich oud.
“Is jouw feestje nu bezig?”, vraagt mijn vijfjarige jongen.
“Euh … ja”, zegt mijn vader aan de andere kant van de lijn. Ik hoor het niet, maar weet het zeker.”En wie is er allemaal op jouw feestje?”
Stilte. Er is namelijk helemaal niemand. Mijn vader zit alleen thuis. Er komt geen bezoek. Dat hoeft voor hem ook niet. Maar mijn jongens vinden het vreemd.
“Waarom is oma eigenlijk niet bij opa?”
Even vreemd kijken ze de volgende dag op als zij de enige aanwezige kindjes zijn op het wafelfeest van oma, mijn moeder.
“Waarom zijn onze neef en nicht er niet bij?”
Mijn moeder doet alsof er niets gezegd werd. Er is ook niets gezegd, want voor haar bestaan neefje en nichtje niet. Hun moeder, haar dochter, bestaat namelijk ook al meer dan twintig jaar niet meer. Ik heb dat altijd jammer gevonden voor mijzelf, en sinds hun geboorte ook voor neef en nicht. Maar ik heb me nooit afgevraagd wat mijn eigen jongens ervan vinden.
“Wil je weten waarom jullie tante niet op het feest was?”, vraag ik hen op de trein terug naar huis.
Ze knikken. Ik knik terug.”Ok…” Maar ik weet niet wat ik hen moet vertellen. Alles? Of bijna niets?
“Ze hadden ruzie en hebben het nooit bijgelegd.”
Mijn jongens kijken me nog steeds verwachtingsvol aan. Ik gris papier en pen uit mijn rugzak, en begin te tekenen.”Wie is dat?”
“Dat is opa!”
“Ok. Opa was getrouwd met oma.”
Ik teken alles voor hen uit. Opa en oma kregen twee kinderen. Maar toen gingen ze uit elkaar. Scheiding. Oma vond een nieuwe man.
“Dat is bompa!”

“Jaja … maar mijn zus, jullie tante. Die kon het niet zo goed vinden met bompa.”
“Oei…”
Ik teken de veranderende relaties in de wortels van mijn kinderen uit. Ik omcirkel de mensen die samen een gezin vormen of vormden. Zij zien de breuklijnen. Een streep door de verbinding. Maar ze zien ook dat de verbinding blijft. Mijn zus is verbonden met mijn moeder doorheen mij. Zelf blijf ik ook verbonden met hun moeder, doorheen hen, mijn kinderen. Er is voor iedereen een plaats op het blad. Ik ben heel tevreden over de tekening, over de duidelijkheid die het geeft. Ik stel opgelucht vast hoe gemakkelijk ik de verschillende conflicten in hun familie kan uitleggen, dankzij dit papier. Tot ze vragen waar mijn vriendin staat, en haar kinderen.
“Ergens heel dicht bij mij”, zeg ik.
“Maar daar is geen plaats meer”, zegt mijn jongste schat.
“Nee… jullie mama moet eigenlijk een beetje verder van mij, maar even dicht bij jullie”, zeg ik.
Maar mijn vriendin mag ook dicht bij hen, vinden mijn jongens.
“En wat als jullie uit elkaar gaan? Staat ze dan ook nog op het blad?”, vraagt mijn oudste. “Of gom je haar gewoon weg?”
Stilte.
“Beste reizigers. Wij komen aan op onze eindbestemming.”
Geraken jouw kinderen wijs uit hun familie? Zorg je voor duidelijkheid? Koester je geheimen of gebruik je de gom? Zet er een stamboompje over op en laat hier een reactie achter.

 

Broederbanden onder druk

De hobby van mijn oudste zoon is weer voorbij voor deze week. De jongens en meisjes druipen moe maar voldaan af naar de kleedkamer. Mijn jongste zoon schiet uit de startblokken. Hij vliegt als een kanonskogel op zijn broer af. Hij is oprecht gelukkig én apetrots op zijn broer, maar die reageert heel lauw.

“Ik vind het niet leuk dat je zo op me afloopt als jullie me komen halen. Ik wil liever eerst dag zeggen aan papa”, zegt hij een half uurtje later, in de badkamer. Het is het zoveelste moment van … verandering in de relatie tussen de twee broers. Kleine broer neemt het niet goed op. Hij begint hartstochtelijk te huilen. Dit was een druppel…

Grote broer ziet zijn kleine broer heel graag, maar na de les wil hij niet in het midden van de zaal blijven staan, waar iedereen naar hem kijkt. Grote broer wil niet dat kleine broer de hele tijd praat in de fietskar. Dat kleine broer naast hem zit te wriemelen als ze naar een filmpje kijken. Het stoort hem dat kleine broer veel minder goed kan delen, rustig praten of stil zitten.

Eigenlijk is het al maanden aan de gang. De spanning en het zoeken. De conflicten en de tranen. Er is heel veel liefde en nog meer plezier samen. Maar grote broer zit in het tweede leerjaar. Kleine broer in de tweede kleuterklas. Ze zijn nu meer verschillend dan een tijd geleden.

De broers zijn een prachtig koppel. Lief voor elkaar, eerlijk, goede speelkameraden. Na de scheiding van hun ouders waren zij altijd samen. Mama en papa waren er maar soms. Broer was er altijd. Dat versterkt een band. Maar misschien is kleine broer daardoor ook wat te veel gaan leunen op grote broer?

In de zomer was er ook nog eens ‘de zaak Zwitserland’. Grote broer ging op vakantie met mama. Tien dagen naar de Zwitserse bergen. Nooit eerder waren de broers meer dan een dag gescheiden van elkaar. En nu plots tien. Papa was er tegen. Mama zei: “Kleine broer kan ook bij mijn ouders gaan logeren. Dan komen ze na de reis allebei bij jou. Maar zo zonder grote broer en mama, wil kleine broer misschien liever bij papa zijn.”

Ik geef hierop verder geen commentaar, maar feit is dat op de reis veel uitgesproken en niet uitgesproken jaloezie volgde. Er wordt geklopt, gepest, geklaagd en geklikt. De broers slapen nog altijd samen in een bed, maar grote broer weet het niet zo goed meer.

“Hij maakt me soms wakker ’s morgens. Met zijn gewroet. Stommerik.”

Hij zegt het teder, met eerder verdriet dan verwijt in zijn stem. Grote broer slaapt graag samen met kleine broer. Elke avond schuift hij dicht tegen hem aan. Lepeltjesgewijs. Maar voor de andere pijnpunten moet er wel een oplossing komen. Een nieuw evenwicht tussen de rustige, gewetensvolle, soms schuwe grote broer … en kanonskogel kleine broer.

“Wil je na de les liever eerst papa kussen? Of wil je dat kleine broer bij papa blijft staan, zodat je rustig naar de kant kan komen. En dan geef je broertje als eerste een knuffel, maar wel zélf?”

“Ja …” zegt grote broer. “Dat is het.”

 

Broederlijke en minder broederlijke verhalen of zusterlijke episodes zijn welkom.